KERNENERGIE VOOR DE DUIVEL
ANTHONY HOROWITZ
Geschreven
door Laurent Vincent
1) Korte
inhoud
Martin
Hopkins, een dertienjarige jongeman, kende een vrij normaal leventje.
Maar als op een dag zijn adoptieouders komen te sterven na een
blikseminslag, werd zijn leven enorm door elkaar geschud. Omdat hij een
geadopteerd lid van de familie was, stonden zijn tantes en ooms erg
sceptisch om hem in huis te halen.
Uiteindelijk werd Martin bij een akelige boerin,
Elvinta Norbertina Guinevere Emily Craay, uit Yorkshire geplaatst. Op
het erf liep ook nog een dwerg rond die Knol heette en een potzwarte
kater, Asmodée genaamd.
Het erf
lag ergens in de bossen van Klein Maluwe, wat dan weer een deelgemeente
was van Groot Maluwe.
Martin zat
niet alleen vast in dit vergeten en moerassig gat, hij werd ook nog eens
als een soort misdadiger opgesloten. De warme omgeving die hij altijd
had gekend, was plots ver weg.
’s Avonds
hoorde Martin telkens weer een soort van gefluister dat uit de bossen
kwam. Wanneer hij besloot om eens een kijkje te gaan nemen, zag hij op
de plaats van het ‘gefluister’ een groot, wit gebouw, dat een
kerncentrale bleek te zijn, staan.
Enkele
dagen later moest Martin naar het dorp. Toen hij er aankwam, merkte hij
op dat Klein Maluwe eigenaardige trekjes had. Alles leek zo geheimzinnig
en mysterieus. Vooral wanneer de inwoners hem aanspraken, begreep hij
dat er iets niet pluis was. Pas wanneer hij een lokale boer kon
‘strikken’ vertelde die hem dat hij maken moest dat hij wegkwam. De boer
stelde hem voor om even langs te komen, maar toen Martin bij de boer
aankwam vond hij alleen zijn lijk terug. Op de muur stond in grote
letters ‘DUIVELSKLEM’ geschreven.
Martin
sloeg als een gek op de vlucht, maar toen hij met de politie terug naar
de plaats van de misdaad keerde, bleek dat er helemaal niemand was
vermoord. Martin kwam er met een blaam nog al bij al goed vanaf.
Martin gaf
echter niet op. Hij wist wat hij had gezien en besloot om dat enge woord
op te zoeken. Gek genoeg kon hij nergens een spoor terugvinden. Ten
einde raad trok hij naar de lokale krant, de Maluwse Courant.
Op de
redactie kan hij na lang wachten uiteindelijk een journalist, Richard,
overtuigen. De twee besloten om samen op onderzoek te trekken. De eerste
halte was Yorkshire. Deze stad was de woonplaats van de dochter van de
auteur die een boek over Groot en Klein Maluwe had geschreven. Veel
wijzer werden ze niet van het bezoek, maar ze kregen er wel een
verwijzing naar het museum voor natuurlijke historie in Manchester, waar
een zekere professor Griffin hen zou kunnen helpen.
In
Manchester komen ze te weten dat het woord ‘Duivelsklem’ de naam was van
een cirkel van keien, die ooit in het woud van Maluwe stonden. Deze
klem zorgde ervoor dat er een grens ontstond zodat de “ouden”, dit waren
kwaadaardige wezens die miljoenen jaren geleden de wereld hadden
beheerst, niet meer terug konden keren naar onze wereld. Nadat professor
Griffin zijn uitleg had gegeven, werd plots het hele museum behekst. De
indrukwekkende skeletten van tal van dinosauriërs kwamen tot leven en
bij de vernielingszucht van deze beestjes liet professor Griffin het
leven. De journalist raakte niet meer tot aan de uitgang en werd vrij
zwaar gewond. Martin zelf kwam er met de schrik vanaf. Maar toen hij
terug op straat stond, zag hij Elvinta voor hem staan.
