
Vuur is geen
ding dat iemand heeft uitgevonden! Neen! Het heeft altijd al bestaan,
denk maar aan de bliksem. Als die ergens inslaagt, veroorzaakt die
dikwijls branden. De mensen wisten toen niet wat het was, en sloeg op de
vlucht. Ze hadden bang! Als het vuur weg was, kwamen de mensen
stilletjes terug. Ze aten dan de dieren die geroosterd waren in het
vuur. Ze vonden dat heel lekker! Hier en daar brandde er nog een klein
takje, dat namen de mensen dan mee naar hun grotten. Dat was lekker warm
en nu konden ze ook alles zien. Dit was dus het begin van de
verlichting. Ook beschermde het vuur hen tegen de wilde dieren.

1. Eerst hadden de mensen vuur door
brandende takjes mee te nemen. Toen konden ze nog geen vuur maken.
2. Maar op een bepaald moment is de
mens zelf vuur gaan maken. Dit deden ze met vuurstenen. Men sloeg dan 2
stukken vuursteen tegen elkaar. Dan onstonden er vonkjes. ZoŽn vonkje
kon een vuur doen ontstaan van een hoopje droge bladeren.

3. Een andere
manier om vuur te maken, was de vuurboor. Je had daarvoor hout nodig. In
een blok hout was een gat, en dan stak je daar een stok in. Met de
handen wordt deze stok heel snel rondgedraaid.
4. Later had men de vuurboor en
vuurstenen niet meer nodig. Toen heeft men steenkool gevonden. De eerste
lucifers ontstonden in 1800. En nu gebruikt men natuurlijk ook de
aansteker.
|