Start
Omhoog

      Licht 

 

·        Houtvuur en fakkels

Waarschijnlijk leerden de mensen zoŽn 200 000 jaar geleden hoe ze vuur konden maken. Dat was een heel belangrijke ontdekking.

 

Vroeger hadden ze helemaal geen elektriciteit. Stel je eens voor dat je thuis in de huiskamer elke avond een vuurtje stookt om licht te hebben en dat je niets anders hebt om licht te maken.

Zodra het donker wordt, schuif je de tafel opzij en je steekt een vuur aan in het midden van de woonkamer.

 

De hele avond door heb je alleen het flikkerende licht van je vuur tot je gaat slapen en het langzaam uit laat gaan.

 

Dat zou best wel heel gezellig zijn, maar je zou het wel met heel weinig moeten stellen en de ramen moeten openzetten voor de rook.

 

Je kan onmogelijk je lessen leren of je huistaak maken omdat er zo weinig licht is van dat vuur. Maar je kan ook geen boek lezen of puzzelen.

Je moet er goed voor zorgen dat het vuur niet uitgaat!

 

Vuur maken zonder lucifers of aansteker is niet gemakkelijk. Onze verre voorouders lieten een houten stok heel snel ronddraaien in een blok hout. Door de wrijving ontstond dan warmte. Daardoor schoten droge grassen en takjes in brand.

Eerst had men dus alleen een vast open vuur.

Dan begon men fakkels of toortsen te gebruiken. Men, had ontdekt dat vet goed en regelmatig brandt.

 

·        De olielampjes

Olielampen hebben eeuwenlang onze huizen verlicht. Ze hebben verschillende vormen gehad.

De Egyptenaren waren de eersten die de olielampen maakten. De Grieken en de Romeinen namen het idee van hen over.

Wat was die olielamp?

De olielamp was gewoon een potje gevuld met olie. De olie werd aangestoken en bleef branden tot ze op was. Later werd er een pit ingestoken, zoals in een kaars. Soms werd een schelp gebruikt als olielamp en soms het bot van een dier. Maar de meeste olielampen waren van steen.

 

·        Kaars

Toen kwam men op het idee om kaarsen te maken.

Kaarsen zijn al heel erg oud. Men heeft al restjes gevonden die meer dan 3000 jaar oud zijn.

De eerste kaarsen werden gemaakt van bijenwas of vet van dieren. Daarin stak een pit. Dat was een touwtje van vlas of katoen. De pit bleef braden tot de was of het vet op was.

Sinds de 15e eeuw werden kaarsen in vormen gegoten.

 

·        Petroleumlampen

In de vorige eeuw werden olielampen vervangen door petroleumlampen. Maar deze geven net zoals de olielampen weinig licht. Wie sŽavonds dus een boek wou lezen, moest heel dicht bij de lamp gaan zitten.

 

 

 

 

 

 

 

·        Elektrische verlichting

Olielampjes waren niet erg veilig. Vele uitvinders probeerden lampen te maken die met elektriciteit werkten. Maar dat lukte niet zo goed! De eerste elektrische lampen gaven vonken. Ze waren ook te gevaarlijk!

Thomas Edison vond in oktober 1879 de gloeilamp uit. ZoŽn lamp werkt met een draad die fel gloeit. Dat is veel veiliger.

 

In 1885 kreeg de Grote Markt in Brussel elektrische verlichting. Ook enkele zalen van het stadhuis werden elektrisch verlicht. Maar veel huizen bleven hun huizen verlichten met olie- en gaslampen. Pas in 1951 hadden alle gemeenten in België elektriciteit.

Er zijn ondertussen al heel wat verschilleden soorten lampen: Tl-buizen die wit licht geven, halogeenlampjes, …

De uitvinders bleven aan het werk. Ze zochten naar lampen die minder elektriciteit verbruiken. Er bestaan nu ook al spaarlampen. Een spaarlamp van 20 watt geeft evenveel licht als een gewone lamp van 100 watt. Ze gaat ook heel wat minder vlug stuk. Dat is natuurlijk erg zuinig. Maar er is ook een nadeel: zoŽn spaarlamp kost veel meer dan een gewone lamp!

 

 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.