Middeleeuwen

De middeleeuwen duurden van 500
tot 1500. Alles was toen heel anders dan nu: geen elketriciteit, houten
huizen, zandwegen, geen riolering.
Leenheer
De meeste mensen waren arm in die
tijd. Zij mochten in dorpjes rond het kasteel van de landheer wonen. zij
moesten dan wel werken op zijn land: een deel van de opbrengst moesten
ze afgeven aan de landheer. ze moesten dus heel hard werken. Ze waren
dus al heel voreg in de weer! Iedereen in het gezin hielp mee.
Deze boeren moesten in kleine
koude, donkere huisjes wonen. Er lag wat stro om op te slapen. Ze
hadden ook meestal te weinig om te eten. Wat aten ze dan? Brood, meelap,
gortepap, kaas of groente. Vlees aten ze bijna nooit want dat was veel
te duur!
Kleren
De kleren waren gemaakt van wol van de schapen. Er waren
toen nog geen kleuren waaruit je kon kiezen: er was enkel zwart of
bruin. ze wasten de kleren eigenlijk nooit, dus stinken deed het wel!
Ziek
In de middeleeuwen werden de mensen helemaal niet zo oud
als nu! Door zich zo weinig te wassen, kregen ze snel ziektes. Water
drinken was ook niet aan te raden! Het was heel vies, en je kon er dus
makkelijk ziek van worden. Daarom dronken de meeste mensne bier.
|