Start
Omhoog

   

Joodse tradities

Wie is er Jood? Volgens het Joodse geloof is iedere jongen of meisje geboren uit een Joodse moeder een Jood. Het is niet mogelijk dit Joods zijn op te geven.

 

De besnijdenis en de bar-mitzwa

Joodse jongens worden besneden als ze 8 dagen oud zijn, ze worden besneden door een moheel (de besnijder). Hij verwijdert met een scherp mesje de voorhuid van de penis. Door deze behandeling word het besneden jongentje opgenomen in het verbond dat God met Abraham. 

Op 13-jarige leeftijd wordt de Joodse jongen volwassen, dit heet bar-mitzwa. Hij moet dan in de synagoge een deel van de Thora ( de Joodse bijbel) voorlezen.

 

De Thora

In de Thora staan alle regels waarna de Joden moeten leven. Er zijn meer dan 613 regels! De bekendste zijn de voedsel- of spijswetten. Een Jood mag geen varkensvlees eten, want het vlees van een varken wordt in de spijswetten als onrein beschouwd. 

In Leviticus 11 staat:`Jullie mogen alle dieren eten die op het land leven, als ze maar volledig gespleten hoeven hebben en ook herkauwen' 

Het varken herkauwt niet dus zullen gelovige Joden dit vlees niet eten. 

Alle dieren die gegeten mogen worden, moeten door een speciale slager worden geslacht.
In Joodse keukens hebben ze ook vaak speciale pannen voor zuivelproducten en speciale pannen voor het vlees. Want in het Deuteronomium staat dat je geen vlees mag koken in de melk van de moeder. 


De sabbat

"6 dagen zullen jullie werken maar op de zevende moet je rusten"

Als jood, mag je niet op de dag van de sabbat werken, jij niet en je gezin niet. Zelfs het vee moet op die dag kunnen genieten van de rust. Want in 6 dagen heeft God hemel en aarde geschapen, de zee en al wat daarin is en Hij ruste uit op de zevende dag. Daarom heeft God de sabbat tot een zegen gemaakt (Exodus 20 : 8-11)


Er zijn 2 redenen waarom de jood sabbat moet viert. Ten eerste om de schepping te herdenken, en ten tweede om de uittocht uit Egypte te herdenken. 

De sabbatrust begint op vrijdagavond, kort voor de zonsondergang. Alle dingen zijn dan gedaan voor zaterdag, zoals de maaltijden en zelfs de telefoon wordt uitgeschakeld. Als het mogelijk is gaan de man en de kinderen naar de synagoge. En thuis maakt de vrouw de sabbatmaaltijd klaar of beter gezegd ze zet het op tafel, en steekt het sabbatlicht aan. Als de man en de kinderen thuis zijn gekomen uit de synagoge worden de kinderen door hun ouders gezegend. Daar zegenen ze ook de wijn en de 2 challes (gevlochten broden). Dan gaat het gezin eten.


Tijdens het eten worden er liturgische liederen gezongen ter ere van God, en de sfeer is die van diepe rust en harmonie.
In de ochtend van de sabbatdag woont het gezin eerst de synagogendienst bij, daarnaast is men ook verplicht die dag 3 keer te bidden.
Bij het ontbijt na de synogogedienst wordt opnieuw de wijn en de challes gezegend. īs Middags wordt er gewandeld en spelletjes gespeeld of ze gingen op visite. Maar de grootste bedoeling van de sabbat is om veel te leren van het Jodendom.

De sabbat word beschouwd als een wekelijkse verering van God. De enige dag waarop de Joden gaan nadenken over zichzelf, en de tijd nemen voor zichzelf en voor anderen. 



De synagoge
Op vrijdagavond begint de sabbat. Op die dag houden de Joden hun godsdienstoefeningen in de synagoge. Omdat de Joden uit eerbied voor God niet willen dat iemand zonder hoofdbedekking in de synagoge komt, moeten alle mannelijke Joden een keppeltje dragen. Omdat de vrouwen geen deel nemen in de eredienst nemen ze plaats op de galerij. Het orthodoxe Jodendom ziet het werk in het huishouden als de dagelijkse godsdienstoefening van de vrouw. 


