Start
Omhoog

  DE LIFTSTER

THEO HOOGSTRAATEN

 Geschreven door Laurent Vincent

 

1) Inhoud:

Het was zomervakantie en Rino en Melanie, een Nederlands koppeltje, hadden besloten om met de wagen naar Rino’s tante in Zwitserland te reizen.

Het duo was nog maar net vertrokken toen ze al een liftster opmerkten langs de snelweg. De liftster, Anouk, was eveneens op weg naar Zwitserland waar zij nog wat ‘zaakjes’ afhandelen moest.

Onder hevig protest van Melanie besloot Rino toch om Anouk een lift te geven omdat zij een deel van de benzine zou betalen.

Op dat moment sloeg het noodlot de eerste maal toe onder de vorm van autopech. Anouk, die duidelijk wel wat kaas gegeten had van automechanica, kon vrij snel vaststellen dat de aandrijvingriem dringend aan vervanging toe was. Het gegeven dat Anouk het probleem in een oogwenk kon lokaliseren zette kwaad bloed bij Melanie omdat zij aanvankelijk furieus had gereageerd tegen de lift van Anouk en nu moest besluiten dat zij het was die hulpeloos in de wagen bleef zitten.

De wagen kon echter niet onmiddellijk hersteld worden zodat er een takelwagen aan te pas moest komen om ‘onze drie vrienden’ van de openbare weg te helpen. Het trio besloot om de wagen ’s anderendaags te laten herstellen en ondertussen de nacht op een camping in de buurt door te brengen.

Inmiddels begon Anouk Melanie steeds meer te irriteren. Vooral de manier waarop Anouk Rino trachtte in te palmen kon zij moeilijk verkroppen.

Deze spanningen kwamen ook meer tot uiting in de relatie van Melanie en Rino. Melanie ergerde zich haast aan alles wat Anouk deed of zei, terwijl Rino totaal geen aandacht schonk aan de argumenten van Melanie.

Melanie werd ook steeds achterdochtiger ten opzichte van Anouk en besloot daarom om haar rugzak, die zij net voor ze de wagen instapte in de koffer had gelegd, even te onderzoeken.

In deze rugzak zat een enorm aantal bankbiljetten en een revolver. Melanie wist nu dat haar intuďtie haar gelijk had gegeven. Toch besloot ze om Rino niet in te lichten omdat hij haar argumenten ogenblikkelijk in de lucht zou slaan.

De volgende dag bereikte Melanie haar jaloezie een hoogtepunt. Melanie verkocht Anouk een muilpeer waarna ze zowel Rino als Anouk ter plekke liet stikken. Na enige tijd merkte Melanie dat ze nog steeds in het bezit was van Rino’s autosleutel.

Ze besloot om terug te gaan om Rino, maar vooral Anouk, een hak te zetten. Eens terug op de camping aangekomen merkte ze dat Rino en Anouk er niet waren. Ze liep naar de parking en zag de wagen staan. Ze opende het portier en vernietigde de boordocumenten van de wagen. Daarna opende ze de kofferruimte en nam Anouks rugzak uit de koffer. Melanie nam een deel van Anouks geld uit haar rugzak en stopte het in de hare. Vervolgens deed Melanie de wagen terug op slot waarna ze zowel de boordocumenten als de autosleutels in de struiken gooide.

Melanie bezat nu zodanig veel geld dat zij besloot om een solovakantie te maken. Haar vakantie was echter van heel korte duur omdat zij in het nabijgelegen dorp betrokken raakte in een auto-ongeluk. Als gevolg van deze aanrijding was Melanie nu buiten bewustzijn en diende afgevoerd te worden naar het ziekenhuis van Aarlen voor een medische controle.

Toen Melanie terug bij haar positieven kwam kon ze vaststellen dat ze aan het auto-ongeluk een gebroken been en een licht gehavende schouder had overgehouden.

Melanie werd nerveus toen ze zag dat haar kleren en haar rugzak weg waren. Tot overmaat van ramp kwam diezelfde dag de Belgische recherche binnengewandeld.


