1. Genre
Fictie: 10-12 jaar
Fictie: het verhaal kan echt gebeurd zijn
2.Thema
Het boek gaat over een sekte die ten val moet worden gebracht.
3.Personages
Naam: Céline
Beroep: student
Uiterlijke beschrijving: donkere ogen, tamelijk klein
Karakter: neerslachtig, goedwillig, chagrijn, kritisch, openhartig
Naam: Aart keizer
Beroep: gepensioneerd commissaris
Uiterlijke beschrijving: grijs haar, al meer dan 60 jaar
Karakter: niet echt zelfzeker, hij heeft veel vertrouwen
Naam: Leo Wagenaar
Beroep: inspecteur
Uiterlijke beschrijving: zeer groot, grote oren
Karakter: slim, heeft een groot uithoudingsvermogen, gehoorzaam
Naam: Valentijn de Boer
Beroep: student
Uiterlijke beschrijving:
Karakter: 1e deel: zielig, in zichzelf gekeerd, pessimistisch, slap,
onredelijk, onhandelbaar, geeft het vlug op, ondankbaar 2e deel:
optimistisch, ondernemend, eerlijk, voor rede vatbaar, handelbaar,
doorzettend, dankbaar
Naam: Paul van Ravenswaai
Beroep: student
Uiterlijke beschrijving: groot, sterk, grote voeten
Karakter: koppig, geduldig, zelfzeker, heeft een zeer groot
uithoudingsvermogen
Naam: Josje van Duivenbode
Beroep: student
Uiterlijke beschrijving: grote vlechten, bruine ogen, rossig, op
iedere wang 7 sproeten
Karakter: nieuwsgierig, vriendelijk, slim, intelligent
3.Korte inhoud
Art Keizer is een gepensioneerde commissaris in Amstererdam, toen hij
nog commissaris was ontmoette hij iemand waarvan zijn kind in de living
zoals was gegaan, nu wil hij alles doen om die sekte ten val te laten
brengen. Hij wil 3 mensen laten infiltreren om alles te weten over die
sekte, hij vraagt het dossier op van Valentijn de Boer, Paul van
ravenswaai en van zijn kleindochter Josje de Duivenbode. Hun ouders
stemmen toe en ze gaan alle drie apart naar de sekte en worden
opgeschreven bij de lijst van het toelatingsexamen, het is een
hersenspoeling, ze schelden je om het hardst uit en dan zegt de
voorziener (Willem de Vries) dat ze dode zielen zijn en dat ze levende
zielen kunnen worden als ze dit toelatingsexamen ten einde brengen.
Valentijn, Paul en Josje brengen dagelijks verslag uit, Paul gelooft wat
de voorziener zegt, omdat ze het door hadden dat Valentijn een spion was
werd hij uit de sekte gezet maar hij mag wel nog een contactpersoon
spreken over de sekte, hij koos Céline, ze hadden het ook door dat Josje
een verader was en daarom lieten ze Josje bij de sekte laten wonen, ze
lieten haar keihard werken, het licht moest aanblijven als ze sliep en
er werd wekamine in haar eten gedaan. Ze kwam weken niet naar de
afgesproken plaats, Art haalde er Leo Wagenaar bij, hij was een vroeger
hulpje van de ex-commissaris, Leo ging via het dak van de buren met een
zelfgemaakte gootverplaatser naar de kamer van Josje, de volgende keer
gingen ze naar de kamer van de voorziener en onderzochten alles behalve
een kast waar er een groot slot op zat. Josje moest de code weten te
vinden van het slot, toen ze eropkwam dat het de datum moest zijn van de
startdatum van de sekte vroeg ze aan Valentijn om aan Céline te vragen
of ze zou vragen aan de voorziener wanner de sekte begonnen was, ze
vroeg het op de spreeknamiddag en Josje ging naar de kamer van de
voorziener en het slot ging open, er zaten dozen vol met munten in, maar
Martha had het gezien en ze werd opgesloten in haar kamer, ze kon
ontsnappen via de gootverplaatser van Leo en ging naar Art om het te
zeggen wat er in de kast zat. Toen besloten ze dat Valentijn moest
vragen aan Céline om te vragen aan de voorziener wat hij vindt van geld.
Céline deed het en toen ze het vraagde zei de voorziener dat geld smerig
en nutteloos was, toen de voorziener dat zei gooiden Valentijn en Leo
die binnengekomen waren d.m.v. de gootverplaatser de al de dozen met
muntstukken naar beneden die in de dozen zaten, de voorziener raapte
alles op en besefte dat hij verkeerd was en de sekte was ten val
gebracht. Valentijn deed nog een toespraak dat ze goede vrienden moesten
blijven maar dat ze voor zichzelf moeten denken en niet de voorziener
voor hem. 4. Stijl en plaats
1. waar en wanneer speelt het verhaal zich af?
 Het verhaal speelt zich af in onze tijd
 Het verhaal speelt zich af in Amsterdam
2. Gebruikt de auteur flashbacks?
 Nee, de auteur gebruikt geen flashbacks
3. is er een chronologische volgorde in het verhaal
 ja, er is een chronologische volgorde want het verhaal wordt
in juiste volgorde verteld
6. Titel
De titel ‘Gevangenis met een open deur’ is afgeleid van de woorden
die Willem de Vries zegt bij elke nieuwe lichting die binnenkomt nadat
ze al een deel van de hersenspoeling hebben ondergaan: “Je bent niet
gedwongen om hier te blijven, maar weet dat je ziel nu openligt en de
buitenwereld hier gebruik zal maken en je zal kwetsen!”. r openstaat.
7. Kritiek
Positief: het boek kan echt gebeurd zijn het is een boeiend en
leerrijk boek over een sekte, het boek is doorgaans wel goed te lezen,
je leert heel wat bij over sektes
Negatief: het kan bijna niet dat ze op hun eentje de hele sekte ten
val laten brengen, soms wel moeilijk geschreven
8. Stijl
1. moeilijke woorden
Revue: een show bestaande uit een aaneenschakeling van zang dans en
toneel
Overdenking: het overdenken, waar men over denkt
Hunkeren: sterk verlangen
Arrogantie: aanmatiging
Weerzinwekkend: sterke tegenzin, afschuw opwekken
Komisch: de lachlust opwekken, vooral door tegenstelling
Verstomden: spraakloos worden
Verbijstert: in de war, van streek gebracht
Hartstocht: sterke drang van de zinlijke natuur
Typoscript: getypt stuk kopij
2. tekenende werkwoorden
Céline praatte veel met haar vrienden van de sekte.
Haar vader en moeder gingen naar het gemeentehuis om te vragen of er
niks aan te doen was. Snel, maar op hun tenen liepen ze naar binnen en
sloten de deur achter zich.
3. herhalingen
Hij sliep en sliep.
Gezellig, vond hij. Wel gezellig, vond hij, maar hij mistte ook de
slecht smakende koffie uit de automaat, haastig geslurpt samen met zijn
inspecteurs.
4. vergelijking
Zware, wijnrode gordijnen.
Het is verbazend hoe groot de kracht van woorden is, zei hij. En dus
ook hoe gevaarlijk woorden kunnen zijn. Hoe ze misbruikt kunnen worden.
Ze zijn scherper dan een bajonet, trefzekerder dan een mitrailleur,
zwaarder dan een tank.
5. personificaties
Hij had schoenmaat zevenenveertig en zijn spierbundels bolden onder
zijn overhemd. En als het plan slaagde zou die misschien uit zijn
cirkelgang kunnen worden gehaald.
Gemaakt door steven blomme