Start
Omhoog

 

 Turkije

flag

 

Landschap

Het hoogland van AnatoliŽ is het belangrijkste landschap van Turkije. Het bestaat uit een ca. 2000-2500 m hoge, boomloze, deels woestijnachtige hoogvlakte, in het noorden en in het zuiden door hoge randgebergten omgeven, allebei met een groot aantal toppen van 3000 m en meer. Naar de EgeÔsche zijde lost het hoogland zich op in een aantal kleinere gebergten. Op het hoogland bevindt zich een gebied zonder afvloeiing, dat ongeveer eenderde van het gehele hoogland in beslag neemt.Het bestaat voor een groot deel uit zoutsteppen, afgewisseld met zoutmoerassen en zoutpannen. 
Turkije bezit weinig rivieren, die bovendien vrijwel niet geschikt zijn voor de scheepvaart. Globaal gezien stromen de rivieren naar alle zijden van het Anatolisch plateau af en doorbreken op weg naar zee de randgebergten. Zij hebben een groot verval (tot 11%) en ontwikkelen daardoor een sterke erosiewerking; aan de monding vormen zij dikwijls deltalandschappen uit het meegevoerde materiaal. De grootste geheel op Turks gebied stromende rivier is de Kizil Irmak (= Rode Rivier). De Turkse meren liggen grotendeels in de beide afvoerloze gebieden en hebben deels zout, deels brak, op plaatsen met ondergrondse waterafvoer voor een deel zelfs zoet water.

Klimaat

Het klimaat vertoont grote verschillen, die vooral samenhangen met de ligging ten opzichte van de zee en de hoogte. Het binnenland bezit een sterk landklimaat, terwijl de kusten een zeeklimaat hebben. Depressies, gemiddeld ongeveer vijf per jaar, komen uitsluitend in het koude jaargetijde voor en trekken dan over de Zwarte Zee of over de Middellandse Zee, maar nooit over het centrale hoogland. Hun invloed gaat niet verder dan enige tientallen kilometers landinwaarts. Daardoor komen in het binnenland zeer lage temperaturen voor. Aan de voorzijde van de Middellandse-Zeedepressies voeren woestijnwinden droge, warme lucht ook naar het binnenland, met name in het voorjaar. 's Zomers waaien onder invloed van de lage druk boven AziŽ noordelijke winden. De kusten zijn dan koeler dan het binnenland, juist tegengesteld aan de wintersituatie. Behalve langs de kust, m.n. van de Zwarte Zee, is de neerslag gering en sterk wisselend.

Planten en dieren

In het droge hart van het Centraal Plateau is veel grasland. Tegen de flanken van uitgedoofde vulkanen, zoals de Kara Dag en de Erciyas Dagi, waarvan de hogere hellingen vaak bebost zijn, komen steppen voor, evenals op de plateaus van Oost-Turkije tussen de gebergten. Op de hellingen van de Taurus en de Antitaurus komt in lente en zomer een weelderige grasgroei tot stand. Eeuwen van houthakken en grazen hebben de bossen uitgedund en teruggedrongen (van 70% tot 26% van de oppervlakte) en hebben zelfs hun samenstelling veranderd. Door het aanhoudend grazen van geiten in de westelijke kustgebergten overheerst daar het struikgewas. De dichtste bossen van Turkije liggen in het noorden, op de noordelijke hellingen van het Pontisch Gebergte bij de Zwarte Zee. Bruine beer, wolf, wild zwijn en panter komen hier en daar nog voor; de tijger is uitgeroeid, de leeuw is al heel lang geleden verdwenen. Voor de vogelwereld is Turkije een belangrijke passeerplaats in de trek; de Bosporus is bekend om de grote standplaats van trekvogels in herfst en voorjaar. Veel roofvogels, aalscholvers en pelikanen broeden in Turkije; de kaalkopibis is een uitstervende broedvogel. Een bekend reservaat is o.a. het Manyasmeer in westelijk Aziatisch Turkije, een belangrijke broed- en overwinteringsplaats voor vogels. Het zeewater wordt bevolkt door makrelen, zeebaarzen, dolfijnen, sardines, tonijnen, moeralen, palingen en inktvissen. Grote zeeschildpadden leggen in het zand langs de zuidkust hun eieren.

