| |
De leeuw van Vlaanderen
Door Tom Van Thielen
Voorwoord
We hebben als roman de Leeuw van Vlaanderen, geschreven door Hendrik
Conscience, gekozen.
Waarom dit verhaal? Om te achterhalen welke rol Vlaanderen in de
veertiende eeuw had.
Caesar beschreef reeds tijdens de Romeinse overheersing dat van alle
Germanen de Belgen de dappersten waren. We willen bij deze bewijzen dat
Vlaanderen meer in zijn mars had dan we dachten.
1. Leven
Hendrik Conscience werd geboren te Antwerpen op 3 december 1812 en
gestorven te Brussel op 10 september 1883. Hij was de zoon van een
Kempische moeder en van een Franse opzichter van een scheepstimmerwerf
van de Franse Marine. Na een ziekelijke en harde jeugd, waarin
emotionele en avontuurlijke gebeurtenissen Conscience sterk
beïnvloedden, stortte hij zich volop in het artiestenleven van de
Scheldestad. Door zijn losse opvoeding had hij weinig cultureel gevoel,
toch voelde hij zich sterk aangetrokken tot een zekere scheppingsdrang,
die hem verplichtte pen en papier bij de hand te nemen en zo
meesterwerken te creëren. Hierin wikte hij goed welk woord het dichtst
bij de bedoelde betekenis paste.
Hij werd onder andere hulponderwijzer, vrijwilliger in het Belgische
leger, klerk bij het provinciebestuur, tuiniersknecht, griffier bij de
Academie voor Schone Kunsten,... In Antwerpen schreef hij zijn
belangrijkste werken onder andere “ De Boerenkrijg” (1853), “Loteling”(1850)
en “Baas Gansendonck” (1850).
Door deze werken werd hij erkend door zijn volk. Hij kreeg de
5-jaarlijkse staatsprijs voor de Vlaamse letterkunde in 1870, daarop de
ongeëvenaarde volkshulde bij het verschijnen van zijn 100ste boekdeel
“Geld en Adel” op 15 september 1881. Ook werd er een standbeeld
toegewijd aan Conscience in zijn geboortestad Antwerpen op 13 augustus
1883, enkele maanden voor het overlijden van Conscience.
2. Stroming
Samen met Guido Gezelle en zijn gedicht “Dien avond en die Rooze” en
Karel Ledeganck met zijn “3 zustersteden” is Conscience de voornaamste
vertegenwoordiger van de romantiek in Vlaanderen. Heeft zijn werk de
literatuur in Vlaanderen niet gered, dan heeft het toch zeker
bijgedragen tot een wederopbloei ervan. Zijn invloed was overweldigend,
zelfs tot in het begin van deze eeuw. Belangrijk aan Conscience is dat
hij niet alleen een lezerspubliek heeft geschapen, maar dat hij ook zijn
volk leerde lezen, in het bijzonder de minder gegoede of de derde stand.
De Romantiek verliep gelijktijdig met het Classicisme. Het Classicisme
staat synoniem voor het teruggrijpen naar de klassieke Oudheid. Deze
twee stromingen hebben mekaar zeker beïnvloed.
In zijn eerste succes, de Leeuw van Vlaanderen, vinden we volgende
kenmerken terug van de Romantiek:
·Nationalisme: het bewustzijn van tot een bepaald volk te behoren met
een gemeenschappelijke geschiedenis en gebruiken. Revolte: in opstand
komen tegen alles dat conventioneel en burgerlijk is.
Antirationalisme, vlucht in de religie: verzet tegen het denken en
geloven in de religie, het mysterieuze.
Vlucht in en liefde voor het verleden: dwepen met vroeger, toen alles
zoveel beter was en waarbij het verleden geïdealiseerd wordt.
Natuurliefde, natureingang: de kleurrijke beschrijving van de natuur en
gevoelens.
Spleen en Weltschmertz zijn kenmerken van de romantiek die we vooral in
het buitenland aantreffen o.a. Goethe met “Het lijden van de jonge
Werther” is hier een goed voorbeeld van. Bij ons komt het haast niet
voor, tenzij bij Multatuli.
3.Inspiratiebronnen
Conscience baseerde zich op de waargebeurde feiten: De Brugse Metten en
Guldensporenslag
I.