Zo`n dienst word geleid door de voorzangers. Eťn van de chazans (voor-
-zangers) opent de dienst door een gedeelte uit het Bijbelboek Psalmen te zingen. De rabbijn, de geestelijke leider van de gemeente, neemt een Thora-
-rol uit de Heilige Ark. De Heilige Ark is een kast of een nis aan de oostkant van de synagoge. De rabbijn draagt de Thorarol naar de biema, de tribune vanwaar vanaf de Torarol wordt voor gelezen. De tekst is geschreven in het Hebreeuws en wordt gelezen van rechts naar links. De voorlezer gebruikt daarbij een jat, dit is een aanwijsstokje in de vorm van een hand met daarin een gestrekte vinger. De Thora wordt in ťťn jaar tijd helemaal uit gelezen. Als de voorlezer een deel heeft voorgelezen, houdt de Rabbijn een korte preek. Er staat altijd een rode lamp vlak voor de Heilige Ark te branden. Rechts van de preekstoel staat een zevenarmige kandelaar te branden genaamd: de menora. Links en recht van de biema hangen twee bordjes met daarop de tien geboden.



Het gebed
Het eerste wat een jood doet als hij wakker wordt, is zijn handen wassen om daarmee rein en onbevlekt tegenover God te staan. 

Een traditionele jood staat altijd vroeg op om na het reinigen het ochtendgebed te kunnen uitspreken. Als het even kan, doen ze het liefst samen met andere mensen. s`Middags bidden ze ook, maar alleen wat korter, ook s`avonds gaan ze bidden alleen dan bidden ze wel veel langer. En er wordt ook voor het slapen gaan gebeden.
Er wordt ook gebeden tijdens speciale feesten of bijeenkomsten. Tevens spreekt men een gebed op voor het eten, na het eten, bij onweer, bij het zien van een regenboog, oceaan, vallende ster, de nieuwe maan, bij het zien van een geleerde of iemand van koningshuis. 
Men moet zich elk moment bewust zijn van zijn goddelijke oorsprong en als een zo goed mogelijk mens leven.
Het Joodse Gebed bevat veel meer dan alleen vragen aan God. Het is eerder een gesprek tussen God en de mensen, daarom kon na de verwoesting van de Tempel 70 jr na Chr. het normale offeren vervangen worden door gebed.


Gebedskleding
Als een Jood gaat bidden draagt hij een witte mantel met hemelsblauwe strepen. De naam van deze mantel is tallith, letterlijk `lok', `kwast', naar de kwasten waarmee de hoeken zijn afgezet. Deze kwasten waarschuwen de gelovige Joden om zich niet te laten verleiden door de aardse verleidingen. Als de Joden dagelijks hun voorgeschreven gebed uitspreken dragen ze ook nog een tefillin, met andere woorden gebedsriem. Op deze gebedsriem zijn kleine kubussen genaaid de zogenaamde `huisjes'. In deze huisjes bevindt zich een woord namelijk `Sjaddia', 'Almachtige'. Alleen tijdens het avondgebed wordt de gebedsriem niet omgedaan.



Joodse feesten
Ondanks de vele regels en verplichtingen is het Joodse geloof geen saai geloof, in tegendeel zelfs, want de joden geloven niet zoals de vele andere godsdiensten dat de mens `slecht en verdorven' is, maar ze geloven dat de mens zelf mag kiezen tussen goed en kwaad. Maar als iemand voor het kwade kiest en daar oprecht berouw van heeft, dan zal God hem ook vergeving schenken. Dus kunnen ook de vrome Joden een lekkere borrel nemen en feest vieren. In de Joodse godsdienst spelen ook feesten een belangrijke rol. Maar ook is elk feest een herdenking van een belangrijke gebeurtenis in het Joodse bestaan. De belangrijkste feesten zijn:

Rosj - ha - sjana : Dit is het Joodse nieuwjaarsfeest dat in september wordt gevierd, toen bij ons 1998 begon, waren de Joden al in 5759. In de synagoge blaast men dan op de sjofar, dit is een ramshoorn. En aan tafel eet men dan appel gedoopt in honing. Daarbij wordt dan de traditionele nieuwjaarswens uit gesproken.

Jom - Kippoer : Met andere woorden de grote verzoendag. Het wordt tien dagen na het nieuwjaars feest gehouden. Op deze dag bidt men om de vergeving van de zonden van het Joodse volk.

Soekkoth : Het loofhuttenfeest valt direct met de grote verzoendag. Op deze dag bouwt ieder gezin een loofhut en woont 8 dagen in deze hut en dan herdenken ze de uittocht uit Egypte.

Chanoeka :De Joden herdenken dan de inwijding van de Tempel 104 jr v. Chr.