Bevolking, taal en godsdienst

Samenstelling

De overgrote meerderheid (Ī85%) bestaat uit Turken. De Koerden zijn de belangrijkste minderheid (Ī10%). Kleinere minderheidsgroepen zijn de half miljoen Arabieren en de enkele tienduizenden Tsjerkessen, Bulgaren, ArmeniŽrs en Grieken. Oorspronkelijk leefden er veel grotere aantallen Grieken en ArmeniŽrs in Turkije, maar hun aantallen zijn na de Eerste Wereldoorlog sterk verminderd. De Koerden wonen overwegend in het zuidoosten van het land De bevolkingsaanwas bedroeg tussen 1985 en 1990 gemiddeld 200 per jaar. 37% van de bevolking is jonger dan 15 jaar. De dichtstbevolkte provincies zijn De westelijke provincies zijn het dichtstbevolkt, die langs de Zwarte Zee en de provincies Adana en Hatay aan de Middellandse Zee. Ruim 55% van de bevolking woont in de steden. De grootste steden zijn: Istanbul (4 miljoen, met voorsteden 6,6 miljoen inw.), Ankara (2,5 miljoen, met voorsteden 4 miljoen inw.), Izmir (1,7 miljoen inw.), Adana (916.150 inw.), Bursa (834.576 inw.), Gaziantep (603.400 inw.), Konya (513.350 inw.), Kayseri (421.300 inw.), Eskisehir (413.080 inw.), Mersin (422.357 inw.) en Diyarbakir (381.144 inw.). Ca. 1,5 miljoen Turken werken in het buitenland, vooral in West-Europa (van wie ca. 1 miljoen in Duitsland en ca. 180.000 in Nederland) en in landen van het Midden-Oosten. 

Taal

De officiŽle taal is Turks, en wordt door ongeveer 90% van de bevolking gesproken. Het Turks stamt uit het steppegebied van MongoliŽ en is van oorsprong een nomadentaal. Het Turks kwam met de naar het westen trekkende nomaden ongeveer in de tiende eeuw in Klein-AziŽ. Sinds 1928 wordt het Turks in ons alfabet geschreven. Het huidige Turks heeft veel leenwoorden overgenomen uit het Arabisch en het Perzisch. Tot in het westen van China wordt op de Kaukasus en in Centraal-AziŽ nog door miljoenen mensen een Turkse taal gesproken. In Turks Koerdistan worden Koerdische dialecten gesproken. De tot dan toe verboden Koerdische taal mocht door de overheid in 1991 weer in het openbaar worden gebruikt.

Godsdienst

Ongeveer 96% van de bevolking behoort tot de islam. Hoewel er in Turkije sinds 1923 officieel een strikte scheiding is tussen islam en staat, heeft de islam vooral op het platteland nog grote invloed op het maatschappelijk leven. Ruim 85% van de Turkse en Koerdische islamieten behoort tot de soennitische richting. Van de tot de Eerste Wereldoorlog tamelijk talrijke christelijke en joodse gemeenschappen is niet veel meer over. In de grote steden wonen naar schatting 15.000 Grieks- en 45.000 Armeens-orthodoxe christenen. Voorts zijn er kleine katholieke en protestantse gemeenschappen en diverse sekten. In het zuidoosten wonen nog ca. 20.000 Syrisch-orthodoxen (jakobieten) en enkele duizenden Arabisch-orthodoxen. Naar West-Europa gevluchte jakobieten kregen in de jaren zeventig bekendheid als 'christen-Turken'. Turkije heeft een gemeenschap van ca. 25.000 sefardische joden.

