Start
Omhoog

  Elckerlijc
Titel: Elckerlijc (+/- 1475)
Elckerlijc tekst en vertaling, Uitgeverij Taal & Teken, Leeuwarden, eerste druk 1983, ISBN 9066200162

 

Gegevens over de auteur:
Men weet niet zeker wie de auteur is. In een Latijnse vertaling van de Elckerlijc (de Homulus, 1536) wordt Petrus van Diest als auteur van het Middelnederlandse voorbeeld genoemd. Er wordt verondersteld dat hij dezelfde zou zijn als Petrus Dorlandus (1454-1507) de vicaris van het Karthuizerklooster bij Diest in Vlaanderen. Als Petrus Dorlandus wel de auteur is, moet de Elckerlijc na 1475 geschreven zijn.

 

Tijd/stroming:
Het is een Middeleeuws boek. Het handschrift dateert uit +/_ 1495. De Elckerlijc is een geestelijk toneelstuk, een moraliteit. Er wordt een bepaalde levensles en geloofswaarheid verkondigd. De personages zijn geen mensen van vlees en bloed, maar symbolische figuren. God neemt een belangrijke plaats in het leven van de mensen in de Middeleeuwen. Zo ook in de boek.

 

Genre:
Het is een Middeleeuws geestelijk toneelstuk. Een moraliteit.

 

Personages:
Het zijn geen echte personages, maar symbolische figuren.
Elckerlijc staat voor Iedereen, elk mens.
God is gewoon wel God, Christus.
De Dood is de bode van God. Hij draagt de mensen op om rekenschap af te leggen voor God.
Vriendschap staat voor de Vrienden van Elckerlijc.
Verwanten en Familie staan voor de Familieleden van Elckerlijc.
Bezit staat voor de Aardse Bezittingen van Elckerlijc.
Inkeer staat voor het Tot inkeer komen, tot kennis van het ware komen.
Deugd staat voor het Goede in de mens.
Biecht staat voor het boetedoening, het biechten.
Wijsheid staat voor de Levenswijsheid, het gezonde verstand.
Vijf Zinnen staan voor het menselijke waarnemingsvermogen.
Kracht staat voor Spierkracht en Moed
Schoonheid staat voor de Uiterlijke schoonheid.

 

Thematiek/motieven:
Het thema is de confrontatie met de Dood. Iedereen gaat dood en komt er niet onderuit.
Het berouw hebben, komt ook sterk naar voren. Heb berouw van je zonden zodat je zuiver voor God kunt verschijnen.
Ook komt sterk naar voren dat de mensen waar je het sterkst op vertrouwd, zij je het eerst laten vallen. Als de nood aan de man komt…… Uiteindelijk denkt iedereen eerst aan zichzelf.

 

Tijd:
Het boek is uit de Middeleeuwen. Het speelt zich niet in een bepaalde tijd af. Het kan zich altijd afspelen. Bij iedereen. De vertelde tijd is een dag. Het boek is chronologisch verteld met hier en daar slechts een flash-back hoe Elckerlijc heeft geleefd.

 

Ruimte:
Eerst speelt het zich even in de hemel af, daarna op aarde. Maar niet in een bepaalde plaats.

 

Perspectief:
Het is in toneelvorm geschreven. Alle personen spreken dus in de ik-vorm.

 

Samenvatting:
God roept de Dood bij zich om naar de Aarde te gaan om Elckerlijc rekenschap af te laten leggen. Hij kan het niet meer aanzien hoe Elckerlijc (iedereen dus) meer waarde hecht aan de hoofdzonde dan aan God. Elckerlijc vraagt de Dood om uitstel, maar dat kan hij niet geven. Als de Dood omkoopbaar zou zijn, dan zou de wereld aan zijn voeten liggen. Hij krijgt een dag te tijd, om alles bij elkaar te rapen om uiteindelijk na de hemel te gaan. Maar hij mag iemand meenemen op zijn reis. De reis waarvan je nooit meer terugkeert. Eerst probeert hij Vriendschap. Vriendschap die hem altijd trouw was. Was, want Vriendschap wil de reis niet maken. Hij kan immers nooit meer terug. Dan probeert hij Familie en Verwanten. Zij staan immers het dichts bij hem, maar ook zij laten het afweten om mee te gaan op zijn reis. Dan vraagt hij Bezit. Bezit heeft hij altijd liefgehad, maar ook Bezit laat het afweten. Niet omdat hij niet wil, maar omdat dat een slechte indruk zou maken voor God. De liefde voor Bezit is in strijd met Gods wil. Bezit is de dief der zielen. Als Elckerlijc er niet meer is, zal hij iemand anders weer op het verkeerde pad brengen. Wanhopig wend hij zich tot de Deugd. De Deugd is zwak, maar helpt hem en blijft bij hem, tot de dood. Deugd stuurt Elckerlijc naar Inkeer. Inkeer zorgt ervoor dat Elckerlijc boetedoening doet bij de Biecht. Daardoor is de Deugd ook sterker geworden. De Deugd zegt dat hij nog drie belangrijke personen mee moet nemen. Dat zijn Wijsheid, Kracht en Schoonheid. Ook moet hij de Vijf Zinnen meenemen. Elckerlijc gaat op advies van Inkeer naar een priester en gaat zijn Heilige Communie halen en Oliesel. Wijsheid, Kracht, Schoonheid en de Vijf Zinnen beloven elk om trouw te zijn en mee te gaan en hem te helpen, maar zo gauw Elckerlijc het graf laat zien, een kuil, waar ze naartoe moeten, haken ze allemaal af. Behalve Deugd, zij blijft hem trouw. Net als Inkeer die tot zijn dood hem heeft bijgestaan en haar taak heeft volbracht.
Zo zie je, dat wat het dichtste bij hem stond, zoals Vriendschap, Familie en Verwanten, op wie je altijd zou kunnen rekenen, hem in de steek laten. Net zoals dat wat vergankelijk is ( Schoonheid, Kracht, Wijsheid, Vijf Zinnen) laat hem ook in de steek. Behalve de Deugd die werkelijk en blijvend van belang is. Wat als men zelfs de Deugd niet mee in het graf kan nemen? Hoe kun je dan rekenschap afleggen bij God. Dan verga je van pijn en verdriet. Het boek verteld dus eigenlijk dat je de strijd tegen de Zonden aan moet gaan en zuiver voor God moet verschijnen.

Gemaakt door Diana van Ringelenstein

 

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.