Poerim : het feest van de Loten herinnert de Joden aan de gebeurtenissen van tijdens de Babylonische ballingschap. Gelukkig kon toen uitroeiing van het Joodse volk verhindert worden door een Joodse prinses Esther, die toen met de Perzische koning was getrouwd en op haar voorspraak liet de koning de vervolgingen stoppen.

Pesach : Dit is het Joodse paasfeest. De redding van het Joodse volk uit Egypte wordt dan herdacht. 


Historisch overzicht:

  Vůůr het jaar 0

 

3761 Schepping van de aarde volgens Hebreeuwse kalender.
1850 Abraham trekt uit Ur in Chaldea naar het beloofde land, Kanašn, toen bevolkt door de Kanašnieten. Begin van de tijd
der Aardsvaders
1720-1560 De Hyksos beheersen Kanašn
1600 Jakob en zijn zonen verhuizen naar Egypte, waar Jozef onderkoning is
1240 Uittocht van de Joden uit Egypte en de wetgeving bij Sinai
1200 Jozua trekt met de IsraŽlieten Kanašn binnen.
1025-1010  Regering van koning Saul. Overwinning op de Filistijnen en Amorieten.
1010-972 David koning van IsraŽl met Jeruzalem als nationaal hoofdstad en religieus centrum.
972-932 Regering van Salomo. Bouw van de tempel te Jeruzalem. Handel met FoeniciŽ en ArabiŽ.
932 Splitsing van het Rijk in de koningsrijken Juda en IsraŽl.
932-722  Het rijk IsraŽl. De profeten Elia, Jesaja en Elisa.
932-286 Het rijk van Juda
722  AssyriŽ verovert Samaria en vernietig het koningrijk IsraŽl. Begin van de Assyrische ballingschap
722-586 De grote profeten Jesaja, Jermia en EzechiŽl.
586  Jeruzalem veroverd door Nebukadnezar. Verwoesting van de Tempel, begin van de Babylonische ballingschap
516  Inwijding van de tweede tempel van Jeruzalem. De boeken Ezra en Nehemai.
332  Alexander de grote verslaat de perzen en houdt zijn intocht in Jeruzalem
63 Verovering van Jeruzalem door de Romeinse veldheer Pompeius.
63 v-324  De Romeinse bezetting
37-4  Herodus, koning der Joden bij de gratie van Rome, restaureert en vergroot de tempel van Jeruzalem.
   
  Na het jaar 0

 

26-36 Pontius Pilatus, procurator van Judea.
66 Op stand van de Joden tegen de Romeinen.
70 Verovering van Jeruzalem door de Romeinen en de vernietiging van de Tempel
130 Keizer Hadrianus maakt van Jeruzalem een Romeinse stad met de naam Aelia Capitplina.
132-135 De tweede opstand tegen de Romeinen onder leiding van Bar Kochba.
135 Hadrianus maakt van Judea een Romeinse provisie genaamd
Syria-Palastina.
326 Constantijn en zijn moeder Helena beginnen van Jeruzalem een
Christelijke stad te maken
537 Keizer Justinianus ontneemt de Joden hun burgerrechten en hun
614  De perzen, geholpen door de Joden vallen Palestina binnen
629  Byzantium herovert Palestina.
638-1096 De Arabische tijd. Palestina een onbelangrijk deel van het rijk van de Omaijden, Abbassieden en Fatimieden.
1071  Jeruzalem verovert door de Seldsjoeken.
1099 De kruisvaarders veroveren Jeruzalem.
1187 Saladin verovert Jeruzalem.
1517 Palestina veroverd door de Turken; het wordt een deel van het Osmaanse Rijk.
1831 Het leger van Egypte valt Palestina binnen.
1896  Theohdor Herzl publiceert,, Der Judenstaat'' : er is maar ťťn oplossing voor de eeuwig opgejaagde joden, namelijk een afzonderlijke Joodse staat.
1918-1948 Palestina onder Engels bestuur de immigratie van Joden neemt toe.
1939- 1945 De Tweede Wereldoorlog
1947 De VN besluit tot een verdeling van Palestina in een Joods en een Arabisch deel. Arabieren verzetten.
1948 Ben Gurion roept de onafhankelijke staat IsraŽl uit.
1948-1949 De onafhankelijkheidsoorlog.
1956  Sinaioorlog.
1967 Zesdaags juni-oorlog.
1973 Yom-Kipoeroorlog van oktober.