KOORDDANSEN
HILDE DILLEN
Geschreven door Laurent Vincent

1) Inhoud:
Het was enkele zomers
geleden, de meeste kinderen genoten met volle teugen van hun twee
maanden welverdiende rust. Toch waren er een aantal uitzonderingen op
deze regel. Een van hen was Daniël Lichterman, een 16-jarige jongen die
in De Panne woont.
In plaats van op de dijk
te kuieren of te zonnebaden op het strand lag hij in de lederen fauteuil
van Dé, wat een koosnaampje was voor Désiree.
Dé was een psychologe waar Daniël patiënt was
geworden op het aanrader van diens moeder. Natuurlijk was er een
grondige reden voor het feit dat Daniël daar op de zetel lag, voor de
lol ga je daar immers niet liggen. Daniël zag het leven wat somber
tegemoet. Hij had ook niet zo gek veel contact meer met zijn vrienden.
De reden hiervoor was het overlijden van zijn
leraar, Leonard Donckers.
Daniëls relatie tot deze
leraar Latijn en Engels beperkte zich niet tot het niveau van leerling
versus leerkracht. Het duo had een heuse liefdesrelatie.
Daniëls moeder, die
beroepsfotografe is, had totaal geen probleem met de seksuele
geaardheid van haar zoon, integendeel. Zij liet Daniël zo veel mogelijk
vrij in het maken van zijn keuzes.
De problemen begonnen
echter wanneer het tweetal op school werd betrapt door een
personeelslid. Als gevolg moesten zowel leerkracht als leerling een
verklaring afleggen bij de rector.
Na het horen van hun
verhaal besloot de rector om dhr. Donckers op staande voet te ontslaan
en Leerling Lichterman erop te wijzen dat hij het volgende schooljaar
niet langer gewenst was op de school.
Helaas bleef het hier
echter niet bij. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje. Op
deze manier kwam ook Nick het nieuws te horen. Nick, die berucht stond
als pestkop, besloot dat hij dit gegeven niet ongestoord kon laten
voorbijgaan.
Na het schooljaar, toen
dhr. Donckers al was overleden, ging hij tot actie over.
Rond deze periode moest
Daniëls moeder naar Toscane om een fotoreportage te maken. Nick had dus
vrij spel.
Aanvankelijk bestond
zijn gepest uit wat verbaal geweld, maar al gauw ging dit over tot het
beschadigen van eigendom en huisvredebreuk.
Daniël was ten einde
raad en besloot uiteindelijk om zijn ex-klasgenoot Andreas te bellen.
Hij deed zijn probleem
uit de doeken en gaf tenslotte een duidelijke beschrijving van de
pestkoppen. Andreas vertelde Daniël dat de leider Nick heette. Hij gaf
hem meteen ook een waarschuwing, want Nick had immers de reputatie voor
niets of niemand terug te deinzen.
Daniël nam zijn
waarschuwing wel in dank af, maar besloot toch om niet bij de pakken te
blijven zitten. Hij ging zelfs zijn eigen huis observeren om op die
manier voldoende bewijsmateriaal te kunnen bemachtigen zodat hij een
klacht zou kunnen indienen. Zo lag hij eens een hele nacht zijn huis te
bespieden met het pistool van zijn vader in de hand. Allemaal zonder
veel resultaat.
Daarom besloot hij om de
confrontatie met Nick aan te gaan.
Toevallig ontmoette hij
enkele dagen later Nick op de dijk. Bij deze daagde hij hem uit op het
strand op een door Daniël bepaalde plaats en tijdstip. Daniël wist
echter maar al te goed dat op het door hem vooropgestelde uur de zee zou
komen opzetten. Toen Daniël Nick enkele dagen later zag naderen op de
afgesproken plaats flitste hij eerst enkele keren met een zaklamp in
zijn richting om het vervolgens op een lopen te zetten.
Nick zette de
achtervolging in terwijl zijn handlanger echter besloot om terug te
keren naar de dijk omdat hij had opgemerkt dat de zee kwam opzetten.
Daniël slaagde erin om
Nick in de val te lokken. Hij was immers net op tijd terug op de dijk
aangekomen terwijl Nick zich nog steeds op de glibberige rotsen, die
inmiddels al deels onder water stonden, bevond.
Op de dijk stond Nicks
handlanger Daniël op te wachten. Toen hij opmerkte dat Nick in de
problemen zat verplichtte hij Daniël om onder bedreiging van een mes
Nick te gaan redden.
Daniël hield echter het
hoofd koel en haalde het pistool van zijn vader boven dat hij van thuis
had meegenomen. Plots waren de rollen omgekeerd, Daniël hield Nicks
handlanger onder schot en liet hem zelf afdalen in het kille zeewater om
de redding in te zetten.
Ondertussen trok Daniël
huiswaarts. Nick begreep ondertussen wel dat hij flink voor schut werd
gezet en besloot om zich op de vlakte te houden.
s’ Anderdaags was het
gemis om Daniëls overleden partner er niet op verminderd, maar hij
begreep wel dat hij zijn lot terug in eigen handen moest nemen en verder
gaan met zijn leven.
2) De
hoofdpersonages + evolutie in het boek:
Daniël Lichterman, een
zestienjarige jongen heeft zijn relatie met zijn vriend zien tot een
einde komen. Tijdens het verhaal gaat hij door een ware hel. Daniël gaat
in therapie om zijn trauma te kunnen verwerken, maar veel soelaas brengt
het allemaal niet. Tot overmaat van ramp krijgt Daniël enkele pestkoppen
op zijn dak die met hem willen afrekenen omwille van zijn seksuele
geaardheid.
