Het Gouden Ei
Tim Krabbé
Inhoud
Het
verhaal begint wanneer Rex Hofman en Saskia Ehlvest onderweg zijn naar
hun vakantiehuisje aan de Middellandse Zee. Onderweg hadden ze wat ruzie
en Rex stopte bij een TOTAL-benzinestation aan de autoroute om te
tanken. Daar begroeven ze twee muntjes onder een paal als aandenken en
om hun liefde aan elkaar te betuigen. Eerst ging Saskia wat te drinken
halen, want daarna zou zij gaan rijden.
Drie jaar geleden, tijdens hun
eerste vakantie, was hun benzine op geweest en daarom had Saskia drie
uur lang in de auto moeten blijven wachten tot wanneer Rex terugkwam. De
beklemming in het kleine zwarte hok van de auto had haar helemaal
overstuur gemaakt, het herinnerde haar aan haar nachtmerrie over het
Gouden Ei.
'Toen ze klein was had ze wel eens
gedroomd dat ze opgesloten zat in een Gouden Ei dat door het heelal
vloog. Alles was zwart, ze zag niet eens sterren, ze zou er altijd in
moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. Er was maar een hoop. Er vloog
nog zo'n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze
allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal is
immens groot.
Saskia kwam niet terug wanneer ze
haar drankje ging halen en Rex ging naar de servicewinkel en vroeg aan
iedereen of ze zijn vriendin hadden gezien. Vervolgens belde hij hun
hotel en de politie, maar Saskia was en bleef vermist en niemand wist
waar ze was gebleven.
'Rex wilde Lieneke, de vrouw die hij
na 9 jaar wachten ten huwelijk had gevraagd op een vakantie, eerlijk
vertellen hoe hij over Saskia dacht: "Als ze terug kwam zou ik bij jou
blijven, maar als ik terug mocht naar dat benzinestation, dan zou ik dat
doen."
's Nachts merkte Lieneke dat Rex een
nachtmerrie over het gouden ei had.
In 1950 was Raymond Lemorne zestien
jaar. Hij vroeg zich af wat er gebeurde als hij van een flat af zou
springen. Het idee van de sprong was bij hem opgekomen; hoe kon hij
anders dan door te springen te weten te komen of hij de mogelijkheid had
om te springen? Dus hij sprong en lag zes weken in het ziekenhuis.
Eenentwintig jaar later kwam er een dergelijk idee in hem op. Hij was
leraar scheikunde, getrouwd en hij had twee dochters. Op een dag redde
hij een klein kind van de verdrinkingsdood. Maar zou hij nu ook in staat
zijn om een misdaad te plegen? Hij maakte een plan: hij maakte een pot
chloroform en zette deze op de zolder van zijn afgelegen vakantiehuisje.
Hij kocht een oud matras en een pistool. Hij wilde zijn slachtoffer, dat
volgens hem een buitenlandse vrouw moest zijn, meelokken in de auto en
haar naar z'n huisje brengen. Na heel veel voorbereidingen en mislukte
experimenten vond hij de beste manier: bij een tankstation langs de
Autoroute zou hij, met zijn ene arm in een mitella, aan een vrouw vragen
of zij hem wilde helpen bij het aankoppelen van zijn aanhangwagentje.
Dat ging nog een paar keer mis, omdat niemand in zijn auto durfde te
stappen om naar het eind van de parkeerplaats te rijden.
Ondertussen schoot Lemorne nog twee
kampeerders dood die op zijn grasveldje waren gaan staan. Op een keer
lukte het bij toeval dan eindelijk: een Nederlands meisje zag hem spelen
met een sleutel waarop een R stond. Ze vroeg hem of ze er een kon kopen
en hij zei dat hij er vertegenwoordiger in was en een hele lading in
zijn auto had liggen. Ze ging met hem mee; hij bedwelmde en ontvoerde
haar. Acht jaar later was Rex een opsporingsactie gestart. Hij had grote
advertenties laten zetten waarin hij degenen die toentertijd bij het
tankstation of daarna Saskia gezien hadden, opriep hem te schrijven. Er
kwamen verschillende brieven uit Frankrijk, maar er zat er geeneen bij
die uitsluitsel gaf over Saskia's geheimzinnige verdwijning. Op een
ochtend kwam er een vreemde man op Rex af, die zich voorstelde als
Raymond Lemorne. Rex herkende hem als de man met de mitella die hij op
het tankstation had gezien. Lemorne wilde precies vertellen wat er was
gebeurd, maar op maar een manier: door Rex hetzelfde te laten ondergaan.
Rex wist dat hij dan dood zou gaan; toch ging hij akkoord. Ze reden naar
het benzinestation. Daar moest Rex koffie met een slaapmiddel drinken.
Daarna vertelde Lemorne wat er was gebeurd. Toen Rex wakker werd, lag
hij op een matras in een doodskist. Lieneke zocht Rex, maar hij was weg
en kwam nooit meer terug. Van Saskia en Rex werd nooit meer iets
vernomen.
Mening
Ik had van mijn zus gehoord dat Het
Gouden Ei een spannend en gemakkelijk leesbaar boekje was, en ik had
reeds de film over het boek gelezen, vandaar mijn keuze voor het boek.
Nadat ik het gelezen had was ik het volledig met Karen eens. Het is
inderdaad erg spannend, vooral vanwege het raadsel wat er nou eigenlijk
met Saskia is gebeurd. Dit wordt langzaam aan duidelijk. Ik vind het ook
goed hoe de, in het begin totaal verschillende verhalen van Rex en
Lemorne, uiteindelijk bij elkaar komen.
Schrijver
Tim Krabbé werd geboren in 1943.
Hij schrijft o.a over schaken en wielrennen, twee sporten die hij zelf
ook fanatiek heeft beoefend (Nieuwe schaakcuriosa, 1977, De renner,
1978, 43 wielerverhalen, 1984). Krabbe debuteerde in 1967 met de
psychologische thriller De werkelijke moord op Kitty Duisenberg. Hij
schrijft ook gedichten (Vijftien goede gedichten, 1974) en verhalen (De
stad in het midden, 1978).
|