De Brugse Metten vonden plaats te Brugge in de vroege morgen van 18 mei
1302. Jacques de Châtillon, die door de Franse koning Filips de Schone
tot gouverneur van Vlaanderen was aangesteld, was op 17 mei met een
troepenmacht binnengetrokken in Brugge, dat toch wel een belangrijke rol
speelde in het verzet tegen de Franse overheersing in het graafschap
Vlaanderen. Als gevolg daarvan had een groot aantal opstandelingen de
stad verlaten. In de vroege morgen (op het tijdstip van de metten) van
18 mei drongen laatsgenoemden de stad binnen, onder de kreet “Scilt en
vrient”. De Fransen die deze kreet wilden nazeggen, struikelden over het
eerste woord, dat zij niet met de in het Brugse dialect gebruikelijke
aspiratie konden uitspreken. Zij werden terstond gedood. De Châtillon
zelf wist echter te ontsnappen. Dit feit gaf aanleiding tot de
Guldensporenslag.
(+ videofragment: “De leeuw van Vlaanderen”® Brugse metten)
II.
De Guldensporenslag was de naam die in de 19e eeuw werd gegeven aan de
op 11 juli 1302 geleverde veldslag op de Groeningekouter tussen het
Franse ridderleger en het, bijna uitsluitend uit ambachtslieden en
boeren bestaande leger.
Deze slag had tot gevolg dat Vlaanderen niet afhankelijk werd van
Frankrijk. Toch betekende de overwinning niet het einde van de Franse
dreiging.
Het gevolg van deze slag leidde tot een democratischer bestuur en een
nieuw tijdperk op militair vlak. Er werden veel nieuwe oorlogstuigen
ontwikkeld.
Sinds de publicatie van Consciences “De leeuw van Vlaanderen” in 1838 is
de Guldensporenslag nauw verbonden met de Vlaamse Beweging. De Vlaamse
beweging was een stroming opgericht voor de erkenning van het Nederlands
als taal van de Vlamingen in België. Ze streefde naar een erkenning van
de Vlamingen als volk of als gemeenschap erkend door België en
daarbuiten. Zo werd de vrijheidsstrijd van 1302 het symbool van de
Vlaamse onafhankelijkheidsstrijd in de verfranste Belgische staat.
4. Fragmenten
“ De Koningin van Navarra kwam met de ganse stoet in rustige tred
aangereden en wendde de ogen met afgunstige nieuwsgierigheid naar deze
dames die zo fel in het zonlicht glinsterden. Toen Johanna op zekere
afstand van hen was genaderd, kwamen de edelvrouwen statig tot bij haar
gereden en verwelkomden de nieuwe vorsten met veel hoofse spreuken.
Alleen Machteld zweeg en bezag Johanna met stuur gelaat. Het was haar
niet mogelijk een vrouw te eren die haar vader in een kerker had doen
werpen. Misnoegen was in haar wezenstrekken duidelijk zichtbaar en
Johanna bedroog zich dan ook niet. Ze wierp haar trotse blik in de ogen
van Machteld en wilde het meisje doen buigen. Maar ze vergiste zich want
de jonkvrouw liet haar oogleden niet zakken en staarde met fierheid naar
de grammoedige Koningin.” è Machteld weigerde te buigen voor een
Koningin, dit is een duidelijk voorbeeld van Revolte omdat Machteld haar
voeten veegt aan de etiquette, ze komt in opstand tegen al wat
conventioneel is.
“ De rode morgenzon glom aarzelend in het oosten, nog omgeven door een
kleed van nachtwolken. Als onvatbaar weefsel hingen blauwe dampen aan de
toppen van de bomen; een nachtegaal had zijn lied reeds meermaals in de
schemer herhaald maar nu verdoofde het verward geschetter van mindere
zangers zijn verleidende toon.”Heel dit tekstje is een voorbeeld van
natuurliefde, Natuuringang omdat de natuur zo kleurrijk wordt
voorgesteld.
Conscience leefde in de 19e eeuw en de Guldensporenslag gebeurde in het
begin van de 14e eeuw die hij verheerlijkte. Dit is een kenmerk van
vlucht in en liefde voor het verleden. Vlaanderen wordt door Conscience
voorgesteld als een ideaal land om in te wonen.
“ Nadat Gwijde met onzekere blik lang zijn zoon had aangestaard, trok
hij plots de hand van onder zijn hoofd en vroeg:
- Maar Willem toch, wat vraagt gij altijd zo vurig aan God?
