Start
Omhoog

  AVONDROOD IN AFRIKA

KRIS BAERT

geschreven door Laurent Vincent

                                                                                                      

1) Inhoud:

Kris Baert, het hoofdpersonage en eveneens auteur van dit jeugdboek kwam op een dinsdagochtend omstreeks tien uur aan in zijn hotel gelegen in de Tanzaniaanse hoofdstad Dar Es Salaam.

Toen hij op het bed lag en naar boven staarde, vroeg hij zich af waar de luxe was gebleven die op het vliegtuig zo nadrukkelijk aanwezig was geweest. Hij besloot om een douche te nemen. Enkel de koudwaterkraan scheen te werken. Kris maakte zich daar niet erg druk om aangezien het snikheet was op zijn muffe en stofferige kamer. Sterker nog, hij was al tevreden dat er water uit de leidingen kwam!

In de namiddag besloot Kris om naar het voetbalstadion te gaan. Hij was niet zo zeer geïnteresseerd in het Afrikaans voetbal, maar wel in het concert van de Zaïrese zanger Bonzi Bonziana. De weg die Kris had moeten afleggen om tot hier te raken zal hij wellicht niet te snel vergeten. Hij had het hele traject moeten afleggen in een overvolle bus, die verdacht veel weg had van een vrachtwagen. Op deze bus zaten mensen met ziekten waarvan je dacht dat ze nergens meer voorkwamen. Maar zo is Polio in Tanzania dagdagelijkse kost.

Na een verrassend swingend concert verliet Kris met een goed gevoel het voetbalstadion. Inmiddels was het reeds pikdonker geworden, zo gaat dat nu eenmaal met landen die aan de evenaar liggen, en besloot daarom om onmiddellijk terug naar het hotel te gaan.

Enkele dagen later begon Kris zich meer en meer thuis te voelen in deze onveilige stad. Ook de beelden van mensen die aan polio lijden viel vanaf nu onder de categorie ‘gewoon’.

Op de ochtend van de derde dag nam Kris de trein richting Mgololo, waar Mark en Vera hem zouden opwachten. Omstreeks elf uur vertrok de bomvolle trein. Zelf kippen voelden zich hier perfect thuis! Geen haan die ernaar kraaide.

Pas omstreeks 3 uur in de ochtend kwam de trein te Mgololo aan. Een perron was er niet, laat staan dat er een stationnetje zou hebben gestaan. Kris werd dus ergens in de graskant gedropt en dit in de holst van de nacht. Zijn enige zorg op dat moment was hoe Vera en Mark hem hier in godsnaam moesten zien terug te vinden.

Gelukkig voor Kris bleek Mark over een zesde zintuig te beschikken, want voor hij het goed en wel wist, zat Kris reeds in de jeep van Mark.

De volgende ochtend vertelden Vera en Mark bij het ontbijt over hun activiteiten in Mgololo. Mark heeft er een hoeve voor veertig mensen uitgebouwd terwijl Vera les geeft aan de kleuters van het dorp.

Na de middag bracht Mark Kris naar Mafinga, zo’n tachtig kilometer verderop. In Mafinga wonen en werken Lydia en Marie-Claire, twee vrouwen uit de Kempen.

Marie-Claire bouwde er net zoals Mark een hoeve uit, terwijl Lydia een ietwat ongewone job heeft. Zij tekent en schildert didactische platen op lakens en andere stoffen. Alle vier werden ze door ACT, een Belgische organisatie, hierheen gestuurd. Deze organisatie waakt erover dat hun hulpverleners ervoor zorgen dat eens zij het land verlaten, de oorspronkelijke bevolking zelfstandig kunnen verder werken.

Nadat Kris had kennis gemaakt met de werknemers op de hoeve van Marie-Claire, en zelfs de lokale zondagsmis had bijgewoond besloten Mark en Kris dat het hoog tijd was geworden voor wat ontspanning. Deze ontspanning was een heuse safaritocht doorheen de ongerepte natuur van Tanzania.

Enkele dagen later bracht Kris nog een bezoek aan de hoeve die Mark had uitgebouwd, alsook aan de kleuterschool van Vera. Kris stond gewoon perplex van zoveel inventiviteit. Hij begon nu stilaan een beeld te krijgen hoe een land zoals Tanzania overeind kon blijven. De armoede die je op de televisie zag was hier niet, maar evenmin de luxe van de westerse wereld.

’s Anderdaags trok Kris terug naar de hoofdstad Dar Es Salaam. Alvorens zijn laatste nacht in het hotel door te brengen zocht hij de Tanzaniaanse kust op, zodat hij eens lekker zou kunnen braden in de snikhete Afrikaanse zon.

De laatste dag bracht Lydia Kris terug naar de luchthaven. Afscheid nemen viel hem zwaar omdat hij dit land had leren appreciëren en omdat hij misschien nooit meer zou terugkeren.

 
2) De hoofdpersonages + evolutie in het boek:

 

In dit boek is er niet bepaald een hoofdpersonage. De verteller is namelijk het hoofdpersonage. Helaas wordt de naam niet vermeld in het verhaal, maar het meest evidente is ervan uitgaan dat de auteur, in dit geval Kris Baert, het hoofdpersonage is.

Kris is een typische Westerling. Hij is gewend om in een wereld van luxe te leven, maar wanneer hij in Dar Es Salaam aankomt snakt hij onder meer naar adem omwille van de hitte, maar ook naar comfort. Voor Kris zit er niets anders op dan kennis te leren maken met de cultuur en het dagelijks leven van de Tanzanianen.

