De aanslag
Harry Mulisch
De Bezige Bij, Amsterdam (1982)
Titelverklaring:
In de tweede wereldoorlog vindt er voor het huis van
Anton Steenwijk (de hoofdpersoon) een aanslag plaats op een NSB’er. Deze
aanslag zal de rest van Steenwijks leven bepalen.
De auteur:
Harry Mulisch wordt op 29 juli 1927 geboren in
Haarlem. Zijn vader komt uit Oostenrijk-Hongarije (nu Tsjechië) en zijn
moeder komt uit Antwerpen. Zijn grootvader van moederszijde was
bankdirecteur geworden en zijn vader kon daar een betrekking krijgen.
Thuis wordt Duits gesproken maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding.
Zijn ouders scheiden in 1939, Harry blijft bij zijn vader en de
huishoudster Frieda wonen. Dankzij de nieuwe betrekking van zijn vader
blijven Harry en zijn moeder tijdens de oorlog uit de handen van de
Duitsers. Zijn moeder emigreert naar Amerika en zijn vader wordt na de
oorlog gearresteerd, waarna hij drie jaar in een kamp verblijft. Hij
overlijdt in 1957. Mulisch gaat in 1958 in Amsterdam wonen. Hij trouwt
in 1971 en krijgt twee dochters, Anna en Frieda.
Mulisch debuteert in 1947 met een kort verhaal in ‘Elsevier’.
Vanaf 1949 wijdt hij zich geheel aan de ‘schrijverij’. In 1952 komt de
roman Archibald Strohalm uit, die met de Reina Prinsen
Geerlingsprijs wordt bekroond. Vanaf 1958 is hij redacteur van het
tijdschrift ‘Podium’, in 1962 richt hij ‘Randstad’ op en sinds 1965 is
hij redacteur van ‘De Gids’. In totaal heeft hij meer dan 50 publicaties
gedaan, waaronder romans, autobiografieën, toneelstukken, poëziebundels
en studies. Vaak maakt hij gebruik van mythische en magische elementen.
Ook houdt hij zich bezig met ‘het raadsel van de tijd’.
Andere werken:
Proza: De versierde mens (1957); Het stenen
bruidsbed (1959); Voer voor psychologen (1961); De
verteller vertelt (1971); Twee vrouwen (1975); De aanslag
(1982); De elementen (1988); De ontdekking van de hemel
(1992); Bij gelegenheid (1995) en Vijf fabels (1995).
Poëzie: Woorden, woorden, woorden (1973); De taal is een ei
(1979). Studies: Soep lepelen met een vork (1975); Mijn
getijdenboek (1975). Toneel: De knop, gevolgd door Stan Laurel en
Oliver Hardy (1960); Odipous Odipous (1972).
Onderscheidingen:
De Bijenkorf literatuurprijs in 1957, voor Het
zwarte licht; in 1957 de Anne Frankprijs; in 1977 de Constantijn
Huygensprijs; in 1978 de P.C. Hooftprijs; in 1993 de Multatuliprijs en
in 1995 de Prijs der Nederlandse letteren. Op zijn 50e
verjaardag wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Literaire stroming:
Moderne Nederlandse literatuur.
Genre:
De aanslag wordt vaak betiteld als een
oorlogsboek, maar gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog nemen slechts
een klein deel van het boek in beslag. Wel is het zo dat het na-oorlogse
leven van Anton Steenwijk bijna geheel in het teken van de oorlog staat.
De roman kan beter als een zoektocht gezien worden. Een zoektocht naar
het hoe en waarom van de aanslag.
Samenvatting:
Eerste episode: 1945
In januari 1945 wordt in Haarlem, in de straat van de
familie Steenwijk, de NSB’er Fake Ploeg doodgeschoten. Ploeg ligt voor
het huis van de buren, de familie Korteweg, Deze buren verslepen het
lijk van Ploeg tot voor het huis van Steenwijk. De Duitsers zijn snel
ter plaatse, ze steken het huis van Steenwijk in brand en voeren de
familie Steenwijk af. De ouders van Anton Steenwijk worden later
gefusilleerd. In de cel van Anton zit ook een jonge vrouw, die
waarschijnlijk bij de aanslag betrokken is geweest. Anton wordt na
verloop van tijd uit de cel gehaald en naar Amsterdam gebracht, waar hij
bij een oom en tante kan wonen.
