Start
Omhoog

 

WIEROOK EN TRANEN

WARD RUYSLINCK  

1) Korte inhoud  

Het boek begon met Waldo, een jongetje van amper 9 jaar oud, die samen met zijn ouders met de fiets op de vlucht was voor het oprukkende geweld van de Duitsers. Hun reis ging naar Frankrijk omdat de Duitsers dat gebied nog niet bezet hadden. Na hun eerste dag fietsen gingen ze op zoek naar een plaats waar ze overnachten konden. Ze hadden geluk want ze konden terecht bij een oud, heksig vrouwtje. Van nachtrust was er haast geen sprake, maar in oorlogstijd was dit wel een aardig optrekje.

’s Anderdaags ging de reis gewoon verder. Eens bij de grenspost aangekomen, bleek deze reeds gesloten te zijn omdat er te veel vluchtelingen waren. Waldo en zijn ouders probeerden dan maar om een andere grenspost op te zoeken.

Tussen de honderden, nee duizenden vluchtelingen baanden ze hun met de fietsen een weg naar Frankrijk. Plotseling werd hun tocht gestopt door de luchtsirenes van een plaatselijk dorpje. Er ontstond enorme paniek en iedereen zocht een veilige plek op voor de Duitse bommen. Na het bombardement durfde Waldo de ogen niet meer te openen. Toen hij er uiteindelijk in slaagde zijn vrees toch te overwinnen, zag hij de verschrikkelijke gevolgen die de Duitsers hadden aangericht. Zijn moeder was spoorloos, alleen een schoen bleef achter als ‘aandenken’. Zijn vader lag dood op de grond. Zijn mond was geopend en op zijn gezicht kon je lezen dat hij enorme pijn had geleden. Waldo zelf was ook gewond en diende afgevoerd te worden naar het dichtstbijzijnde veldhospitaal.

Na verzorging besloot de dokter in samenspraak met de verpleegster om Waldo over te brengen naar een vluchtelingenkamp aan de kust. Waldo kon hiervoor meerijden met het Belgische leger, meerbepaald met soldaat Evarist.

Wanneer het konvooi arriveerde in een klein dorpje, sprong Waldo uit de wagen. Hij had namelijk enorme honger en iets verderop werd er een brouwsel uitgedeeld dat voor soep had moeten doorgaan. Toen hij terug op het marktplein stond, was het konvooi reeds vertrokken. Waldo dacht eerder aan de problemen waar hij Evarist in terecht gebracht had, dan aan zijn eigen miserie.

Waldo keek over het plein en merkte plotseling een meisje op. Het was niet zomaar een meisje, maar zijn vroegere buurmeisje, Vera genaamd.

Vera was haar moeder kwijtgeraakt terwijl haar vader zich bij het leger had aangesloten om tegen de Duitsers te vechten. Na een leuke babbel besloot Vera om Waldo mee te nemen. Ze zaten immers toch in hetzelfde schuitje.

Samen besloten ze om naar de kust te trekken om er vervolgens te trouwen en er in de duinen te gaan wonen.

Op hun weg door het prachtige landschap kwamen ze een totaal verwoeste kerk tegen. De Duitse tanks moesten wel heel dichtbij zijn. Daarom besloten ze dan ook om zich te verschansen in een nabijgelegen  hooischuur. Veel hielp het allemaal niet, want toen de Duitsers arriveerden, werden ze snel gevonden.

Gek genoeg bleken de Duitsers niet de duivels te zijn zoals zo veel mensen hen hadden beschreven. De Duitsers waren zelfs zo vriendelijk geweest om Vera en Waldo enkele sinaasappels toe te stoppen.

De volgende dag zagen de twee kinderen het nut niet meer in om nog naar de kust te trekken. Daarom besloten ze maar om weer naar Antwerpen te gaan. Op hun weg terug maakten ze nog een omweg tot bij de oom van Vera. Haar oom, Andreas genaamd, was een norse man. Hij had ook niet veel zin om de kinderen binnen te laten, maar na een kort gesprek deed hij het toch.
 

