Start
Omhoog

   Kaartlezen

Ben je de weg kwijt?

Wil je weten wat de kortste weg is naar het zwembad?

Of wil je weten welke rivieren er door BelgiŽ stromen?

Met een kaart zijn al je problemen opgelost!!!

Een plattegrond van je kamer

Je kan ook een plattegrond maken van je kamer. Teken dit op een groot vel papier. Vervolgens teken je alle meubelen die in je kamer staan.

Een dag in de zoo

We gaan op bezoek in de zoo. Aan de ingang krijg je een plattegrond. Wauw! Nu zien we pas hoeveel er te beleven valt!

Een plattegrond helpt je om de weg te vinden. Om het je ook wat gemakkelijker te maken zie je wegwijzers en bordjes staan.

Pictogrammen

Je kan iemand een boodschap geven met woorden: "Hier is de uitgang". Maar je kan diezelfde boodschap ook geven met een tekening. Dat is een pictogram. Die boodschap is dan ook duidelijk voor mensen die een andere taal spreken dan ons. 

Hier zie je enkele voor beelden van pictogrammen:

 

Spelen bij een vriendje

Jouw nieuwe vriend(innetje) uit de klas heeft gevraagd of je bij hem (haar) komt spelen. Natuurlijk ga je, maar er is maar 1 probleem: je weet niet waar hij (zij) woont! Je vraagt even of hij (zij) een plan wil tekenen.

Op het plan worden kleine tekeningen gebruikt. Naast het plan schrijf je dan wat die tekeningen juist willen zeggen.

Voorbeelden:

KERK
BOOM

Zo gebeurt dat ook op echte kaarten. De kleine tekeningen stellen iets voor. Het zijn symbolen. De uitleg van die symbolen naast de kaart, wordt de legende genoemd.

Een stratenplan

Van elke stad en gemeente bestaat er een stratenplan. Daarop staan meestal alle grote en kleine straten met hun naam. Soms staan ook de belangrijkste gebouwen op de kaart.

Een stratenlijst

Bij het stratenplan hoort ook een lijst waarop de straten alfabetisch gerangschikt zijn. Achter elke naam staat dan een code: een letter en een cijfer. Die letters en cijfers vind je terug op de rand van het stratenplan.

Allemaal vakjes

Het stratenplan is verdeeld in vakken. Elk vak heeft een code die bestaat uit een letter en een cijfer. Daarvoor neem je het cijfer boven het vak en de letter naast het vak.

 

De autosnelweg

We gaan met de auto een tripje maken. Haal dus de wegenkaart maar te voorschijn!

Het makkelijkste om ergens snel te raken, is de autosnelweg. In BelgiŽ vind je veel autosnelwegen! Deze hebben allemaal een naam: die bestaan uit een letter en een getal. Je hoort deze namen dikwijls op de radio!

Op een wegenkaart zie je dat er veel wegen een andere kleur hebben. Zo kun je duidelijk het verschil zien tussen een grote weg en een kleine weg.

Stratenplan of wegenkaart?

Op een stratenplan staan alle straten. Op een wegenkaart staan alleen maar de verkeerswegen die dorpen, gemeenten of steden met elkaar verbinden.

Maar hoe moet je die kaart vasthouden?

Op veel kaarten zie je een pijl die het noorden aangeeft. Houd je kaart dus zo vat dat die pijl naar het echte noorden wijst. Het echte noorden kan je met een kompas vinden. Soms staat er geen pijl op de kaart. Dan moet je de bovenkant van de kaart naar het noorden leggen.

Afstanden meten

Op elke kaart vind je naast de schaal (bv 1:20000) ook een soort meetlat. Daarmee kan je de afstanden meten op een kaart. Bijvoorbeeld hoeveel kilometer je moet stappen van de bakker tot aan je thuis.

Je kan dit meten op een heel handige manier:

leg een touwtje langs de weg die je wilt weten. Volg goed de bochten. Houd dan het touwtje strak en leg het langs de lat. Je kan dan aflezen hoe groot de afstand is.

De schaal

Op een kaart is alles verkleind. De wegen zijn namelijk op schaal getekend. Hoe kleiner de schaal, hoe minder details je kan zien. Op kaarten met een hele grote schaal staan zelfs de huizen getekend.

Op elke kaart staat vermeld op welke schaal alles getekend staat. Een kaart met een schaal van 1:10 000 bijvoorbeeld. Dit wil zeggen dat 1 cm op de kaart gelijk is aan 10 000 cm in het echt.

Topografische kaarten

Op een topografische kaart of stafkaart vind je alles terug. Zelfs huizen en kleine paadjes. Als je dus een wandeling wil maken, dan is dit de beste kaart!

Op zoīn stafkaart vind je hoogtelijnen. Bij die lijnen staat een getal. Dat is de hoogte in meters.

 

als je dus een goede kaart hebt, kun je niet verdwalen. Je weet nu al hoe je het noorden op een kaart vindt. Nu moet je alleen nog weten hoe je het echte noorden kunt vinden.

Om te weten hoe je een kaart moet houden, moet je dus weten waar het noorden ligt.

1. Met een kompas

Een kompas is erg handig om het noorden te vinden. Zoīn kompas bestaat uit 2 delen: op de windroos staan de windstroken: westen, oosten zuiden en noorden. Als het kompas horizontaal houdt, wijst de naald altijd naar het noorden.

2. Met de zon

Als je geen kompas bij je hebt, kun je naar de zon kijken. Je weet dat die īs middags in het zuiden staat.

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.