Start
Omhoog

 

 Regenwoud

 

Het regenwoud is de belangrijkste natuurlijke leefomgeving op aarde.
Er leven verschillende dieren in alle soorten en maten, zoals: allerlei katachtigen (bv. de jaguar en de tijger), grote neushoorns, allerlei soorten vogels (bv. de papagaai, of de arend), kleine insecten (mieren, vlinders), boomkikkers, dodelijke slangen, aapachtigen (gorilla apen, chimpansees, neusapen), enz.


Er leven ook miljoenen plantensoorten die de bosbegroeiing vormen, van hoge loofbomen tot microscopisch kleine waterplanten.
Deze planten zetten koolstofdioxide en water om in glucose in zuurstof.
Dit kan alleen als er op de (groene) bladeren zonlicht valt.
Dit omzetten van de stoffen wordt fotosynthese genoemd.
Er valt natuurlijk ook veel regen (het woord regenwoud zegt het eigenlijk al). Er valt tussen de 300 en de 600 cm regen per jaar. Al deze factoren zorgen voor elkaar ervoor dat ze blijven bestaan. Dat heet een ecosysteem.

 

 

Hoofdstuk 1: Hoe ziet een regenwoud eruit?

Wat moet je je voorstellen bij een regenwoud?
Een onvoorstelbaar grote, hete, vochtige bos van dikke en dunne bomen, die meer dan 30 meter hoog kunnen worden.
Overal liggen roofdieren op de loer, de hele grond is bedekt met struiken.
Hier en daar lopen rivieren dwars door het woud heen.

Het regenwoud beslaat maar 7 % van het aardoppervlak, maar er leeft op zijn minst de helft van alle soorten planten.
Hierin leven een heleboel verschillende insecten, kikkers, vogels en zoogdieren, die samen het regenwoud-mozaïek vormen.
Ze blijven in leven door de vruchten, bladeren en ook elkaar op te eten.

Het regenwoud kan duizenden km² groot zijn. De combinatie van warmte en vocht is ideaal voor de planten, daardoor is de begroeiing erg dicht.
Op elke boom komen wel 150 soorten insecten voor. Op de boom zelf groeien planten en hogerop wonen er vogels en kikkers in.

 

Hoofdstuk 2: De etages van de regenwouden

2.1: De etages van het woud

Het dichtste bladerdak, dat door de takken gevormd is, bevindt zich op een hoogte van 30m.
Dit wordt de "middelste etage" genoemd.
Hier en daar steken sommige bomen daar bovenuit, die vormen de "bovenste etage".
Andere groeien in de ruimte eronder, waar ze zo weinig licht krijgen dat ze uit armoede struiken of warrige klimplanten blijven, dat is de "onderste etage".
Daaronder bevindt zich nog de bosgrond.

2.2: De bovenste etage

De bovenste etage kan 40m hoog zijn.
Dit zijn de uitstekende boomtoppen, waarin arenden zich nestelen en brulapen rondspringen.
Brulapen leven in sociale groepen van acht tot twintig dieren.
De Brulaap is de meest luidruchtige diersoort van alle.
Met hun grote onderkaak weergalmen ze de klanken die ze gebruiken om te communiceren.
Het zijn grote apen die helemaal zijn ingesteld op het leven in de bomen met hun grijphanden, -voeten, en -staart. Ze verplaatsen zich vrij langzaam.
Ze leggen maar een paar honderd meter af per dag.
Ze eten bloemen en bladeren. In die boomtoppen leeft ook de Orchidee.

2.3: De middelste etage

Wat het regenwoud te bieden heeft zit niet in de grond, maar in de bomen.
Daarom zitten de meeste planten- en diersoorten 30m boven de grond.
Zelfs zoogdieren, slangen, vogels zoals de Toekan en ook kikvorsen.
Boomkikkers kunnen hun eitjes heel goed afzetten in de plasjes water die zich verzamelen rond de bladeren van de bromelia die daar groeit.
Later zal het vrouwtje een of twee kikkervisjes op haar rug naar een ander "vijvertje" brengen.
Boomkikkers hebben zuignapjes om ze te helpen over de bladeren heen te klimmen.
De vochtige lucht is perfect voor hun nattige huid.

2.4: De onderste etage

In de onderste etage leven onder andere de Geelvleugel-ara, de Tamandoea en de Boomslang.
De Tamandoea is een boomklimmende miereneter. Hij is het meest opvallende dier in Zuid-Amerika, dankzij zijn grijpstaart die hij gebruikt bij het klimmen.
Boomslangen, zoals de paradijs-boomslang uit Borneo klimmen recht omhoog langs de stam en gebruiken hierbij hun schubben om af te zetten.

2.5: De bosgrond

In het regenwoud leven op de bosgrond ontelbaar veel insecten, zoals mieren en termieten, maar ook wandelende takken, of nog vele andere (nu nog) onbekende insecten.
Trekmieren zwerven er rond, loerend op een prooi.
In Zuid-Amerika leven ook Rode Rotshanen in het regenwoud.
Zij springen snel van lage naar hoge takken op de grond.