In de gang hing een pet van een Duits officier en in de kamer naast de keuken klonk er gelach. Wanneer Waldo en Vera de moed bij elkaar hadden gesprokkeld om toch maar door het sleutelgat te gluren, zagen ze hoe een vrouw met ontbloot bovenlijf werd achtervolgd door een Duits officier. Pas toen werd het voor de kinderen duidelijk dat ze in het huis van een collaborateur zaten. Diep geschokt maakten de kinderen dat ze er wegkwamen.

Ondertussen was het al beginnen te regenen en zoals vele vluchtelingen gingen ook Vera en Waldo schuilen in het dichtstbijzijnde station. In dat station zag Waldo Evarist lopen. Evarist was gevangengenomen met nog veel andere krijgsgevangenen.

Nadat de regenwolken waren verdwenen, trokken net zoals de andere vluchtelingen ook Vera en Waldo verder.

Eens bij de Leie aangekomen, hielden beide kinderen een pauze. Ze genoten van het mooie weer en het vredige uitzicht.

Hun rustpauze werd echter vrij snel gestoord door de boze geluiden van ronkende Duitse motoren. Vera en Waldo sloegen in paniek en sprongen in een bootje. Helaas werden ze opgemerkt door de Duitse soldaten.

Alweer bleken de Duitsers totaal niet kwaadaardig te zijn. Integendeel zelfs, ze boden Vera en Waldo aan om met hen mee naar Antwerpen te rijden.

Aanvankelijk ging alles voor de wind, maar eens de Duitsers in de buurt van Gent kwamen, reden ze van de baan af en reden ze naar een bos.

Waldo werd dronken gevoerd, terwijl Vera door de Duitse soldaten werd verkracht. Toen Waldo na een tijdje terug bij zijn positieven kwam, vond hij Vera in het bos. Ze werd door de soldaten voor dood achtergelaten.

Waldo ging dan maar op zoek naar wat hulp en kon dankzij enkele zigeuners haar de eerste zorgen toedienen. Al gauw kwam de ziekenwagen aangereden om Vera naar het Bijloke in Gent te brengen.

Toen Waldo samen met de zigeuners in Gent aankwam, was Vera reeds overleden. Waldo barstte in snikken uit en ging uiteindelijk bidden in de kapel. Waldo kwam er tot de akelige conclusie dat God de mensen meer pijn aandeed, dan dat hij ze blijdschap gaf.

Gelukkig kon hij wierook ruiken die een kalmerend effect had op hem.

 

2) De hoofdpersonages: uiterlijk en karakter; op basis van voorbeelden (fragmenten) + de evolutie van hun persoonlijkheden:

Waldo, een 9-jarige jongen uit Antwerpen die de oorlog vanuit het standpunt van een kind bekijkt. Voor hem is dit alles een groot avontuur waar hij later lang zou over vertellen. Helaas gaat zijn droom niet in vervulling. Hij komt tot het besluit dat de oorlog iets gruwelijks is waar er geen winnaars zijn, wel verliezers.

 

Vera is veertien jaar oud en kent Waldo als het jongetje van de buren. Vera heeft ook al heel erg geleden wanneer zij Waldo opnieuw ontmoet. Toch kan ze zich handhaven door haar sterke overtuiging in haar geloof. Pas wanneer ze wordt verkracht, verliest ze haar zin in het verdere leven. Ze sterft kort daarna.

 3) Het thema + fragmenten:  

Het boek gaat duidelijk over de 2de wereldoorlog, voorgesteld vanuit het standpunt van twee kinderen. Als je de titel leest, dan zou je kunnen stellen dat de wierook slaat op de kinderlijke wereld waarin de hoofdpersonages leven en ook op de verzachtende omstandigheden waar ze in terechtkomen wanneer ze weer eens tegenslag hebben gehad.

De tegenslagen stellen dan de tranen voor. De tranen die hen telkens weer uit hun kinderlijke wereld rukken en hen confronteren met de harde, bittere realiteit.