Martin
werd ontvoerd en tenslotte opgesloten op het erf van Elvinta. De deur
van zijn kamer bleef de hele dag op slot. Knol kwam er wel drie keer per
dag langs om Martin te eten te geven. Martin gaf de moed echter niet op.
Hij slaagde erin om een gat te maken in de houten vloer, en wanneer Knol
met het avondeten langs kwam, viel hij door dit gat naar beneden. Knol
was op slag dood. Martin zag zijn kans en zette het op een lopen. Toen
hij uit de bossen was gekomen, botste hij op de potzwarte wagen van Sir
Matthew Marsh, die de vroegere directeur was van de kerncentrale in de
bossen van Maluwe. Martin werd tegen zijn zin terug de bossen in
gebracht, om tenslotte in de kerncentrale vastgeketend te worden. In
deze kerncentrale was ondertussen de totale bevolking van Klein Maluwe
samengekomen voor een soort van zwarte mis die eenmaal per jaar werd
gehouden. Deze keer zou de mis echter iets speciaals worden, want nu was
men, door de opoffering van Martin, in staat om de ‘Duivelsklem’ te
doorbreken en de ouden door middel van kernenergie terug te halen.
Helaas
voor Elvinta en haar trawanten bleek Martin ‘één van de vijf’ te zijn.
De vijf waren jongeren die zuiver van geest zijn, zodat ze in staat
waren de ouden tegen te houden.
De zwarte
mis liep totaal verkeerd af, en zowel Martin als Richard, die eveneens
van de partij was op deze zwarte mis, konden vluchten via een
ondergrondse rivier in het bos. Elvinta kende een minder gelukkig einde.
Zij viel in een bad met zuur dat zich rond de reactor bevond.
Enkele
dagen na deze bizarre gebeurtenis maakte Richard en Martin een artikel
over dit alles. Helaas voor hen kwam er geen enkele positieve reactie op
hun artikel. Pas enige tijd later bleek dat de staatsveiligheid hier
voor iets tussen zat. Richard en Martin mochten hun verhaal niet
bekendmaken, maar in ruil daarvoor zouden Richard en Martin wel bij
elkaar kunnen blijven.
2) De
hoofdpersonages: uiterlijk en karakter; op basis van voorbeelden
(fragmenten) + de evolutie van hun persoonlijkheden:
Martin
Hopkins,
een dertienjarige knaap, waar het volledige verhaal rond draait. Hij is
op ongelukkige wijze als het ware ‘gedumpt’ geworden. Maar ondanks die
enorme tegenslag kan hij de moed opbrengen om zijn leven terug in handen
te nemen. Martin is dus een echte doorzetter. Hij is ook erg
nieuwsgierig wanneer hij allerlei vreemde dingen opmerkt in Klein
Maluwe.
Fragment:
“De
bibliotheek lag ingeklemd tussen een hal met speelautomaten en een
wasserette. Martin zette zijn fiets tegen de muur en ging naar binnen.
Hij liep langs de kasten met romans naar een trap. Daar stond een
bordje: Informatie. Een pijl wees naar boven. Hij kwam in een
ruime, muffe zaal. Aan een lege tafel in een van de hoeken zat een oude
man te doezelen.”
Fragment:
“Ze gaf
hem een ruk met haar handen. De staaf drukte nu tegen zijn keel. Ze
probeerde hem te wurgen! Martin voelde de grond onder zich wegglijden.
Nog even en hij zou over de reling geduwd worden. Hij zag het
glinsterende bassin onder zich. Hijgend richtte hij zijn knie op en
stootte Elvinta in haar buik. Ze snakte naar adem en wankelende
achteruit. Maartin draaide zich opzij.”
Elvinta
Norbertina Guinevere Emily Craay, wordt in het boek niet echt
afgeschilderd als een prettig mens. Zij komt heel schijnheilig over.
Voorts is ze ook nog een beoefenaarster van de zwarte magie waardoor ze
het label van slechte en kwaadaardige heks krijgt opgekleefd. Gelukkig
wint uiteindelijk het goede over het kwade.
3) Het
thema + fragmenten:
Het boek
gaat over de opmars van de zwarte magie en de gevaren die erbij horen.