- Ik bid voor mijn arme zuster Filippa, luidde het antwoord van de jonge
man. God weet, vader, of koningin Johanna haar niet reeds in
het graf heeft gestoten. En dan zijn mijn gebeden voor haar ziel.”
vlucht in de religie: Willem, de zoon van Gwijde, vlucht in de religie
omdat die uitkomst moet bieden voor de vrijlating van zijn zus Filippa.
“ Gij Vlaming, die dit boek belezen hebt, overweeg, bij de roemrijke
daden die het bevat, wat Vlaanderen eertijds was, wat het nu is en, nog
meer, wat het worden zal, als gij de heilige voorbeelden van uw vaderen
vergeet.
Antwerpen, 18 december 1838" Conscience roept op tot het bewust worden
dat wij, Vlamingen, één volk zijn en een gemeenschappelijke geschiedenis
hebben. Dit is een duidelijk voorbeeld van
nationalisme.
Personagebespreking
Dit zijn slechts een aantal van de personages uit het boek. De
hoofdpersonages, net beschreven, hebben trouwens echt bestaan. Daarom
hebben we bewust voor deze personages gekozen. Meer uitleg volgt in de
samenvatting.
Pieter deConinck
Hij stamde uit een weinig gegoede familie. Hij was tevens de deken van
het weversambacht te Brugge. Hij werd populair omdat hij een goed
spreker was, hij koos eerst de juiste woorden uit die zijn bedoeling het
dichtst benaderden, vooraleer hij ze uitsprak. Hij was ook een filosoof
en een wijs man op grote schaal.
Jan Breydel
Breydel stamde uit een gegoede Brugse familie. Hij behoorde tot het
ambacht van de vleeshouwers. Ondanks zijn stoere voorkomen was het
iemand met een hoge sentimentele waarde. Maar nadat zijn gezin werd
vermoord, sloeg dit om tot agressiviteit tegen al wat Frans was.
Breydel en deConinck waren de leiders van de volksopstand te Brugge en
ze speelden een belangrijke rol in de Guldensporenslag. Later werden ze
hiervoor beloond en tot ridder gekruisigd.
Adolf van Nieuwland
Van Nieuwland was de telg van een Brugse adellijke familie en logischer
wijze gezel van de Graaf van Vlaanderen. Robrecht van Béthune beschouwde
hem als zijn zoon. In zijn hart beminde hij Machteld. Hij was bereid
zijn leven op te offeren voor Vlaanderen en zijn toekomst. Zijn
toewijding werd beloond met de zegen van Robrecht de Béthune voor het
huwelijk met zijn dochter Machteld.
Johanna van Navarra
Johanna van Navarra was afkomstig uit een adellijke familie in
Noord-Spanje. Ze wist haar man, de koning van Frankrijk, te beïnvloeden
met haar Spaanse grillen die aanleiding gaven tot de belegering van
Brugge en de Guldensporenslag. Ze haatte alles wat met Vlaanderen te
maken had. Ze beweerde: “ Vlaamse vrouwen zijn zeugen en hun kinderen
biggen die moeten afgeslacht worden”
Robrecht van Béthune (De Leeuw van Vlaanderen)
Hij was de oudste zoon van de Oude Graaf van Vlaanderen, met name Gwijde
van Dampierre. Robrecht was beter bekend als de Leeuw van Vlaanderen
omwille van zijn aandeel in het Vlaamse verzet tegen Frankrijk. Hij was
een rasechte chauvinist. Hij was een geducht en gevreesd krijger tijdens
de kruistochten en de reddende engel tijdens de Guldensporenslag.
Robrecht is het belangrijkste hoofdpersonage in dit boek.
Machteld van Béthune
Machteld van Béthune was de dochter van Robrecht van Béthune. In het
boek werd ze beschreven als de ideale vrouw, denk maar aan de goede
zorgen die ze aan haar aanbidder Adolf gaf. Ze was immers vastberaden
als haar vader. Ze wou niet wijken voor haar koningin omdat deze haar
familie vasthield.
