Start
Omhoog

j

   Zeehonden




Zeehonden hebben geen oorschelpen, maar wel een korte hals en achterpoten, die niet naar voren gedraaid kunnen worden. Het voortbewegen op het land is rupsachtig. De Oorrobben zijn opvallend veel beweeglijker. 

Bij vele soorten hebben de pasgeboren jongen eerst een wollige witte pels. Bij de meeste soorten blijven de jongen enige tijd op het droge voordat ze met de moeder meezwemmen. Zeehonden zijn kustbewoners, die ook in het water kunnen slapen!!  Zij eten graag vis en inktvissen en soms ook schaaldieren.

Er zijn vier onderfamilies: de Monniksrobben (Monachinae), de Slurfrobben (Cystophorinae) en de volgende twee.

Bij de onderfamilie Zeehonden of Noordelijke zeehonden (Phocinae) zijn er acht soorten: 

  • De gewone zeehond. Men vindt hem langs de kusten van Portugal tot IJsland, Groenland, de oostkust van Noord-Amerika van Florida tot Baffin Island en in de oostelijke Grote Oceaan van Mexico tot Japan. In BelgiŽ is de zeehond altijd zeldzaam geweest. In Nederland was de soort vanouds verdeeld in twee hoofdpopulaties, een kleine in het Deltagebied en een veel grotere in de Waddenzee. Het voedsel bestaat vnl. uit platvis.

 

  • De overige zeven soorten van deze onderfamilie zijn de kleine zeehond van de noordpoolzeeŽn van Japan tot Groenland en Nova Zembla. De kleine zeehond wordt ca. 1,10 m lang. Hij heeft op de rug ringvormige vlekken. 

 

  • De Baikalzeehond van het zoete water van het Baikalmeer in SiberiŽ. 

 

  • De Kaspische zeehond van het eveneens zoete water van de Kaspische Zee in Rusland, 

 

  • De bandrob van de Beringzee, de Zee van Ochotsk en omgeving, 

 

  • De zadelrob van de noordelijke Atlantische Oceaan. De zadelrob heeft grote zwarte vlekken op rug en kop.

 

  • De grijze zeehond of kegelrob van Canada, Newfoundland en IJsland tot Noordwest-Europa. De kegelrob bewoont de randen van de Noordzee.

 

  • De baardrob 

 


De onderfamilie Zuidelijke zeehonden zijn alle bewoners van de antarctische kusten. Het zeeluipaard is een uitgesproken roofdier. De krabbeneter zeeft vermoedelijk kleine schaaldieren door openingen tussen de merkwaardig gebouwde tanden. Dit tot 300 kg zwaar wordende dier is het algemeenste zeeroofdier (schatting 8 tot 50 miljoen); opmerkelijk wordt dit dier soms ver buiten open water aangetroffen (tot meer dan 100 km landinwaarts en tot op hoogten van meer dan 1000 m). Van de Rosszeehond (Ommatophoca rossi) is zeer weinig bekend; dit ca. 2, 5 m lange dier heeft een bijzonder gespecialiseerd (gereduceerd) gebit en voedt zich met inktvissen. De Weddellzeehond (Leptonychotes weddelli) wordt ca. 3 m lang (gewicht 400Ė450 kg) en is bekend als een goede duiker (tot ongeveer 600 m diep; kan een uur onder water blijven). Het dier is weinig schuw, reden waarom het onderwerp van veldonderzoekingen is geweest.


 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.