|

| |
| |
De Zeven sacramenten
HET DOOPSEL
 |
Zodra het kind op de wereld is, zegt God: het mag ook Mijn
leven hebben; het mag ook Mijn kind zijn. God biedt het Zijn levenskracht aan.
Bij het doopsel wordt een kind van mensen ook een kind van God. Het antwoord op dit aanbod ligt bij de ouders. Als de ouders
zelf gelukkig zijn met hun geloof, zullen ze op dit aanbod ingaan en daar geen
maanden of jaren mee wachten. Als het kind klein is, geven de ouders ongevraagd
aan hun kind door wat zij zelf als goed ervaren. Ouders die zeggen: het kind
moet later zelf maar beslissen of het gedoopt wil worden, zijn zelf niet vol van
hun geloof. Of het kind later gelukkig zal zijn met dit ontvangen goddelijk
leven is een andere kwestie. Het zal later misschien ook met andere ontvangen
dingen van zijn ouders niet gelukkig zijn, zelfs misschien niet met het
menselijk leven. Maar het kan moeilijk de ouders verwijten, dat het van hen
ontvangen heeft, wat hun eerlijk het beste leek.
|
EERSTE H. COMMUNIE
 |
Het kind heeft even goed voedsel voor het goddelijk als voor
het menselijk leven nodig. Zodra een kind dit enigszins kan begrijpen wordt het
voedsel aangeboden. Het goddelijk leven wordt trouwens niet alleen gevoed door het
goddelijk brood, maar ook door het goddelijk woord. Als gelovigen komen we samen
rond de offertafel van Jezus om door brood en woord één te blijven met Hem en
met elkaar. (Communie betekent letterlijk: één zijn met.)
Het spreekt vanzelf, dat de eerste communie alleen dan pas
meer wordt dan een uiterlijk feest, als die eerste communie het begin is van
regelmatige volgende communies en niet praktisch de laatste communie. Het
voorbeeld van de ouders is hierin beslissend. Dat een kind tot het volwassen is
misschien lang niet altijd graag naar de kerk gaat, mag geen reden zijn het
hierin vrij te laten. In deze ontwikkelingsjaren moet het kind ook heel veel
andere dingen doen, die het niet graag doet en die toch goed zijn.
Na een systematische voorbereiding op school, waarbij de
betreffende leerkracht en de pastoor nauw samenwerken, worden de hiervoor in
aanmerking komende kinderen van groep 4 in een feestelijke viering voor het
eerst toegelaten tot de volledige deelname aan de H. Eucharistie. Deze viering
vindt eenmaal per jaar plaats.
Gedurende een ouderavond krijgen de ouders van de betreffende
kinderen de nodige informatie over de voorbereidingen op school en hoe zij hier
zélf actief aan kunnen meedoen thuis. Daarbij krijgen ze, op diezelfde avond,
te horen hoe het verloop van de plechtigheid in de kerk zal zijn.
|
HET VORMSEL
 |
Vormen betekent "sterken". Als het kind groter en
sterker wordt, heeft het ook geloofs-versterking nodig. Daarom komt de bisschop
of zijn plaatsvervanger extra kracht voor het geloof aanbieden. Dan staan zij
immers op de drempel van hun volwassenheid. Zoals de apostelen na het vertrek
van Jezus naar zijn Vader, Gods Geest ontvingen om voor hun geloof uit te komen,
wat zij eerst niet meer durfden. Zo wordt de kinderen Gods Geest gegeven om voor
hun geloof te blijven uitkomen.
De ouders wordt gevraagd vrijwillig hun kind(eren) hiervoor op
te geven. De kinderen worden op school en in het gezin voorbereid via een
speciaal catecheseproject. Tevoren wordt er een ouderavond gehouden. De
toediening van het H. Vormsel vindt eenmaal per jaar plaats.
|
HET HUWELIJK
 |
Vaak wordt gezegd: het huwelijk is niet alleen een gave, maar
ook een opgave. Dat is ook zo. Het gaat er in het huwelijk niet alleen om dat de
ander jou gelukkig maakt, maar ook dat jij de ander gelukkig maakt. Dat is de reden dat God ook bij deze onvoorwaardelijke
liefdesverklaring aanbiedt die te versterken met zijn bovenmenselijke liefde.
