| |
wij
zijn wegwerpkinderen
(van Thea Beckman)
Dit boek handelt over het leven van Yvonne en haar
twee broertjes Marcus en Benito. Het verhaal begint als Yvonne twaalf
is. Yvonne belandde in een weeshuis toen ze pas drie jaar oud was,
Benito was toen twee en Marcus slechts één.
De kinderen werden vanaf dan van het ene tehuis naar het andere
gesleept. En zo hadden ze niet de tijd om zich ergens thuis te voelen.
Ze gingen zich hechten aan mensen en moesten die dan weer verlaten. Al
bij al was het altijd wel gezellig en leuk in die tehuizen. Maar
toch.ze misten iets een echt dak boven het hoofd.
Over hun ouders wisten de kinderen niets. Er werd niks over hen
verteld. Zelfs oma deed geheimzinnig en bleef stom toen ze er voor de
zoveelste keer naar vroegen. "Hoe zijn ze gestorven? Was het een
ongeluk? Waren ze ziek?,."
Wanneer ze tijdens de paasvakantie terug bij oma op bezoek kwamen, kon
oma het niet meer aan en vertelde ze haar kleinkinderen eindelijk de
waarheid: dat hun ouders nog in leven waren. De kinderen werden er stil
van en konden het zich niet goed realiseren. Er spookten nog meer vragen
door hun hoofdjes. Oma vertelde het dramatische verhaal. Hun moeder
moest haar kinderen op 19-jarige leeftijd afstaan omdat ze geen middelen
van bestaan had om de kinderen te geven wat ze nodig hadden.
Over vader wilde oma niet veel kwijt. Enkel dat hij door de familie
verstoten was en niemand nog met hem wou te maken hebben. Hij bleek in
de gevangenis te hebben gezeten en verder mochten ze niets meer over hem
vragen.
Yvonne was teneergeslagen, Benito woedend en Marcus was er opgewonden
van geworden.
Een jaar later gingen de drie kinderen naar een pleeggezin. Daar hadden
ze het uitstekend naar hun zin. Op een dag verscheen plots hun echte
moeder. De kinderen waren dolenthousiast, maar weldra kwam de
ontnuchtering. Deze vrouw reageerde niet als een moeder, ze was
afstandelijk en ongeïnteresseerd.
Een paar jaren later ontmoetten de kinderen haar nog twee keer met de
hoop dat de band met hun bloedeigen moeder ging versterken. Maar
tevergeefs. De relatie tussen de kinderen en hun moeder bleef kil.
Toen Yvonne 15 was, ging ze ten einde raad op bezoek bij tante Alie, de
zuster van haar vader. Kon die haar iets meer vertellen over het
raadselachtige leven van haar vader? Tante Alie had te doen met Yvonne
en gaf het adres van haar vader. Diezelfde dag nog besloot Yvonne om
haar vader op te zoeken ergens in Rotterdam. Ze verzon een smoes en in
plaats van de trein terug naar huis te nemen ging ze richting Rotterdam.
Na veel zoeken stond ze eindelijk voor het huis van haar vader. Ze was
nerveus, maar het bleek dat haar vader een fantastisch en lieve man was.
Ze werd heel hartelijk verwelkomd. Vader toonde een warm hart. Het
klikte onmiddellijk tussen hen en Yvonne ondervond voor het eerst in
haar leven de warmte van een thuis. Vader kookte voor haar en ze bleef
zelfs overnachten.
Yvonne vond de moed om de vraag te stellen die haar en haar broertjes al
zolang op de lippen brandde. Waarom de hele familie hem de rug had
toegekeerd en waarom hij in de gevangenis had gezeten. Waarop haar vader
het hele verhaal begon te vertellen. Hij moest geld hebben, Karen (Yvonne's
moeder) en hij zaten tot over hun oren in de schulden. Hun derde kindje
was op komst en bovendien stonden ze vier maanden achter met de huur.
Ze wisten geen raad meer. Zo werd met een paar vrienden plannen gesmeed
om een bank te beroven. Hij was chauffeur van de wagen en toen ze na de
inbraak wegvluchtten, reed hij een agent dood. Hij was er kapot van en
had moeite om het allemaal te vertellen.
Toen ze de volgende dag terug naar huis ging, was ze gelukkig. Ze had
een vader gevonden.
Gemaakt door Caroline Andries
|
|