Tweede episode: 1952
– Ten tijde van de Koreaanse oorlog – In 1952 bezoekt
Anton een feestje in Haarlem. Voor het eerst sinds de oorlog is hij weer
in die stad. Hij besluit een bezoekje te brengen aan de straat waar hij
vroeger gewoond heeft. Hij treft daar de overbuurvrouw, mevrouw Beumer
aan, met wie hij een praatje maakt. Anton besluit om nooit meer terug
naar Haarlem te gaan.
Derde episode: 1956
Vanwege de inval van de Russen in Hongarije, wordt het
hoofdkantoor van de Communistische Partij Nederland door relschoppers
bestormd. Anton woont hier heel dichtbij, dus de relschoppers staan bij
hem in de straat. Een van hen is Fake Ploeg jr.: de zoon van de NSB’er.
Hij heeft een kei in zijn hand. Fake zat bij Anton in de klas. Anton
vraagt hem mee naar binnen te gaan en daar praten zij over het verleden.
Er ontstaat een kleine ruzie en Fake gooit met de kei een spiegel in en
rent weg.
Vierde episode: 1966
– Ten tijde van de Vietnam-oorlog – Anton is inmiddels
getrouwd met Saskia de Graaff en hebben een dochtertje, Sandra, van
vier. Tijdens een begrafenis hoort Anton van Cor Takes dat deze bij de
aanslag betrokken was, samen met Truus Coster. Truus Coster is
gefusilleerd en Anton begrijpt dat zij degene was met wie hij in de cel
gezeten heeft.
Vijfde episode: 1981
Anton is gescheiden en nu met Liesbeth getrouwd. Ze
hebben een zoon: Peter. Wanneer Anton hevige kiespijn heeft, bezoekt hij
zijn tandarts. Deze wil hem alleen maar helpen als Anton mee gaat
demonstreren tegen kernwapens. Anton zegt toe. Tijdens de demonstratie
komt Anton zijn vroegere buurmeisje Karin Korteweg tegen. Zij vertelt
hem dat haar vader en moeder niet met het lijk voor hun deur gevonden
wilden worden omdat haar vader hagedissen had, die dan zeker gedood
zouden worden. Bij de andere buren kon het lijk ook niet gelegd worden,
want daar zaten joden ondergedoken. Uit angst voor wraak van Anton was
Korteweg naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd, waar hij in 1948 zelfmoord
pleegde.
Tijd en tijdvolgorde:
De aanslag begint in januari 1945 en eindigt in
november 1981. De vertelde tijd is dus bijna 37 jaar. Het verhaal wordt
chronologisch verteld. Wel zijn er hier en daar flash-backs en
flash-forwards.
Plaats/ruimte:
De twee belangrijkste steden in De aanslag zijn
Haarlem en Amsterdam. Daarnaast heeft Anton een huisje in Toscane.
Karakterbeschrijving- en ontwikkeling:
Anton Steenwijk:
Anton is de hoofdpersoon van De aanslag. In het
begin van het verhaal is hij 12 en aan het eind 48 of 49 jaar. Omdat hij
in 1981 door zijn buurmeisje van zo’n 35 jaar geleden herkend wordt, kan
gezegd worden dat zijn uiterlijk met de jaren niet veel veranderd is:
lang, slank, donker haar en hij lijkt erg op zijn vader. Anton probeert
de oorlog zo veel mogelijk te vergeten, maar hij wordt er – of hij wil
of niet – steeds weer mee geconfronteerd. In de loop van het verhaal
komt hij meer over de aanslag op Ploeg en de gevolgen daarvan voor de
betrokkenen, te weten. Hij is een rond karakter.