Hij wil de gehuwden helpen om elkaar nooit te laten vallen. Wat natuurlijk
alleen kan als het huwelijkspaar met die bedoeling voor God het huwelijk sluit
en Hem na de bruiloftsdag niet buitensluit.
Mensen die hun huwelijk kerkelijk willen laten inzegenen
dienen tenminste drie maanden van tevoren een afspraak te maken met de pastoor.
Het huwelijksgesprek en de vormgeving van de liturgie vindt plaats met de
pastoor van de parochie of degene die hij daarvoor delegeert.
|
DE BIECHT
 |
Dit woord is in onze tijd besmet, wat niet te verwonderen is.
Veel mensen hebben misschien nooit anders gedaan dan een van buiten geleerd
rijtje met onbenullige verzonnen fouten opgezegd. Ook heel wat mensen raakten in grote angst, zodra zij iets
deden wat als doodzonde gebrandmerkt werd en waarvoor zij zich schaamden dit aan
een priester te moeten zeggen.
Toch zijn er momenten dat een mens zijn geweten bezwaard
voelt; niet omdat hem dat aangepraat wordt, maar omdat hij zich heel goed bewust
is dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Een zonde die door hem noch door een
ander goed gepraat kan worden. En wat misschien ook niet meer goed gemaakt kan
worden. In zo'n bezwarende situatie biedt God Zijn helpende hand aan. Hij nodigt
zo'n mens uit om bij een priester zijn hart uit te storten, in of buiten de
biechtstoel. God heeft een priester daartoe gemachtigd.
Wat men ook denkt over biechten; dat een mens kwaad doet,
zondigt, is niet weg te denken en evenmin dat hij daarna behoefte heeft aan
herstel, dat soms alleen maar bevredigend kan gebeuren door een vergevend
gesprek onder vier ogen met een priester.
|
HET PRIESTERSCHAP
 |
Wat van het huwelijk gezegd wordt, geldt ook voor het
priesterschap. Het is niet alleen een gave, maar ook een opgave. Als priester ben je gelukkig om de mensen die je gelukkig
maken. Dat is de gave. Maar de opgave is, dat je jezelf dan ook helemaal moet geven
voor het geluk van de medemensen. Daarom dat de priester op de dag van zijn
wijding door Gods liefde vervuld wordt. Zo kan hij leven uit de kracht van Gods
liefde. Het zijn de priesters door wie God de mensen overeind houdt.
|
DE ZIEKENZALVING
 |
De grootste stap voor de mens is de stap van de aarde naar de
hemel. En voor de meesten het moeilijkste. God weet dat: Zijn Zoon heeft het aan
den lijve ervaren. Daarom biedt God voor het zetten van deze laatste stap Zijn
hulp aan. Zodra de dood duidelijk binnen de gezichtskring van de mens komt, kan
hij zich door een priester laten zalven met gewijde olie. Deze zalving op
voorhoofd en banden heeft een sterkende uitwerking. De gezalfde durft de dood in
de ogen te kijken, in alle rust. Soms werkt de zalving zelfs zo helend, dat het leven sterker
blijkt dan de dood en niet het leven, maar de dood het onderspit delft.
Het is dan ook niet raadzaam om met de toediening ervan te
wachten tot het moment van sterven of tot het moment, waarop de zieke buiten
bewustzijn is. Het is de priester niet toegestaan iemand te bedienen, wanneer
het duidelijk is dat hij/zij al enige tijd gestorven is: de sacramenten zijn er
immers voor de levenden. De pastoor zal bij een dergelijk voorval, op uw
verzoek, toch komen om de overledene met een gebed bij God aan te bevelen.
|
|
|
|