EEN LEGIOEN IN DE VAL
PAUL KUSTERMANS
Geschreven door Laurent
Vincent

1) Inhoud:
Dragix en Durau zijn
twee Gallische jongens die lid zijn van de Eburoonse koninklijke
familie.
Bij de aanvang van het
boek blijkt dat de Eburonen net een slag tegen de naburige Atuateken
verloren hebben. Daarom werden Dragix en Durau als gijzelaars meegenomen
naar de koninklijke hoeve van de Atuateekse stam.
Het is inmiddels al 57 voor Christus en de
Romeinse veldheer Julius Caesar is volop bezig met de Gallische stammen
aan Rome te onderwerpen. Nadat Caesar al enkele Gallische koninkrijken
overwonnen had maakte hij nu aanstalten richting Atuateken. Alvorens de
Atuateken aan te vallen verpulverde hij eerst de Nerviërs die ten zuiden
van de Eburonen en te noorden van de Atuateken leefden. Onmiddellijk na
de winter gingen Caesar zijn legioenen richting Atuateeks grondgebied.
Aanvankelijk sloten de Atuateken een vredesverdrag met Caesar af, maar
na een vergadering besloot de koning met zijn hoofdmannen om de Romeinen
’s nachts aan te vallen. Een van hun problemen was echter het feit dat
de beide Eburoonse koningszonen, die eigenlijk neven waren, al gedurende
enkele maanden de Atuateekse koningshoeve en alles daar rondom zaten te
bespioneren zodat ze dit aan Odan, de Eburoonse boodschapper, konden
verder vertellen. Hun andere kopzorg zat hem in het feit dat de
Atuateken op uitdrukkelijke vraag van Caesar alle wapens onschadelijk
moesten maken. De Romeinen hadden ook een inventaris kunnen opmaken van
alle aanwezigheden in de koningshoeve. Terwijl de Atuateken deze snode
plannen aan het smeden waren hadden Dragix en Durau reeds mogen kennis
maken met de ongelooflijke discipline van de Romeinse strijdkrachten. Ze
beseften al gauw dat zowel de Atuateken als de Eburonen geen schijn van
een kans zouden maken tegen deze ‘roodpluimen’ waarvan 1 legioen
ongeveer 9.000 man sterk was. Ook Rochanan, een Atuateekse koningszoon,
begreep dit maar al te goed en riep daarom de hulp in van het Eburoonse
leger. Dragix en Durau bedankten echter voor deze uitnodiging in naam
van de Eburoonse stam. Hun voornaamste reden was eigenlijk het
wraakgevoel omdat ze als gijzelaars vastgehouden werden in de
koningshoeve van de vijand.
Na de eigenlijk strijd,
wanneer het licht de voorwerpen weer duidelijk zichtbaar maakten, bleek
dat de Atuateken compleet van de kaart geveegd waren. De Eburonen waren
na 2 jaar van hun bezetter verlost. Toen de Romeinen de Atuateekse
koningshoeve kwamen inspecteren namen ze Dragix en Durau mee naar
Caesar. Na een formeel gesprek mochten de twee terug naar hun stam
keren, begeleid door een Romeinse escorte waaronder zich ook een
tribuun, Marcus Scalpula genaamd, bevond.
De Romeinse escorte werd
in de koningszaal ontvangen. De Eburoonse vorsten, Ambiorix en
Catuvolcos besloten al gauw een pact te sluiten met de machtige Romeinse
veldheer.
Toen Dragix en Durau hun
eigen koningshoeve binnenstapte stormde de stiefzus van Dragix, Birgit,
op de twee koningszonen af. Al gauw bleek dat Birgit het wel héél goed
vinden kon met Durau. Maar voor Durau lag er nog een kaper op de kust,
namelijk Marcus de tribuun, die in het grauwe en grijze Gallië
wegkwijnde. Hij ondernam wel verschillende versierpogingen, maar Birgit
hield telkens weer de boot af.
De beide koningszonen
hadden van Ambiorix de opdracht gekregen om met de tribuun op te trekken
om daardoor veel over de Romeinen te weten te komen.
Op de Belenosnacht, de
nacht van het nieuwe licht, wou Durau zijn kans wagen, maar toen hij
Birgit wou aanspreken dook Marcus met een arrogante glimlach op zijn
gezicht op. Durau was woedend op zichzelf, maar vooral op Marcus die
tijdens een Gallisch feest zijn vriendin kwam inpikken. Achteraf kwam
Birgit ook tot het besef wat er eigenlijk gebeurd was, maar dat kon niet
verhinderen dat Durau Marcus wel kon vermoorden.
Enkele jaren
verstrijken. Op een dag melden enkele Eburoonse bodes dat Germaanse
plunderaars het grondgebied aangevallen hadden. Caesar stuurde
onmiddellijk een legioen om deze barbaren een lesje te leren. Dit alles
gebeurde onder protest van Ambiorix omdat zijn manschappen al ruime tijd
geen veldslag meer gestreden hadden. Caesar liet Ambiorix daarom toe om
een eliteleger zijn legioen te laten vergezellen. De Germaanse
plunderaars werden door de Romeinse en Eburoonse strijdkrachten volledig
uitgemoord, zelfs de vrouwen en kinderen werden vernietigd.
Een nieuwe winter was in
aantocht, de oogst was mislukt en aangezien de Romeinen jaarlijks een
deel van de oogst opeisten als vergoeding voor hun bescherming heerste
er een hongersnood.
Pas wanneer er een ever
gesignaleerd was trokken de troepen nog eens op jacht. In het bos
troffen ze de ever aan. Het was een uit de kluiten gewassen mannelijk
exemplaar.