 

Fragment1:

“ ‘Willen we hier maar uitspannen?’ stelde pa voor. ‘We bereiken vandaag toch de grens niet meer en het wordt al donker.’

Hij stapte van zijn fiets. De fiets met de overladen bagagedrager steigerde plotseling en pa ging zwaar op het stuur liggen om het evenwicht te herstellen.

Hij zag er als een afgebeuld trekpaard uit en ma ook en ik waarschijnlijk ook.

‘Gaan wij hier overnachten?’ vroeg ma met een holle mond en trillende wimpers. ‘We hebben nog maar een paar kilometers te trappen, misschien halen we het wel.’ Ze stapte niettemin eveneens van haar fiets en ik volgde haar voorbeeld. Ik had een lichte roodgelakte jongensfiets, zonder bagage. Pa wierp me een bezorgde blik toe: ‘Ons achterlichtje is moe, hij heeft zich ocharme halfdood getrapt. We konden beter hier overnachten en morgen de grote sprong wagen. Zijt gij niet moe?’

‘Een beetje wel,’ gaf ma toe. Haar mond stond ver open, ik had haar nog nooit zo moe gezien, mijn ma, ook thuis niet, als ze de mand met het wasgoed uit de kelder had opgehaald.

Pa zette zijn fiets tegen de terrasschutting van een koffiehuis en wiste het zweet van het voorhoofd. De fiets viel om en de bel rinkelde eventjes. Pa zei iets tegen de fiets, een woord dat ik zelf nooit mocht gebruiken.”

 

Fragment2:

“Op de weg stonden de tanks. Het waren er lang geen honderd, maar toch veel meer dan ik er ooit bijeen gezien had. Bijna was ik geneigd te geloven dat heel het Duitse tankleger zich op dit punt verzameld had. We liepen met vreemde gemengde gevoelens langs de lange rij gepantserde kolossen, die op de door hoge bomen overschaduwde baan tot stilstand gekomen waren. We keken ernaar met schuwe zijdelingse blikken, maar onze harten waren vervuld met bewondering en ontzag voor deze reusachtige vergrotingen van onze eigen blikken speelgoedtanks. Ze zagen er ook heel anders uit dan de Belgische en Engelse tanks die we voordien gezien hadden, groter en sterker en indrukwekkender. De tanks der verbondenen deden veeleer denken aan kleine dorsmolentjes of sommige van die nieuwerwetse landbouwmachines dan aan oorlogstuigen. Ze maakten een vreedzame en beslist ongevaarlijke indruk, met hun lichte bepantsering en het korte onaanzienlijke knalpijpje dat het kanon moest verbeelden. Neen, dan waren de Duitse tanks helemaal anders. Geen wonder dat onze soldaten voor die duivelse gevaarten op de loop gingen nog vooraleer de Duitsers hun kanonnen hadden kunnen richten.”
 

4) Eigen mening:

Het boek geeft een goede en realistische weergave van het begrip ‘oorlog’. Zoals ik al eerder vermeld heb, kan je uit het boek goed afleiden dat er in een oorlog enkel maar verliezers zijn.

Door deze vaststelling komt het boek wel erg depressief, maar ook aangrijpend over. Voorts is het een enorme verdienste van Ward Ruyslinck om een jeugdboek te schrijven vanuit het standpunt van een respectievelijk 9 -en 14-jarige.  

5) Bruikbaarheid in de klas:

De wereld is altijd in oorlog. Het is tot op heden altijd zo geweest en ik vrees dat het zo nog wel even zal blijven. Wanneer je naar het journaal kijkt, dan zie je elke dag opnieuw de beelden van bommenwerpers die gebieden in Afghanistan platbombarderen.

Misschien kunnen deze beelden samen met dit boek een terugkoppeling vormen naar wat er ongeveer 60 jaar geleden zich allemaal afspeelde en hoe de wereld er vandaag uitziet.

Misschien zou het niet slecht zijn om eens een carrouseldiscussie te starten over de plus -en minpunten van het oorlogvoeren om zo tot een algemeen besluit te komen.

 Geschreven door Laurent Vincent

 


 

  

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.