Nadat deze twee vriendelijke agenten Melanie hadden verteld dat zij Melanie’s ouders hadden verwittigd begonnen ze haar vragen te stellen over de grote som geld die men in haar rugzak had teruggevonden. Melanie besloot om voor de korte pijn te kiezen en deed haar hele verhaal uit de doeken. Melanie slaagde er tevens in om een gedetailleerde beschrijving van Anouk te geven.

De Belgische politie faxte nog dezelfde dag het dossier naar hun Nederlands collega’s waaruit bleek dat Anouk verdacht werd in een moordzaak op een Japanner in Amsterdam. Deze feiten hadden zich enkele dagen voor dat Rino en Melanie haar hadden opgepikt afgespeeld.

De Nederlandse agenten, Mees Vink en Abdoel Achmani, die met dit onderzoek waren belast waren via Melanie te weten gekomen dat Rino en Anouk op weg naar Zwitserland waren.

Om het dossier te kunnen afhandelen besloot agent Abdoel Achmani om zo snel mogelijk het duo achterna te reizen.

Ondertussen waren Rino en Anouk aan de Zwitserse grens aangekomen. Aangezien Rino geen vignet had aangekocht om de Zwitserse wegen te kunnen berijden stelde Anouk hem voor dat zij het vignet zou gaan aankopen terwijl hij zou blijven aanschuiven aan de douanepost.

Toen het eindelijk Rino’s beurt was om langs de douanepost te rijden bleek dat zijn boordocumenten zoek waren. De douanier merkte tot overmaat van ramp op dat Rino de auto trachtte te starten zonder de autosleutel. De douanier besloot daarom Rino aan te houden om tot het fijne van dit zaakje te kunnen komen.

Na een nacht van ondervragingen kreeg Rino uiteindelijk de toelating om zijn tocht verder te zetten. Half versuft kroop hij achter het stuur en vertrok. Net voor hij de uitrit wou nemen van zijn plaats van bestemming werd hij klemgereden door een groepje Nederlanders. Rino werd stevig aangepakt door twee kleerkasten van kerels terwijl een andere kerel allerlei vragen stelde over Anouk. Rino deed opnieuw zijn verhaal en hield er slechts gelukkig een gebroken neus aan over.

Toen Rino uiteindelijk bij zijn Zwitserse tante aankwam legde hij haar uit dat hij ruzie had gemaakt met een Duitser omdat hij bang was voor de dreigementen van het groepje Nederlanders.

’s Anderdaags kreeg Rino bezoek van Abdoel. Abdoel was inmiddels op de hoogte gebracht van het feit dat Anouk vermoord was teruggevonden, maar toch besloot hij zich voor te doen alsof hij niets afwist van dit gegeven  zodat hij meer kon vernemen uit Rino’s mond.

Helaas voor Abdoel kon Rino hem niet verder helpen zodat agent Achmani op een dwaalspoor was terechtgekomen.

De volgende dag kreeg Abdoel een telefoontje van Rino. Rino was net te weten gekomen dat Anouk overleden was. Hij vertelde Abdoel dat hij naar Bern moest afreizen om het lijk te kunnen identificeren. Abdoel en Rino besloten om dit samen te doen omdat Rino behoorlijk aangeslagen was door de feiten.

Rino gaf in Bern een positieve identificatie aan het lijk waarmee de zaak nu gesloten bleek.

Enkele weken gingen voorbij. De zaak leek geklasseerd te worden aangezien onze beide agenten belast werden met een nieuw dossier. Deze keer ging het om een aanslag op een fitnesszaak waarbij er een dodelijk slachtoffer was gevallen.

Bij het ondervragen van de ooggetuigen kwamen agent Vink en agent Achmani tot het besluit dat de opgegeven beschrijving van de verdachte perfect klopte met die van Anouk. Wanneer de politie een foto toonde van Anouk kregen zij een positieve identificatie.