De bedoeling was dat
Dragix deze ever zou doden, maar op het moment dat Dragix wou aanvallen
werd hij verrast door het geluid van een Romeinse hoorn, meerbepaald de
hoorn van Marcus. Dragix viel en brak zijn nek.
Al gauw zag Marcus, die
op een heuvelkam stond, in wat hij veroorzaakt had en zag zich
genoodzaakt te vluchten voor de Eburonen die inmiddels de jacht op
Marcus geopend hadden.
Alvorens naar het
Romeinse kamp te vluchten ging Marcus naar de Eburoonse koningshoeve
waar hij Birgit opzocht en haar vervolgens vroeg om samen met hem naar
Rome te gaan. Zij weigerde echter, er ontstond een ruzie waarbij Birgit
ten val kwam. Marcus verkrachte haar terwijl ze half bewusteloos op de
grond lag.
Ambiorix was woest op de
Romeinen omdat zij verantwoordelijk waren voor de dood van zijn zoon.
Pas toen hij zag dat de Romeinen door de schaarse voedselvoorraden zich
moesten opdelen in 8 legers bereidde hij de aanval voor.
Ondertussen bleek Birgit
zwanger te zijn. Als reactie bevroor ze haar relatie met Durau tot na de
bevalling.
Via een list kon
Ambiorix het 14de legioen in een strategisch gelegen vallei
lokken. De Eburonen kozen resoluut voor de aanval en het volledige 14de
legioen, inclusief Marcus, werd uitgemoord. Caesar ging echter enkele
dagen later al in de tegenaanval en verpletterde de Eburonen, de
Nerviërs en alle andere Gallische stammen die in opstand waren gekomen.
Koning Ambiorix werd
tijdens deze vergeldingsactie levensgevaarlijk verwond en stierf kort
daarna. Durau en Birgit begroeven tijdens hun vlucht Ambiorix op een
geheime plaats, maar Durau hield wel zijn mantel bij zich. Op weg naar
een Eburoonse hoeve beviel Birgit van een dochter. Na enkele dagen rust
trokken beiden verder. Durau gebruikte de mantel van Ambiorix om in de
bossen mee rond te rijden zodat er een legende ontstond van een
‘ongrijpbare Ambiorix’.
2) De hoofdpersonages + evolutie
in het boek:
Dragix, Durau en Birgit waren allemaal lid van de
koninklijke familie. Dragix en Durau zijn altijd al twee goede maatjes
geweest.
Op het einde van hun puberteit werden de twee
koningszonen als gijzelaars meegenomen. Door deze ervaring leren ze op
relatief korte tijd enorm veel bij. Ze verliezen allebei hun speelse
gewoonten en worden heel wat volwassener. Dragix lijkt voorbestemd te
zijn om de nieuwe leider van de Eburonen te worden. Hij heeft het vuur,
de kennis en het strategisch inzicht in hem om de nieuwe koning te
worden. Liefde bleek voor hem bijzaak te zijn.
Durau daarentegen is
heel wat rustiger, maar voor zijn geliefde zou hij wel moorden.
Birgit tenslotte is niet
echt het hoofdpersonage bij de aanvang van het verhaal, maar kort na
haar introductie in het boek blijkt zij de zielsverwante van Durau te
zijn.
3) Het thema + 2 fragmenten:
Wanneer je de titel leest kan je al uitmaken dat
dit boek handelt over de Romeinse beschaving. Het boek speelt zich
meerbepaald af in de periode waar Julius Caesar de Gallische stammen
een voor een onderwerpt.
Vb: “…Ze riepen en vroegen door elkaar en
pas toen de eerste ruiter aanstalten maakte om te antwoorden, werden ze
stil. ‘Heer Veneran zendt ons met een boodschap voor zijn zoon Ogarin,
de heer van de Vesting. Het leger volgt op een halve dagreis.’ Zijn stem
daalde. ‘Er is een slag geleverd tussen de Nerviërs en de Romeinen, maar
onze krijgers hebben daaraan niet deelgenomen. Het was allemaal al
voorbij toen we aankwamen.’…”
Vb: “…Caesar heeft de grijsaards, de
kinderen en de vrouwen van de stam van de Nerviërs vrede beloofd. Hij
heeft ze laten terugkeren naar hun woonplaatsen. Zij mogen hun
haardvuren branden, hun akkers bezaaien en bewerken en hun vee hoeden,
voor zover zij daarvoor nog armen ter beschikking hebben. Daarna is hij
met zijn legioenen opnieuw op mars gegaan. Hij komt nu recht hierheen….”
4) Mening:
Voor mij was dit boek een leuke ‘versnapering’.
Ik meen wel te denken dat het wel best een leuk boekje is wanneer je
interesse toont voor de geschiedenis. Vooral de verschillende Gallische
stammen zijn heel interessant. Daarom heb ik ook een tekeningetje
bijgevoegd.
Ik moet wel onmiddellijk zeggen dat ik het boek
afraad voor wie totaal geen interesse heeft voor dit genre boek.
(klassieke oudheid)
5) Kan je met het
boek iets aanvangen in de klas?
Het ligt voor de hand
dat je met een dergelijk werkje wel wat aanvangen kan. Vooral in de les
geschiedenis wel te verstaan. Ik vind het zelfs ideaal omdat je de
leerlingen kan aantonen dat het Gallische rijk niet in 1 dag verslagen
werd. Ook de belichting op de verschillende stammen, met hun onderlinge
rivaliteit, is best leuk studiemateriaal omdat er naar mijn inziens nog
al te vaak een beeld gevormd wordt van het grote Gallische rijk met
slechts 1 koning.
|