 

Hoofdstuk 3: De ecologie van de regenwouden

3.1: De voedselketens

Om elkaar in leven te houden is het nodig dat de organismen leven van elkaar.
Hierbij zijn biotische en abiotische factoren aanwezig.
De zon levert de energie voor alles dat leeft in het woud.
Dat is een abiotische factor.
Planten gebruiken de energie rechtstreeks om voedsel te maken voor zichzelf en om te groeien. Zij worden gegeten door planteneters (herbivoren) en door alleseters* (omnivoren). Deze dieren worden op hun beurt weer gegeten door vleeseters (carnivoren). De planten en het vlees zijn biotische factoren.
Al deze dieren kunnen ademen doordat de planten van het door hen uitgeademde koolstofdioxide weer zuurstof maken.
De carnivoren staan boven aan de voedselketen. Maar als die carnivoren sterven in de natuur, worden zij weer voedsel voor planten. Want microscopisch kleine bacteriën breken het lijk af in stoffen die de natuur kan gebruiken. Deze stoffen komen in de bodem terecht en worden gebruikt door planten om in leven te blijven. De kringloop van de voedselketen is hierbij dus compleet.

3.2: De producenten, consumenten en reducenten

Water en koolstofdioxide zijn twee anorganische stoffen* die gebruikt worden bij fotosynthese. Water wordt door planten uit de bodem gehaald en koolstofdioxide uit de lucht.
Deze stoffen bevatten haast geen energie, maar deze stoffen worden m.b.v. zonnelicht omgezet in zuurstof en glucose. De stof glucose bevat veel energie.
De planten maken van glucose allerlei energierijke organische stoffen*, zoals koolhydraten, vetten en eiwitten.
Dus, de anorganische stoffen worden door planten omgezet in organische stoffen.
De planten zijn dus de "producenten".

De dieren in het woud kunnen zelf geen energierijke organische stoffen maken van anorganische stoffen.
Ze moeten dit binnen krijgen met hun voedsel.
Hun voedsel bestaat uit andere organismen, of delen daarvan.
Deze dieren zijn dus de "consumenten".

Producenten (planten) worden gegeten door consumenten van de eerste orde (bijv. de gnoe), maar die wordt weer gegeten door consumenten van de tweede orde (bijv. de jaguar), en die weer door consumenten van de derde orde, enz…
De resten van de dode organismen worden afgebroken door bacteriën, de "reducenten".

  • Alleseters: Dieren die zowel vlees, als planten tot zich nemen
  • Anorganische stoffen: Stoffen die niet gevormd zijn door organismen
  • Organische stoffen: Stoffen die gevormd zijn door organismen

 

Hoofdstuk 4: Het gevaar voor de regenwouden: de mens!

De natuur maakt geen fouten.
Alles in de natuur heeft een doel.
Als er in de natuur een gehandicapt dier wordt geboren, dient hij als prooi voor een carnivoor.
Een hoop mensen vinden dat zielig. Maar dat het beest wordt opgegeten is ook in zijn belang.
Het zou anders zijn hele leven gehandicapt moeten leven. Dat is pas zielig.
"Maar waarom gaat het dan allemaal zo hard en gemeen? Waarom heeft 'de natuur' er dan niet voor gezorgd dat de beesten niet zo hoeven te lijden?"
Dat is heel simpel: De beesten zouden dan niet weg rennen voor de carnivoren!
Dan blijven er even veel sterke als zwakke beesten over, die zich gaan voortplanten.
De beesten worden steeds zwakker en zwakker.
Dan gaan er steeds meer ziektes ontstaan waar ze zich niet tegen kunnen weren.
Uiteindelijk zal er een plaag van ziektes komen wat de dieren zal doen uitsterven.
Dat is pas lijden!
Nee, de natuur heeft alles goed geregeld.
Op één ding na: de mens.

Best wel een leuk idee hè, een aap die gereedschap gebruikt bij het jagen, die zo intelligent is dat hij zichzelf gaat evolueren? Hij wordt steeds intelligenter. Hij wordt een mens.

 

Hij bouwt een beschaving op, gevormd naar de mogelijkheden van zijn milieu. Er wordt niet meer op hem gejaagd door carnivoren.
Maar, hij wordt in de loop der tijd steeds zwakker. Steeds meer nieuwe ziektes ontstaan. Hij vindt er wel medicijnen voor uit, maar hij krijgt zelf steeds minder natuurlijke weerstand.
Dat laat de mens heus niet uitsterven, daar is hij te intelligent voor.
Maar de mens is ook hebberig. Hij is gewend dat alles zo prettig mogelijk gemaakt wordt als mogelijk. De mens wil liever hardhout uit de regenwouden in plaats van normaal hout. De mens wil niet recyclen. Fietsen in plaats van autorijden? Nee hoor, dat kost teveel moeite. "Dat is niet prettig!" De overheid lost het wel op.
Per jaar wordt een stuk regenwoud zo groot als België met alle levende wezens erin vernietigt, maar de mens leeft rustig door, hij vergiftigd de bodem en loost gif in de lucht.
De regenwouden zijn de "longen van de aarde" die nu treurig genoeg erg astmatisch zijn geworden. De ecologische kringlopen van alles op de wereld worden verstoord, de wereld gaat eraan. En als de mens nu eens niet zo egocentrisch zou zijn, en meehelpt om de schade te herstellen, valt deze aardbol misschien nog te redden.
De mens zou moeten proberen om die ene "fout" van de natuur nog een beetje in bedwang te houden, dan is het misschien nog niet te laat…

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.