Start
Omhoog

 

 Noorwegen

flag

 

 

Ligging en landschap

Noorwegen, ligt aan de westkant van Scandinavië. In het noorden en westen liggen de Noordzee, de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee. 

Noorwegen kan ingedeeld worden in vier landschappen: 

Het Ostlandet is het dichtstbevolkte gebied. Hier liggen de meest uitgestrekte bossen en de drukst bezochte vakantiegebieden. 

In Vestlandet liggen de beroemde fjorden en met sneeuw bedekte bergen. 

Troendelag ligt in het midden van Noorwegen en is een betrekkelijk vlak en vruchtbaar gebied. 

Nordlandet bestaat uit bergen, eilanden en fjorden. Dwars door het gebied loopt de poolcirkel en hier wonen ook de Samen (Lappen). Het Noorse bergland onstond 340 miljoen jaar geleden. Tijdens de ijstijden werd het bergland bedekt met een 2000 meter dikke ijslaag. De gletsjers slepen diepe kloven in het landschap en zo ontstonden de fjorden. Fjorden kunnen tientallen kilometers landinwaarts reiken. Het verst landinwaarts reikt de Sognefjord (204 km).

Klimaat

Aan de westkust, het fjordengebied, is er een warm gematigd zeeklimaat met zachte en regenachtige winters. 

In het hoge noorden kan de temperatuur 's winters dalen tot -40°C. In de zomer komt de temperatuur regelmatig boven de 20°C. Hier heerst een echt toendraklimaat. Doordat het klimaat vrij droog is en er weinig wind staat zijn de lage temperaturen goed te verdragen. 

Ten oosten van de bergketens heeft het binnenland een landklimaat. Op sommige plaatsen is het daar zo droog dat men in de landbouw genoodzaakt is om te irrigeren. Enkele van de droogste plekjes van Europa zijn hier te vinden. 

   

In Noorwegen zijn twee bijzondere fenomenen waar te nemen: de middernachtzon en het noorderlicht. 

De middernachtzon staat voor veel reizigers hoog op het lijstje van bezienswaardigheden. Hoe verder men in de richting van de Noordpool gaat, hoe hoger en langer de zon achter elkaar blijft schijnen. De poolcirkel, die ook door het noorden van Noorwegen loopt, is de breedtegraad waarop de zon in de nacht van 21 op 22 juni net boven de horizon blijft staan. 

Het noorderlicht of poollicht is in heldere, koude winternachten te zien. Uit zonnevlekken worden richting aarde elektrische deeltjes weggeschoten die door het magnetisch veld om de aarde naar de hogere luchtlagen gestuwd worden, en daar beginnen te gloeien. Er ontstaan dan schitterende kleurschakeringen, in bogen en stralen. Het allermooiste is de noorderlichtkroon, als al die bogen en stralen als een kroon boven de pool lijken te hangen.


Planten en dieren

Naast talrijke naaldbossen komen er ook loofbossen voor in Noorwegen. In het zuiden vindt men loofbossen met eik, gewone es, ruwe iep, Noorse esdoorn, hazelaar, meelbes. In hoger gelegen gebieden en in het noorden vind je dwergberken en jeneverbessen. Op de hoogvlaktes groeien veel moerasplanten, heide en rendiermos. 

Een van de bekendste grote dieren in Noorwegen is de eland, die veel voorkomt in grote delen van Noord-Noorwegen. 

                                                                                    
Noorwegen is vooral rijk aan watervogels: eenden, meeuwen, zeekoeten en bekende papegaaiduiker komen veel voor. Op sommige eilanden voor de kust komen meer dan 200 vogelsoorten voor. 

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Pas na de laatste ijstijd vestigden zich allerlei stammen in de bossen en aan de kusten van het huidige Noorwegen. De oudste vondsten stammen van rond 10.000 voor Christus. 

Vikingtijd

Als begin van de vikingtijd wordt de overval door vikingen op het Noord-Engelse Lindisfarne in 793 aangehouden. De vikingen gingen plunderen langs de kusten van de Britse eilanden tot zelfs aan de Middelandse Zee toe. Noorwegen veranderde in de vikingtijd langzaam in een centraal bestuurd land en werd eeuwenlang bestuurd door verschillende koningen. 

Na het uitsterven van de dynastie was Noorwegen verenigd met Zweden (1319-1380) en vervolgens met steeds hechtere banden met Denemarken (tot 1814). 

Vanaf de 16de eeuw was er een vooruitgang merkbaar in economisch en cultureel opzicht. De eigen scheepvaart groeide. 

In 1660 werd het koningschap erfelijk en absoluut. 

Unie met Zweden

De Noren waren het er echter lang niet mee eens wat er in Kiel over hen was beslist. Christiaan Frederik weigerde zijn functies over te dragen aan de door de Zweedse koning benoemde gouverneur-generaal. Op 17 mei werd een grondwet aangenomen en door de inmiddels tot koning uitgeroepen Christiaan Frederik bekrachtigd. De grondwet maakte een einde aan de absolute macht van de koning. De ministers waren voortaan verantwoordelijk. 

In het midden van de 19e eeuw ging het economisch beter, toen ook Noorwegen zich ging mechaniseren en industrialiseren. 

