Fascisme
A)
Wat is fascisme?
Het
werd door Mussolini in Italië gevestigd. Dit regime is gebaseerd op de
dictatuur van een partij, extreem nationalisme en corporatisme. De
grondslagen zijn ontleend aan zeer uiteenlopende denkers zoals Nietsche,
Vico, Hegel, Spengler, Sorel enz.
Het
fascisme maakte gebruik van de ontevredenheid van een bepaalde groep of
groepen in een staat ; arbeiders tijdens een crisis, jongeren die zich
niet konden ontplooien binnen de bestaande structuren, industriëlen,
kleine burgerij enz. die orde en rust verlangden. De fascistische
opvattingen ten opzichte van de staat waren anti-liberaal. De staat
moest zich met de economie moeien omdat het fascisme de staat niet zag
als een samenhangen van verschillende groepen maar als een organische
eenheid.
De
leden van de partij werden naar de belangrijkheid gerangschikt hierbij
had de hoger geplaatste t.o.v. de lager geplaatste altijd gelijk zodat
de leider steeds de hoogste waarheid bezat. Fascisme was dus tegen
socialisme maar vooral tegen democratie: er moest een leider komen. Een
leider met absolute macht. Een leider die zo nodig met behulp van geweld
het volk zou leiden. Ook geweld paste in de fascistische ideeën over de
samenleving. Zonder geweld zou het bovendien lastig worden een
fascistische staat in hand te houden. Een van de tactieken bestond erin
wanorde te provoceren om dan als verdedigers van de gewone man, die zich
bedreigd voelde, aan te trekken.
B)
Verloop van het fascisme in Italië
* voor 1945:
Italië werd zwaar getroffen door een crisis na WO 1 de financiën en de
economie waren geruïneerd en de gewelddaden waren aan de orde van de
dag. Onder invloed van de communistische revolutie in Rusland bezetten
de Italiaanse boeren de grote landerijen en de arbeiders de fabrieken.
De politiekers lieten hen maar begaan omdat ze dachten dat het
bolsjevisme in Italië toch nooit een kans zou maken.
Maar in 1919 richtte Mussolini de Fasce Italiani di Combattimento op met
republikeins, democratisch en sociaal programma.
Maar dit programma is voortdurend in ontwikkeling. De kern werd gevormd
door een stoottroep, de zwarthemden, vooral voor de jongeren van de
partij. Zij werden gesteund door de bankiers, industriëlen en
grootgrondbezitters en dit vooral onder het bewind van premier Giolitti.
In
1920 slaagden ze erin door terreuracties, die zeer gewelddadig konden
zijn, geleidelijk aan de tegenstand te breken. In 1921 richtten zij
fascistische vakverenigingen op, die vooral werklozen opnamen om
stakingen te breken. In het begin,1919 waren de fascisten met 20 000 en
in oktober 1921 waren ze met
310
000. Er was dus een forse stijging.
In
1921 bracht hij, Giolitti deze op in zijn nationaal blok. Zo komen er
een dertigtal fascisten in het Parlement.
En
omdat het zo slecht ging in Italië bood de eerste-minister Facta de
fascisten enkele ministers aan, dit was in juli 1922. Op 24 oktober van
dat jaar kondigde Mussolini te Napels de mars op Rome aan en zond een
ultimatum aan Facta, die op 27 oktober ontslag nam. Victor Emmanuel III
droeg op 29 oktober de macht over aan Mussolini en de Zwarthemden
hielden op 31 oktober een triomfantelijke intocht in Rome.
Het
eerste kabinet telde slechts 4 fascisten onder de 14 ministers. De Kamer
schonk hem volmachten: de orde werd hersteld en geleidelijk aan namen de
fascisten, zonder de grondwet te wijzigen, het hele staatsbestel in
handen en schakelde iedere oppositie uit. Bij de verkiezingen van april
1924 behaalden de fascisten 406 van de 535 zetels. Mussolini kon in 1924
een dictatuur uitroepen.
Geschreven door Rita Hombroux
|