Onderlinge relaties:
Vader, moeder en broer Peter:
Zij vormen met Anton het gezin Steenwijk. Anton is
echter de enige overlevende van de oorlog.
Saskia de Graaff:
De eerste vrouw van Anton.
Sandra:
De dochter van Anton en Saskia.
Liesbeth:
De tweede vrouw van Anton.
Peter:
De zoon van Anton en Liesbeth, genoemd naar de in de
oorlog doodgeschoten broer van Anton.
Cor Takes:
Verzetsstrijder die Ploeg heeft doodgeschoten.
Geloofwaardigheid van het verhaal:
….
Thematiek:
Schuld:
Het grote thema in De aanslag is: wat is schuld
en wanneer is iemand schuldig? Wie heeft er schuld aan de dood van
Antons ouders en broer? Zijn het de Duitsers die hen gefusilleerd
hebben, of is het het verzet, omdat Antons ouders nooit omgekomen zouden
zijn als Ploeg niet doodgeschoten was. Of is het de familie Korteweg:
zij hebben Ploegs lijk bij Anton voor de deur gesleept? Of zijn er
misschien nog meer mogelijkheden? Daarnaast komt de schuldvraag ook bij
andere gebeurtenissen terug: hebben de leden van de CPN schuld aan de
Russische inval in Hongarije? Zijn de Amerikanen schuldig aan
oorlogsstoken omdat zij in Nederland kernraketten willen plaatsen?
Zoektocht:
Of Anton nu wil of niet: steeds krijgt hij met de
gevolgen van de oorlog te maken en steeds wordt hij weer wat wijzer over
de personen die betrokken waren bij de aanslag op Fake Ploeg. Aan de ene
kant zegt Anton niets meer met de oorlog te maken te willen hebben, maar
aan de andere kant lijkt hij de oorlog steeds weer op te zoeken. Doordat
hij steeds meer komt te weten, wordt Anton als het ware gelauwerd
tijdens de demonstratie in 1981. Daar lijkt zijn zoektocht volbracht:
hij weet nu hoe de vork in de steel zit.
Motto:
Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen,
meer dan nacht.
C. Plinius Caecilius Secundus: Epistulae, VI,
16
Dit citaat van Plinius heeft betrekking op de
uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 77. Deze uitbarsting zorgde
ervoor dat Pompeď onder as en lava bedolven werd. Volgens Plinius was er
zo veel as in de lucht, dat het donkerder was dan in de nacht. De
aanslag op Ploeg heeft voor de familie Steenwijk en hun huis net zo’n
verwoestende werking. Bovendien komt er op verschillende plaatsen in
De aanslag as voor: zo begint de tweede episode met de vermelding
dat er nog jarenlang as uit de hemel zal neerdalen. Dit is een
vooruitwijzing naar het feit dat Anton zijn hele leven met de aanslag op
Ploeg bezig is. Als Ploeg jr. zijn kei door de spiegel gooit, ploft er
een wolk as uit de kachel. ‘As’ is het symbool van de vergankelijkheid:
als iets er niet meer is, is er slechts as over en aan as kun je niet
meer zien wat het ooit geweest is. De roman eindigt met de woorden:
zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon
nergens as te zien is.
Taalgebruik:
Het taalgebruik in De aanslag is helder en
sober: de zinnen zijn niet te lang en er komen geen overbodige
bijvoeglijke naamwoorden voor.
Opdracht:
Geen.
Vertelsituatie:
De proloog is geschreven in de alwetende
vertelsituatie. Vanaf de eerste episode is er sprake van een personale
vertelsituatie. De laatste alinea is weer auctoriaal: een alwetende
verteller die zich tot de lezer wendt.
Perspectief:
Hij-perspectief. Het verhaal draait volledig om de
ik-figuur, Anton Steenwijk. Je ziet het verhaal door de ogen van Anton.
Verhaalopbouw:
De aanslag bestaat uit vijf hoofdstukken
(episodes genaamd) die als titel een jaartal hebben en een proloog. Het
boek eindigt met: Amsterdam, januari – juli 1982.
|