Hoewel scheepvaart, visserij, industrie en mijnbouw vooral in de tweede helft van de 19de eeuw de welvaart deden toenemen, werd het toch nog overwegend agrarische land te klein om al zijn onderdanen goede bestaansmogelijkheden te bieden. Er kwam een omvangrijke emigratie op gang, vooral naar de Verenigde Staten: van 1866 tot 1915 emigreerden ruim 700.000 Noren. De infrastructuur van het land veranderde enorm door de aanleg van wegen en spoorlijnen en het instellen van bootverbindingen.

Noorwegen onafhankelijke staat

In de eerste jaren van de onafhankelijkheid bleef de verhouding tot Zweden koel. In 1907 werd het vrouwenkiesrecht ingevoerd. De verkoop van alcoholische dranken werd in 1919 volledig verboden. De Eerste Wereldoorlog bracht een toenadering tussen de Scandinavische landen. Omdat ze neutraal waren hadden zij in veel opzichten dezelfde politieke en economische belangen. 

Tweede Wereldoorlog

Na het uitbreken van de oorlog wist Noorwegen tot april 1940 neutraal te blijven. Op 8 april kondigden de geallieerden aan, door het leggen van mijnen binnen de driemijlszone, een einde te zullen maken aan de vaart van Duitse schepen onder de Noorse kust. De dag daarop volgde de Duitse invasie. Duitse troepen gingen aan land in Oslo, Bergen, Trondheim en Narvik. Op 1 febr. 1942 werd een nieuwe regering gevormd, met de Duitse vazal Quisling als minister-president. In oktober 1944 drongen Sovjettroepen op Noors gebied door en bezetten Kirkenes. Een groot deel van Finnmark viel al snel in hun handen. De Duitsers trokken zich uit het noorden terug onder het aanrichten van zware vernielingen. De Duitsers capituleerden op 8 mei 1945 en Noorwegen herwon zijn vrijheid.

Eg ja of nee?

Onmiddellijk na de oorlog vormde de sociaal-democraat Einar Gerhardsen een nationale regering. De sociaal-democraten behielden de meerderheid tot 1961. In 1989 verloor de Arbeiderspartij de verkiezingen en gedurende een jaar werd het land geleid door een centrumrechts minderheidskabinet. Die regering viel in oktober 1990 op het vraagstuk van Noorwegen's eventuele toetreding tot de Europese Gemeenschap, een probleem waarover al sinds 1970 grote verdeeldheid in Noorwegen heerst. Brundtland wilde een nauwere band met de EG. Op 17 jan. 1991 overleed koning Olaf V. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Harald V. In oktober 1992 werd met de overige landen van de Europese vrijhandelsassociatie (EVA) en de twaalf EG-lidstaten een akkoord bereikt over de Europese Economische Ruimte. In 1993 werden de onderhandelingen met de EG weer heropend. Grote verliezers bij de parlementsverkiezingen van september 1993 waren de conservatieven en de kleine rechtse Vooruitgangspartij. D

 

taal en godsdienst

Het aantal inwoners van Noorwegen bedraagt ongeveer 4.400.000. 

Emigratie heeft sinds de vikingtijd altijd een grote rol gespeeld in de Noorse geschiedenis. 

Taal

De Noorse taal en zijn dialecten behoren tot de Noordgermaanse taalgroep, zoals het Deens, Zweeds en IJslands. Het land heeft twee volledig gelijkgestelde (en nauw verwante) schrijftalen: het bokmål (gebruikt door ca. 80%) en het nynorsk (20%). Het Noorse alfabet telt 29 letters, onze 26 letters en de æ, de å en de o met het schuine streepje er doorheen. Het Samisch, de taal van de Samen of Lappen, wordt in Noord-Noorwegen als derde officiële taal erkent. Het Samisch is verwant met het Fins, Estlands en het Hongaars.

Godsdienst






Het christendom heeft Noorwegen pas laat, in de elfde eeuw bereikt. Ca. 89% van de bevolking is nu lid van de Evangelisch-Lutherse staatskerk. De organisatie is verdeeld in 10 bisdommen. De koning is hoofd van de kerk. Veel Noren hangen andere erkende religieuze organisaties aan zoals b.v. de Pinkstergemeente. Daarnaast zijn er afgescheiden evangelisch-lutherse vrije kerken, methodisten, baptisten en rooms-katholieken (ruim 35.280 leden); laatstgenoemde kerk heeft een bisschop in Oslo.




 

Indeling

Het land is ingedeeld in negentien provincies (fylker), met aan het hoofd een gouverneur (fylkesmann). De kleinste administratieve eenheden zijn de 439 gemeenten. Svålbard (Spitsbergen) heeft een bijzondere status en wordt bestuurd door een gouverneur (sysselmann), die rechtstreeks onder de regering in Oslo valt. Oslo is een zelfstandige provincie. Het eiland Jan Mayen in de Noordelijke IJszee behoort ook tot Noorwegen.

 

Economie

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

De opbrengst van de akkerbouw, tuinbouw en veeteelt is erg groot. Om afhankelijkheid van het buitenland te voorkomen worden de boeren zwaar gesubsidieerd en de prijzen van agrarische producten kunstmatig hoog gehouden. Van de Noorse bossen wordt ongeveer 80% benut voor houtproductie. De meeste Noorse huizen worden nog steeds van hout gebouwd. De zee speelt nog altijd een belangrijke rol in de Noorse economie. De export van visproducten levert jaarlijks miljarden Noorse kronen op. 

Handel

Noorwegen heeft sinds 1989 een overschot op de handelsbalans, vnl. door de aardolie-export. Belangrijke exportproducten zijn verder machines, metalen (aluminium), papier en cellulose, vis en chemische producten. 

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.