Ondertussen rinkelde bij Rino thuis de telefoon. Het was Anouk. Zij zou hem graag nog eens willen zien en spreken omdat zij dacht dat hij haar had gedumpt aan de Zwitserse grens.


 Rino stemde in met Anouks voorstel, maar alvorens hij naar haar toe ging contacteerde hij de politie waarbij hij hen de exacte plaats en tijd van hun afspraak doorgaf.

Anouk was de politie echter te slim af doordat zij een verkeerde locatie had opgegeven. Anouk had immers in Rino’s wagen ingebroken zodat ze enkel maar wachten moest tot hij in zijn wagen zou stappen. Wanneer Rino in de wagen stapt kwam Anouk naast hem zitten.

Anouk was nu in het bezit van haar wapen en hield Rino er onder schot mee omdat zij dacht dat hij de politie had ingelicht. Terwijl zij aan het rondrijden waren in Amsterdam vertelde Anouk dat haar tweelingzus, Minou, door dezelfde kerels die Rino hadden aangepakt was vermoord.

Daarom had zij de aanslag op het fitnesscentrum gepleegd omdat de opdrachtgever tevens de uitbater is van het fitnesscentrum. Ook de twee kleerkasten van kerels waren op het moment van de aanslag aanwezig.

Anouk verplichte Rino nu om naar Melanie te rijden omdat zij nog in het bezit was van iets dat van haar is. Helaas voor Anouk redeneerde de politie eveneens dat Anouk Melanie zou gaan opzoeken zoadat zij tijdig kon worden ingerekend.   

 

2) De hoofdpersonages + evolutie in het boek:

 De hoofdpersonages in dit boek zijn: Melanie, Rino en Anouk.

Melanie is een 14-jarig meisje die er enkele jaartjes ouder uitziet. Ongetwijfeld heeft ze door haar prille leeftijd een grote jaloezie ten opzichte van iedereen die haar vriendje Rino inpikken wil. Melanie weet dat ze snel jaloers is en verstopt dit maar al te vaak zodat op deze manier haar beginnende pubertijd niet al te vaak tot uiting zou komen.

Rino daarentegen is een brave jongen, soms te braaf voor deze wereld zou je gaan denken. Door zij naďviteit laat hij zich maar al te gemakkelijk inpalmen door Anouk. Op het einde van het boek blijkt dat Rino toch over de nodige stalen zenuwen beschikt om Anouk in de val te lokken.

Anouk is een knap meisje dat zowat van alle markten thuis is. Zij kan ook gemakkelijk haar mannetje staan waardoor menig aantal mannen vallen voor deze blondine.

Toch heeft zij een sinister ‘iets’. De stoppen slaan bij Anouk door wanneer haar zus vermoord wordt. Na haar arrestatie heeft ze berouw voor haar daden.

    

3) Het thema + 2 fragmenten:

 Het boek handelt over een Nederlandse misdadigster die op de vlucht is voor het gerecht.

Bij haar ontsnapping wordt zij onbewust geholpen door Rino en Melanie die zo vriendelijk waren om haar op te pikken toen ze stond te liften op de snelweg.

 Fragment 1:

“ De gedachten zoemden door haar hoofd, venijnig en chaotisch, als wespen die uit hun nest zijn gejaagd. Toen de stapeltjes bankbiljetten in haar gedachten opdoken, vertraagde ze haar pas. Haar hand gleed in haar broekzak. De autosleutel! Ze had hem nog! Ze kon zo bij Anouks rugzak komen. Haar hart begon sneller te kloppen. Het zou een koud kunstje zijn! Een zoetere wraak op Anouk was nauwelijks denkbaar.

Melanie begon langzaam terug te lopen. Op de parkeerplaats, bij Rino’s auto, begon de twijfel te knagen. Stel dat Anouk een goede verklaring kon geven voor het geld en de revolver. Onzin! Dat geld stonk, en het bezit van een revolver was verboden. Ze kon dus rustig wat geld meepakken. Dat was geen stelen.