Samenvatting “De leeuw van Vlaanderen”
Een groep Franse ridders onder leiding van graaf de Valois is onderweg
naar het slot Wijnendale, het kasteel van Gwijde de oude graaf van
Vlaanderen, leenheer van de Franse koning. Op het slot wordt de Franse
delegatie ontvangen door de oude graaf en 2 van zijn zonen Robrecht en
Willem. Samen gaan ze op jacht, onder hen bevindt zich Machteld, de
dochter van Robrecht, en Adolf Van Nieuwland, de stille aanbidder van
Machteld. Robrecht beschuldigt de Franse koningin van valsmunterij en
wordt door de Châtillon tot een vierkamp uitgedaagd. In het duel tussen
Robrecht en de Chatillon raakt de Chatillon licht gewond, maar de
wapenmakker van Robrecht, Adolf, raakt zwaar gewond in het duel met de
wapenmakker van de Chatillon, de St-Pol. Robrecht vraagt Machteld om
voor Adolf te zorgen waartegen ze eerst protesteert omdat ze verliefd
is op Adolf. De Vlaamse edelen worden door de Valois gevraagd naar de
Compiègne te gaan om daar de koning om vergiffenis te vragen, zodat ze
hun erfrecht weer terug zouden krijgen. Ze wantrouwen het voorstel, maar
besluiten toch te gaan omdat Filippa, de dochter van Gwijde, de
gevangene is van Johanna van Navarra, vrouw van Filips de Schone.
De Vlaamse delegatie gaat naar de Franse koning Filips de Schone te
Compiègne. Gwijde vraagt vergiffenis en zegt dat zijn ontrouw
veroorzaakt wordt door het verdriet om zijn dochter. De koning voelt er
wel wat voor om Vlaanderen weer de vrijheid terug te geven. Vroeger dan
verwacht komt de Koningin naar de Compiègne, ze is door de Chatillon,
haar neef gewaarschuwd. Zij overhaalt de koning om de Vlaamse edelen te
laten arresteren en opsluiten. De enige die ontkomt is Diederik de Vos.
Hij ontsnapt door zich als pelgrim te vermommen. Nadat Machteld het
slechte nieuws te horen krijgt, vertrekt zij met de gewonde Adolf naar
zijn oudelijk huis in Brugge, waar hij langzaam opknapt door de goede
zorg van Machteld.
Het vorstenpaar bezoekt Brugge, de stad is door Fransgezinde burgers (de
leliaards) versierd. De meeste burgers juichen niet voor de Koningin.
Zij is erg beledigd en benoemt de Chatillon tot opperlandvoogd van
Vlaanderen en geeft hem de opdracht de bevolking hard aan te pakken. De
ambachten komen in opstand! Na de gevechten tegen de Fransen (en
Leliaards), begint de Chatillon Brugge te belegeren. De Fransen krijgen
de stad weer in handen na onderhandelingen met deConinck. Diederik de
Vos zoekt Adolf op om een plan te smeden om Robrecht naar Vlaanderen
terug te krijgen. Adolf neemt de plaats van Robrecht in. Maar vooraleer
hij zijn dochter ontmoet, wordt ze ontvoerd door de Fransen naar het
slot van Male. Breydel trekt samen met andere leden van het
beenhouwersambacht naar het slot van Male om Machteld te bevrijden en om
herrie te schoppen met de Franse soldaten. Een groep soldaten weet met
Machteld te ontsnappen en trekt naar het slot van Nieuweland waar ze in
de clinch raken met een zwarte ridder. Hij verslaat de Franse soldaten
en bevrijdt zijn dochter Machteld die in shock is.
De bevolking verlaat massaal Brugge onder bevel van de Chatillon.
DeConinck en Breydel besluiten om met de resterende zonen van Gwijde in
het Witbos te gaan praten. Ze komen langs de ruïne van Nieuwehoven en
zien de gesneuvelde soldaten. In de ruïne vinden ze Robrecht en de zieke
Machteld. Tezamen met DeConinck en Breydel gaat Robrecht naar de
ontmoeting met de edelen in het bos en ze bespreken de strijd tegen de
Fransen. Teruggekomen in Nieuwehoven is Machteld bij bewustzijn
gekomen. Ze krijgt de toestemming van haar vader om met haar geliefde
Adolf te trouwen. Hierna vertrekt Robrecht naar Frankrijk om zijn plaats
terug in te nemen in de gevangenis.
