Start
Omhoog

 
Okť, Kwak.

Wat je wil weten is, hoe je iets of iemand aanwijst.

Je weet dat er mannelijke en vrouwelijke woorden zijn. Daarom zullen we het eerst hebben over de mannelijke woorden:

  • Mannelijke woorden in het enkelvoud: deze woorden krijgen ce voor het woord

        Voorbeeld: * ce facteur : die postbode

                          * ce lit : dat bed

                          * ce pantalon : die broek

  • Mannelijke woorden in het meervoud: deze woorden krijgen ces voor het woord

        Voorbeeld: * ces facteurs : die postbodes

                          * ces lits: die bedden

                           * ces pantalons: die broeken

DUS:

  enkelvoud meervoud
mannelijk ce ces

 

Nu gaan we het even over de vrouwelijke woorden hebben:

  • Vrouwelijke woorden in het enkelvoud: deze woorden krijgen cette voor het woord

        Voorbeeld: * cette femme : die vrouw

                          * cette fille: dat meisje

                          * cette table: die tafel

  • Vrouwelijke woorden in het meervoud: deze woorden krijgen ces voor het woord

        Voorbeeld: * ces femmes : die vrouwen

                          * ces filles : die meisjes

                          * ces tables : die tafels

DUS:

  enkelvoud meervoud
vrouwelijk cette ces

 

Om alles nog eens duidelijk te maken, zal ik alles even in een tabel zetten:

enkelvoud meervoud
mannelijk ce ces
vrouwelijk cette ces

 

MAAR! Als het woord waar je ce of cette wil voorzetten, begint met een klinker of met een h, dan moet je er CET voorzetten.

Voorbeeld: * cet ami : die vriend

                  * cet homme : die man

                  * cet armoire : die kast    

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.