Kortrijk
- Vlaanderen verzette zich
tegen Frankrijk.
In 1278 werd Gwijde van Dampierre graaf. Hij wou het
franse centralisme invoeren. Doordat hij meer macht wou in het
graafschap, kwam hij in botsing met de patriciersklasse. De
patriciersklasse hadden een grote politieke en sociale onafhankelijkheid
in de Vlaamse steden, wat niet zo goed was voor de macht van de graaf.
Zij zouden zich ook verdedigen tegen de graaf en ze zouden zelfs naar de
koning van Frankrijk stappen!
Toen het gemeen, de handwerkers die in ambachten
verenigd waren, tegen de patriciërs opkwamen, wilde het nieuwe
patriciaat ( = de nieuwe rijken) helpen. De Patricier waren hun
vijanden!
Het gemeen ging naar de graaf om steun. Daardoor werd
de macht van de graaf sterker, waardoor de macht van het patriciaat
verminderde. Het patriciaat was nu dus tegenstander van de graaf. Het
patriciaat gaat dan naar de koning.
DUS: Graaf en gemeen
tegen vorst en patriciaat.
Frankrijk steunde dus de patriciërs, zij werden 'Leliaerts'
genoemd, naar de lelie in het wapen van de koning.
De verdedigers van de graaf werden 'klauwaerts'
genoemd, omdat in het wapen van de graaf er een leeuw met scherpe
klauwen staat.
De graaf verbrak zijn vazalleneed waardoor er een
oorlog ontstond waarbij in 1300 bijna alle steden in franse handen
vielen. Vanaf nu gingen bijna overal patriciërs delen van het land
besturen. Vlaanderen behoorde weer bij het kroondomein van Frankrijk.
In mei 1302 kwam koning Filips de Schone naar Brugge.
Maar de kosten van het grote onthaal, moesten betaald worden door het
gemeen! Hier waren ze niet blij mee en ze kwamen in opstand. De leiders
van deze opstand waren Pieter de Coninck en Jan Breydel. Frankrijk
onderdrukte deze opstand.
Op 18 mei 1302 kwamen de uitgewekenen vanuit hun
ballingschap bij het Zwin naar Brugge. De overval van de opstandelingen
op het franse garnizoen in die nacht van 17 op 18 mei (= Brugse metten),
bevrijdde Brugge van de franse bezetting en van de Leliaerts.
Dit Brugse verzet luidde de bevrijding van het
graafschap in. Dat was de voorbereiding tot de slag bij Kortrijk, De
slag der Gulden sporen. Hierin streden 1000den handwerkers tegen de
franse bezetters voor de vrijheid. Van het franse leger bleef slechts
een vluchtende troep over. En toen na de zegepraal, bevestigd door het
vinden van de 1500 gouden sporen, ook de patriciërs van Gent en Ieper
het veld moesten ruimen, toonde dit aan dat heel Vlaanderen zich thans
bevrijdt achtte van de Fransen en van de Leliaerts.
Zonen van Dampierre namen na de zege het bestuur over
het land waar. Zij erkenden de eisen van de gewone man, onder meer de
toelating van de handwerkers tot het bestuur van de steden. Dit was
politieke en sociale integratie. De strijd werd voortgezet samen met
Brabant. Doch werd het duidelijk dat Vlaanderen met zijn enkele
verbondenen nooit de strijd tegen het machtige Frankrijk kon winnen.
Maar ook dat had zijn betekenis: het kleine Vlaanderen duchtte de strijd
tegen zijn verdrukker niet.
Op 23 juni 1305 kwam de hertog van Brabant om een
vredesverdrag te sluiten. Hierin stond dat voor de geleden verliezen aan
de koning en de Leliaerts, patriciërs hoge schadevergoedingen en boeten
betaald moesten worden. Vooral Brugge werd zwaar gestraft. De mannen en
de jongelingen moesten vanaf hun 14 jaar een eed van trouw afleggen.
Deze eed moest om de 5 jaar opnieuw worden afgelegd!!
- Waarom heeft Vlaanderen dit
verdrag ondertekend?
Robrecht van Bethune die na de dood van Gwije in 1305
graaf van Vlaanderen was, wenste eindelijk in vrijheid te worden
gesteld.
Er was onenigheid in Vlaanderen zelf, waar de steden
met elkaar begonnen te twisten.
|