Om wraak te nemen voor de schermutselingen in het slot van Male
besluiten de Fransen in Brugge 7 onschuldige mannen op te hangen. Er
breekt een opstand uit onder de resterende bevolking. Hierop volgt de
plundering van de Fransen in de stad Brugge. Bij deze plundering wordt
de familie van Breydel afgeslacht. De in paniek geslagen bevolking
vlucht naar het kamp van deConinck en Breydel.
De volgende dag belegeren de burgers de stad en doden zowat alle mensen
die “Scilt en Vrient” niet zonder Frans accent kunnen uitspreken. De
Chatillon weet te ontkomen. Brugge krijgt een nieuw bestuur en begint
zich voor te bereiden op de komende strijd met de Fransen.
Een groot Frans leger o.l.v Robert d'Artois is door Johanna van Navarra
naar Vlaanderen gestuurd om de Vlamingen te verslaan. De Vlamingen aan
hun kant hebben een groot leger van burgers uit Brugge, versterkt met
5000 leden uit andere steden.
Het komt tot een grote veldslag (de Guldensporenslag) bij de
Groeningebeek, een moerassig veld tussen Brugge en Kortrijk. De
Vlamingen worden in hun rug gedekt door de stadsmuur van Kortrijk en de
rivier de Leie. Tijdens de strijd worden de Vlamingen gesteund door een
onbekende gulden ridder. De Edelen kwamen er achter dat het niet de
heilige St. Joris was maar de Leeuw van Vlaanderen “himself”.
De Vlamingen overwinnen de Fransen en slechts enkele Franse soldaten
overleven maar worden echter gevangengenomen ter compensatie van de
gevangen edelen in de kerker van Compiègne. Adolf van Nieuwland
overleeft amper de strijd tot groot geluk van Machteld. Na zijn zegen
gegeven te hebben aan Machteld en haar geliefde Adolf, keert Robrecht
terug naar Frankrijk onder groot gejuich van de Vlamingen.
Informatiebronnen:
Encarta ‘98
Het boek zelf
20 eeuwen Vlaanderen: DEEL 13: Vlaamse figuren
UITGEVERIJ: Heideland-Obis N.V.
Fragmenten
“ De Koningin van Navarra kwam met de ganse stoet in rustige tred
aangereden en wendde de ogen met afgunstige nieuwgierigheid naar deze
dames die zo fel in het zonlicht glinsterden. Toen Johanna op zekere
afstand van hen was genaderd, kwamen de edelvrouwen statig tot bij haar
gereden en verwelkomden de nieuwe vorsten met veel hoofse spreuken.
Alleen Machteld zweeg en bezag Johanna met stuur gelaat. Het was haar
niet mogelijk een vrouw te eren die haar vader in een kerker had doen
werpen. Misnoegen was in haar wezenstrekken duidelijk zichtbaar en
Johanna bedroog zich dan ook niet. Ze wierp haar trotse blik in de ogen
van Machteld en wilde het meisje doen buigen. Maar ze vergiste zich want
de jonkvrouw liet haar oogleden niet zakken en staarde met fierheid naar
de grammoedige Koningin.”
“ De rode morgenzon glom aarzelend in het oosten, nog omgeven door een
kleed van nachtwolken. Als onvatbaar weefsel hingen blauwe dampen aan de
toppen van de bomen; een nachtegaal had zijn lied reeds meermaals in de
schemer herhaald maar nu verdoofde het verward geschetter van mindere
zangers zijn verleidende toon.”
Conscience leefde in de 19e eeuw en de Guldensporenslag gebeurde in het
begin van de 14e eeuw die hij verheerlijkte. “ Nadat Gwijde met onzekere
blik lang zijn zoon had aangestaard, trok hij plots de hand van onder
zijn hoofd en vroeg:
- Maar Willem toch, wat vraagt gij altijd zo vurig aan God?
- Ik bid voor mijn arme zuster Filippa, luidde het antwoord van de jonge
man. God weet, vader, of koningin Johanna haar niet reeds in
het graf heeft gestoten. En dan zijn mijn gebeden voor haar ziel.”
“ Gij Vlaming, die dit boek belezen hebt, overweeg, bij de roemrijke
daden die het bevat, wat Vlaanderen eertijds was, wat het nu is en, nog
meer, wat het worden zal, als gij de heilige voorbeelden van uw vaderen
vergeet.
Antwerpen, 18 december 1838"
|
|