Daniël weet echter het
hoofd koel te houden zodat hij zijn opponenten kan verschalken. Eens dit
is gebeurd besluit Daniël om zijn lot terug in eigen handen te nemen en
zijn leven verder te zetten.
3)
Het thema + 2 fragmenten:
Het boek handelt over een jongen, Daniël genaamd,
die zijn homoseksuele vriend heeft verloren. Daniël heeft het erg
moeilijk terug lijn te krijgen in zijn leven en tracht via
therapeutische hulp terug vat te krijgen op zijn leven.
Fragment1:
“Diep verscholen in mijn
binnenste krijs ik terwijl ik mijn wijsvingers in mijn oorschelpen onder
mijn kap druk. Ik wil niets meer horen. Ik gil en ik blijf gillen. Er is
niemand die mij hoort. Mijn mond is gesloten, maar de woorden van de
rector dringen onstuitbaar door, tot in mijn hersenen, tot in mijn
verstand.
‘Het is een goed kind,
dat is toch het belangrijkste’, zegt mijn moeder zacht. Haar stem komt
van ver weg en verspreidt zich door de ruimte.
‘Schuldig is hij!’
Snauwt de rector. ‘En hij moet gestraft worden.’
‘Ik geloof niet in uw
straffen’, zegt mijn moeder op fluistervolume.
‘En ik houd hoegenaamd
niet van uw balorigheid, mevrouw Lichterman. Straf hoort bij zijn lot,
dat hoort zo!’ Davert de rector met een pedante stem.
Theatraal wijst hij naar
mij.
Ik sta daar! Ik heb een
handgranaat in mijn vuist. Om mijn spijkerbroek zit een riem waaraan
twee grote messen bungelen. Messen met grof gekartelde randen. Over mijn
borst hangen patroongordels gekruist, en behalve mijn onschuldige
bergschoenen draag ik een mitrailleur.
Mijn ratelaar houd ik in
mijn ijzeren vuist geklemd. De mond van mijn wapen is op de wereld
gericht, klaar om af te gaan. Over mijn hart draag ik het pak van de
duivel. Het verstand onder mijn hoorns raakt verhit. Ik ben een gewonde
stier in een arena, waar een uitzinnige, van verstand beroofde, dol
geworden massa trappelt, stampt, de vuisten woest de lucht in stoot.
Uitroeien! Verpletteren! Alles plattrappen kan ik!”
Fragment2:
“In de woonkamer neem ik
het telefoonboek en zoek het nummer van de Hoflands op. Na drie maal
rinkelen wordt er opgenomen. Het is niet mijn klasgenoot zelf, maar zijn
moeder. Ik zeg haar dat ik Andreas wil spreken.
‘Daniël, ben jij dat?’
Vraagt mevrouw Hoflland. Ik vraag of zij Andreas voor mij wil roepen.
‘Het is dringend’, zeg
ik norser dan ik bedoel.
Ik bespeur haar
aarzeling. Ze draalt als wil ze nog iets kwijt, maar dan hoor ik haar
voetstappen en haar luide stem: ‘Andreas kom eens, Daniël voor jou aan
de telefoon.’
‘Ik ben het’, doe ik
kortaf. ‘Andreas luister. Ik heb narigheid met een paar rammers van
school. Het ziet ernaar uit dat ze hun opwachting gaan maken bij mijn
huis. Ik wil hun namen!’
‘Wie?’ Vraagt hij. Ik
geef hem een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de drie rouwdouwen
op het plein.
‘Nick’, zegt hij, ‘dat
is de grootste kanker. De anderen zijn meelopers, die ken ik niet eens
bij naam, maar Nick is de aanvoerder. Hij draagt een stiletto bij zich.
Weet je dat die patser een hele verzameling messen heeft? Hij kwam eens
op school met een knuckle knife.’
‘Een wat?’
‘Knuckle knife. Een mes
met aan het handvat vier metalen ringen waardoor je je vingers steekt.
Zo’n ding is mes en boksbeugel tegelijk.’
Hij zwijgt. De radertjes werken. Ik hoor hem
nadenken.”
4) Mening:
Ik denk dat ik het
thema wat ontgroeid ben want op geen enkel moment kon het boek mij
boeien. Op sommige momenten zat ik te lezen met de gedachte in mijn
achterhoofd waarom men zoveel bomen heeft moeten omhakken om zo’n werkje
te kunnen schrijven, maar dan kwam ik tot het besef dat ikzelf niet eens
het niveau van deze auteur zou kunnen evenaren.
5) Kan je met het
boek iets aanvangen in de klas?
Het thema
homoseksualiteit is wel ‘in’ dezer dagen, maar ikzelf zou het niet in de
les gaan behandelen omdat het naar mijn inziens al goed genoeg wordt
‘gepromoot’.
Een actueel boek zoals
dit zou ik de leerlingen thuis laten lezen (1 hoofdstuk per week) om er
nadien telkens een bespreking in de klas over te houden.
De einddoelstelling zou
dan het komen tot een klasgesprek over homoseksualiteit zijn.
Bij homoseksualiteit
hoort ook helaas het pesten. Daarom lijkt het mij aangewezen om samen
met een leerlingenbegeleider ook deze problematiek aan te pakken.
(Hoe omgaan met pesten?
Was Daniëls methode de goede?)
Indien de leerlingen
nadien nog individuele en persoonlijk vragen hebben zouden ze die altijd
na de les kunnen stellen. Wel stel ik mezelf de vraag in hoeverre een
leerkracht daar een leerling kan bijstaan. Ik denk dat op dergelijke
momenten beter het C.L.B. wordt ingeschakeld.
|