Het feit dat kernenergie wordt gebruikt toont volgens mij aan dat de
mens nog lang niet alle gevaren van deze enorme kracht kent en ze daarom
gemakshalve ‘duivels’ noemt.
Aan het
eind van het verhaal staat er duidelijk in de tekst de passage ‘één van
de vijf’. Deze zin wijst op de vijf verschillende jongeren die de kracht
hebben om het kwaad tegen te houden. De vijf verschillende personages
komen in een pentagramreeks aan bod. Het pentagram is tevens het
stersymbool van de duivel.
Fragment1:
“Eén voor
één kwamen de skeletten van de dinosaurussen tot leven. Ruiten gingen
aan diggelen. Beenderen ratelden over het marmer van de mozaïekvloer.
Verstijfd van schrik zag Martin dat ook de staart van de diplodocus
begon te trillen. De diplodocus! Een enorm beest, het grootste dat ooit
op aarde geleefd had. De staart alleen al was meer dan zes meter lang.
Ook de poten begonnen nu te bewegen en de nek en…”
Fragment2:
“Diep
onder de grond gleden de regelstaven langzaam uit het reactorvat. De
neutronen wentelden er rond met een snelheid van honderden kilometers
per seconde. Ze raakten elkaar en explodeerden, waardoor een orkaan van
hitte vrijkwam.
Met de
regelstaven kwam ook de Duivelsklem vrij.”
4) Mening
op basis van argumenten:
In mijn
mening kan ik haast niet objectief zijn, omdat ik een echte Horowitz
liefhebber ben geworden. Ik hou van dit genre. Het sinistere in zijn
boeken heeft me altijd aangesproken en dat zal altijd wel zo blijven. Ik
zie me dus verplicht om hier en nu te stellen dat ik aan ‘de meester’
nooit afbreuk zal doen.
Ook dit
boek, dat alweer eens met kernenergie te maken heeft, kon ik in één ruk
uitlezen. Het lijkt alsof de auteur alweer wil waarschuwen voor de
gevaren van de nucleaire macht, zij het op een andere manier dan Jos
Vandeloo dat deed.
Fragment:
“De atoomwolk schrompelde in elkaar, werd het
gat ingezogen. Vóór de paddenstoel zich helemaal had kunnen ontvouwen,
was hij alweer verdwenen. Ook de rook werd opgeslokt in het gat dat het
monster in de poort geslagen had.
Het vuur
sloot het monster in. Een draaikolk van licht wentelde om het schepsel
heen en sleurde het mee naar beneden.
Met een
gesmoorde kreet verdween het in de diepte. Het gesmolten rood op de
vloer flakkerde op, werd zwakker en verdween. De zwarte en witte
vlakken tekenden zich steeds duidelijker af op de vloer. Van het monster
was geen spoor meer te bekennen. De Duivelsklem had zich weer gesloten.”
5)
Bruikbaarheid in de klas:
Zoals je
met elk boek kan, zou je alweer de leerlingen per week of per maand een
hoofdstuk laten lezen om het later in de les te bespreken. Naarmate het
verhaal vordert komen meer en meer aspecten van de hekserij aan bod. Het
zou dan ook niet oninteressant zijn om de leerlingen hier een
spreekbeurt over te laten maken. Tot op heden kan je meer dan genoeg
informatie vinden over dit onderwerp. Denk maar aan de nieuwe heksen in
Duitsland, of bijvoorbeeld de zomerzonnewende die elk jaar opnieuw wordt
gevierd te Stonehenge. Maar wat me nog belangrijker lijkt, is die
eigenaardige zin in het boek ‘één van de vijf’. Deze zin slaat dus op
het feit dat er vijf jongeren zijn die over de kracht beschikken om het
kwaad tegen te houden. In deze reeks van vijf boeken, het pentagram, kan
je hen dus ontmoeten. Het enige probleem is natuurlijk dat de leerlingen
de boeken nog moeten lezen. Het is dus aan de leerkracht om de
leerlingen warm te maken…
|