Samenleving

Staatsinrichting

Volgens de in nov. 1982 per referendum goedgekeurde grondwet (geamendeerd in 1995) wordt de president voor een periode van zeven jaar gekozen door het parlement, hij benoemt de ministers en de rechters en is tevens hoofd van de invloedrijke Nationale Veiligheidsraad. De grondwet voorziet in ťťn kamer, de Nationale Assemblee, bestaande uit 550 leden, met algemeen kiesrecht gekozen voor een periode van vijf jaar. Politieke partijen die communisme, fascisme of religieus fundamentalisme aanhangen zijn verboden, evenals de Koerdische partijen PKK en DEP.

Indeling

Turkije is verdeeld in 76 provincies (iller), bestuurd door een door de regering benoemde gouverneur. De provincies zijn onderverdeeld in 838 districten en aan het hoofd staat een gouverneur.. Er zijn 187 steden en ruim 36.000 dorpen (bestuurd door een muhtar, een door de dorpsvergadering gekozen dorpshoofd). De steden zijn onderverdeeld in mahalleler (wijken).

Onderwijs

Het onderwijs is sinds 1923 een zaak van de staat, hoewel er ook koranscholen bestaan. Het analfabetisme is ca. 20%, maar is op het platteland en onder vrouwen hoger. Er is tot 14 jaar leerplicht, onderwijs is tot en met de universiteit gratis. Vooral op het platteland in het oosten en onder oudere meisjes is het werkelijke schoolbezoek niet algemeen. Op het platteland kampt men met een tekort aan leermiddelen en een gebrek aan leraren. Na vijf jaar lager onderwijs kun je naar een middenschool en een lyceum van elk drie jaar, die worden afgerond met staatsexamens. Er zijn meer dan 200 universiteiten (de grootste in Istanbul, Ankara, Izmir, Erzurum en Trabzon). Er zijn ruim 400 scholen voor hoger beroepsonderwijs en ongeveer 1600 technische beroepsopleidingen. Ongeveer 30.000 Turken met rijke ouders studeren in het buitenland, vaak in Duitsland. Om het analfabetisme te bestrijden, zijn overal in het land leeszalen en bibliotheken gevestigd, waar ook aan volwassenen lees- en schrijfcursussen worden gegeven

Economie 

Turkije heeft een vrijemarkteconomie, waarin de particuliere sector overheerst. Door samenwerking met de EG, een planmatig ontwikkelingsbeleid en toenemende inkomsten uit gastarbeid werd vanaf 1965 jaarlijks een redelijke economische groei gerealiseerd. Na de coup van 1980 werd volgens IMF-recept een drastisch economisch herstructureringsprogramma doorgevoerd. Dit was gericht op het bevorderen van de export, het tegen gaan van de inflatie en bezuinigingen. Verder wilde Turkije buitenlandse investeringen aanmoedigen. De overheidsuitgaven werden vooral gericht op investeringen in de infrastructuur (grote stuwdam- en wegenbouw) en het toerisme. Deze economische politiek leverde in het begin succes op: de export groeide, het tekort op de betalingsbalans liep terug en de inflatie daalde. Maar na 1985 namen inflatie en werkloosheid weer toe en daalde de koopkracht. De buitenlandse investeringen vielen tegen en de buitenlandse schuldenlast was opgelopen tot $ 65 miljard in 1994. Ook de enorme bevolkingsexplosie had een negatief effect. Van de bevolking is ongeveer de helft werkzaam in de agrarische sector, waarvan de productiviteit niet erg hoog is. Ongeveer een kwart van de landbouwgrond is bebouwd met bossen, en 30% wordt gebruikt voor veeteelt, met name schapen en geiten. Belangrijke producten zijn verder graan, katoen, druiven, olijven, tabak en hazelnoten. Ongeveer 20% van de beroepsbevolking werkt in industrie en mijnbouw. Een kwart van de totale export wordt verzorgd door textielfabrieken. Daarnaast heeft Turkije ook grote ijzer- en staalfabrieken en is er een groeiende auto-industrie. De dienstensector en het overheidsapparaat zijn naar verhouding erg omvangrijk. Veel inkomsten krijgt Turkije uit het toerisme en van gastarbeiders die vanuit het buitenland geld overmaken. In 1995 bezochten bijna acht miljoen toeristen Turkije.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.