Ze had de autosleutel al in haar hand, toen ze de twee jongens, over wie scheerlijn ze was gestruikeld, op zich af zag komen.

‘Ga je naar het dorp? Mogen we meerijden?’ vroeg de jongen van wie ze die ochtend alleen zijn puistige gezicht had gezien. ‘Ik ga niet naar het dorp.’ ‘Wat jammer. Dan zullen we moeten lopen, Douwe.’

‘Kun je ons niet even heen en weer rijden?’ vroeg Douwe. Hij nam haar onderzoekend op. ‘Ruzie gehad?’

Ook dat nog! Ze zagen dat ze had gejankt. Melanie veegde met de rug van haar hand over haar ogen en keek de andere kant op.

‘Hebben die twee je weer weggestuurd?’ vroeg de puistenkop. ‘Wij willen je wel troosten, hoor.’ Melanie voelde een hand op haar schouder. ‘Donder op!’ Ze sloeg de hand weg. ‘Laat me met rust, alsjeblieft!’ ”

  

Fragment 2:

“ De volgende dag verliep anders dan Abdoel gepland had. Hij was vroeg opgestaan om op tijd een trein naar Bern te kunnen nemen. Terwijl hij haastig zijn ontbijt naar binnen werkte, kwam de receptioniste op hem af lopen.

‘Mijnheer Achmani, telefoon. Of u met spoed aan de lijn wilt komen.’

‘Met Rino Versluis. Gelukkig dat ik u op tijd te pakken heb. Ik ben opgebeld door de Zwitserse politie. Ze vragen of ik in Bern… Anouk…’- zijn stem klonk verstikt – ‘Anouk kom iden… identificeren. Ze schijnt … dood te zijn.’

‘Dat is rot voor je, Rino. Waarom denken ze dat het Anouk is?’

‘Weet ik niet. Daarom moet ik komen. Ze willen het van mij horen, denk ik.’

‘Dat spijt me voor je.’

‘Ik dacht… Misschien wilt u met me meegaan?’

‘Dat is goed. Waar moet ik zijn?’

‘In Bern. Ze komen me over een uur hier ophalen.’

‘Dan kom ik naar je toe’

Dat had slechter gekund, bedacht Abdoel tevreden. Dat scheelde hem een treinreis en misschien een hoop gezoek. Dat joch leek behoorlijk van slag. Misschien was het toch beter geweest als hij hem gisteren zelf op de hoogte had gebracht van Anouks dood. Het leek hem nogal schokkend om even door de telefoon te horen dat iemand met wie je een paar dagen had opgetrokken, dood was. Aan de andere kant: hoe onwetender hij zich voordeed, hoe gemakkelijker hij mensen aan het praten kreeg. Zo’n houding schiep, vreemd genoeg, een sfeer van vertrouwen, was zijn ervaring.

 

4) Mening:

Ik kan me dag niet meer herinneren dat ik nog eens zo een boek gelezen heb. Maar al te vaak kan je als lezer de ontknoping inschatten halverwege het verhaal. Hierin overtreft Theo Hoogstraaten menig aantal auteurs omdat je niet het flauwste benul hebt van hoe dit verhaal eindigen zal. Mocht ik op een dag ontwaken en mogen vaststellen dat elk jeugdboek op deze manier geschreven zou zijn, dan zou ik nooit meer lectuur voor volwassenen lezen denk ik.

 

5) Kan je met het boek iets aanvangen in de klas?

Als boek is dit werk zeker en vast geslaagd, maar hoe je dit moet in een les moet gebruiken lijkt me een heel ander paar mouwen.

Ik denk dat je als leraar eerst eens zou moeten vragen aan je leerlingen hoe zij tegenover lifters of liftsters staan. Misschien is het handig om vanuit een anekdote te kunnen vertrekken naar een leesoefening dat bestaat uit een uittreksel van dit boek. Na het maken van de daarbij horende oefeningen zou je de groep kunnen de vraag stellen wat hun nu mening is na het lezen van de tekst.

 

 

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.