Oorlog

Wat droegen de soldaten?
1. Legionairs
Hier zie je de dingen die een soldaat aandeed om te vechten:
* harnas
* beenbeschermers/stukken
* riem
* sandalen
* helm
* schild

De wapens die ze bijhadden:
* kort zwaard
* dolk
* werpspies
* lans
De Romeinen hadden een enorm goed leger. Het bestond uit 3
onderdelen
* de legioenen (Een leger met Romeinse soldaten)
* hulptroepen (Een leger met niet-Romeinse soldaten)
* zeeschepen
Het leger was enorm
belangrijk bij de Romeinen. Het leger bestond uit goed getrainde
soldaten met veel wapens en mooie kleding. Een legioen bestond uit
ongeveer 5.000 man en het leger had tussen de 25 en 35 legioenen.
Een legioen van 5.000 man was onderverdeeld in kleinere groepen.
Die kleinere groepen
heetten de centuriën. De leider van zo'n groep heette de Centurio(n)
(Zie ook plaatje) 6 Centuriën bij elkaar noemde men een cohort.
De legioenen waren
meestal te vinden bij de grens van het Romeinse Rijk. De grens moest
goed verdedigd worden. De Romeinse burgers waren niet verplicht om
in het legioen te gaan. Veel Romeinse mannen gingen toch vrijwillig
zo'n 20 tot 25 jaar als legionair op pad.
De Romeinse keizer
zorgde natuurlijk goed voor zijn vrijwillige soldaten. Als
legionairs niet vochten of trainden, bouwden ze Romeinse villa's of
wegen.
Vooral arme Romeinse
burgers gingen het leger in, want daardoor wisten ze zeker dat ze
een goed loon (salaris) kregen. In sommige gevallen kon je zelfs
bevorderd worden tot Centurio !
|
 |
De Romeinse
soldaten droegen sandalen. Die waren onmisbaar, want soms
moesten de soldaten wel 30 km per dag lopen ! Vandaar dat de
sandalen ook voor een deel van ijzer zijn.
|
|
 |
Romeinse
soldaten (en slaven) leggen een weg aan. De wegen werden
gemaakt om Romeinse legers snel te kunnen verplaatsen. Voor
het eerst in de geschiedenis werden er wegen van steen
gemaakt (verharde wegen)
|
|
 |
Langs de weg
stonden mijlpalen (zie foto). Hierop konden de Romeinen
lezen hoe ver het nog was naar de volgende stad. er stond
ook op geschreven onder welke keizer deze mijlpaal was
geplaatst. Nadat de Romeinen in West-Europa verdwenen (rond
500 na Christus), werden de verharde wegen steeds slechter
en slechter.
|
De hulptroepen van het
leger waren geen Romeinse soldaten, maar andere mensen uit
bijvoorbeeld overwonnen gebieden. Er waren bijvoorbeeld genoeg
Germaanse jongens die wel in het Romeinse leger wilden gaan.
Ze kregen wel salaris,
maar minder dan de echte Romeinse soldaten. De niet-Romeinse
soldaten moesten ook langer in dienst, maar kregen na afloop van hun
lange soldaattijd een beloning: vanaf dan waren zij officieel een
Romeins burger !
Ze hadden dan dezelfde
rechten als een echte Romein. De hulptroepen werden trouwens steeds
belangrijker, omdat het Romeinse Rijk erg groot was. Er waren gewoon
veel soldaten nodig !
|
 |
In het
Romeinse leger zaten niet alleen soldaten. Mensen die
heel goed dingen konden bouwen, gingen ook mee. Zij
hielpen de soldaten met het bouwen van bruggen, wegen,
forten (kastelen), legerkampen en oorlogsmateriaal.
Hiernaast zie je een beweegbare strijdtoren. Deze toren
kon dus verschoven worden.
|
|