 

3) Het thema + 2 fragmenten:

 

Dit boek laat ons kennismaken met een welstellende Westerling, namelijk Kris Baert, die op vakantie gaat naar het verre Tanzania. Hij walgt aanvankelijk van het gebrek aan comfort, maar als hij uiteindelijk leert kennismaken met de pracht van dit land heeft hij enorm veel begrip voor wat sommige mensen daar proberen te verrichten. Aan het eind van het boek lijkt het erop dat hij niet eens Tanzania wil verlaten, maar hij doet het toch.

 

Fragment1:

“Lydia en Marie-Claire zijn inderdaad twee stevige dames, zoals ik al had vermoed. ‘Stevig’ in de zin van moedig, dapper. Je zal er toch maar gaan staan: hier als vrouw je weg zoeken, de taal leren, je waar maken in een wereld waarin mannen nog steeds de scepter zwaaien…

Marie-Claire doet in Mafinga wat Mark in Mgololo doet. Een hoeve uitbouwen dus.

Lydia heeft een ongewone job. Zij tekent op lakens of op andere stoffen didactische platen. In jouw klas hangt er wellicht ook zulk een plaat waarop bijvoorbeeld de delen van het gebit staan of de provincies van België. Dat zijn dan platen die de schooldirecteur bestelde bij één of andere gespecialiseerde firma. Wel, in Tanzania kan je lang en tevergeefs zoeken naar zo’n firma. In Mafinga heet die ‘Lydia’. In de klassen hangen haar platen. ZE heeft er veel werk aan. Maar het zijn dan ook echte kunstwerkjes!

Mark en Vera en Marie-Claire en Lydia verrichten zeer nuttig werk. Ze zijn hierheen gestuurd door ACT, een organisatie die haar zetel (en een paar stoelen) heeft in Brussel. ACT stopt haar centen in projecten en wil dat die heel goed gebruikt worden. Het is de bedoeling dat de mensen zo veel mogelijk leren van de Belgen, zodat ze later zelf hun eigen boontjes (of andere groenten en vruchten) kunnen doppen. ’s Avonds zitten we bij een knetterend haardvuur wat te lezen. Ik vraag mij tussendoor luidop af hoe kinderen hier tellen tot tien, hoe papa en mama, opa en oma, jongens en meisjes in het Swahili (de taal van hier) worden aangesproken. Lydia en Marie-Claire zetten mij op weg. Ik boks een Tanzaniaans zakwoordenboekje in mekaar. Maar eerst… groeten! Jambo!”

 

Fragment2:

“Vandaag rijden we terug naar Mgololo, naar Mark en Vera. De weg is droog en, hoe kan het anders, nog steeds even hobbelig. Weer staan er lifters langs de weg. Marie-Claire stopt. Een man en een vrouw met een heel klein kind rijden mee. Waarheen? Waarom? Door de achterruit zie ik ze zitten in de open laadbak. Uit de wind. Toch hebben ze het koud, dat merk ik.

‘Jozef en Maria en Jezus’, denk ik, ‘dit zijn ze, op zoek naar de stal’. De vrouw wikkelt het kind nog steviger in een doek. Toch kan ik een glimp opvangen van het kleintje. Jezus, wat een mooi kind!

Bij Mark en Vera bezoek ik de boerderij. Schitterend wat hier in twee jaar is gebeurd. Hoed af voor zoveel werk, voor zoveel vakmanschap. Veertig mensen werken samen met Mark. Veertig mensen die dag na dag, meer en meer leren, voor zichzelf, voor later.

Mijn bezoek aan de kleuterschool van Vera is een verademing. Bij mijn aankomst op de speelplaats moet ik me bukken, zodat alle kinderen hun hand op mijn hoofd kunnen leggen. Terwijl ze dat doen zeggen ze ‘Shikamoo’. Dat betekent, geloof ik, dat ze respect hebben voor mij. Waar heb ik het verdiend dat honderddertig wildvreemde stakkers zomaar hun respect voor mij komen betonen?

‘Je moet ‘Marahaba’ antwoorden’, fluistert Lydia mij in het oor.

Dat doe ik dan maar. Het vervelende is wel dat zij nu denken dat ik een aardig mondje Swahili spreek. Ze vertellen mij dan ook een heleboel dingen waarvan ik geen Tanzaniaanse snars begrijp.” 

4) Mening:

 

Dit is dan het type boek dat je in één adem uitleest. Om het boek in één woord samen te vatten lijkt ‘boeiend’ de gepaste term.

De auteur laat ons kennismaken met de pracht en praal van eens tukje ongekende natuur. Jammer dat de auteur zijn reisverslag niet heeft kunnen (of misschien willen) uitdiepen, waardoor ik wat op mijn honger bleef zitten. Om die reden ga ik er dan ook van uit dat dit boek behoort tot de klasse van de twaalf- of dertienjarigen.

Desalniettemin was dit boek een puur brokje ontspanning, en dus een aanrader voor deze leeftijdsklasse.

 

5) Kan je met het boek iets aanvangen in de klas?

 

Alvorens met dit boek iets te willen beginnen in de les zou ik als leerkracht eerst eens rondvragen aan de leerlingen wat hun beeld is van deze verre Afrikaanse landen. Na het horen van hun meningen lijkt het mij interessant om leerlingen van Afrikaanse afkomst het woord te laten geven. Op die manier zouden de leerlingen geconfronteerd kunnen worden met hun materialistische kijk op de wereld. Nadat dit is gebeurd lijkt het me geen slecht idee om daarover iets neer te pennen. Ik denk bijvoorbeeld aan een steloefening waar men het land beschrijft zoals het nu is, en hoe men het land economisch zou kunnen doen laten opleven. 

   

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.