Start
Omhoog

   De zebra




De zebra, een gestreept wild paard uit het geslacht van de Paardachtigen. Hij komt voor in Afrika. Zebra's zijn verticaal gestreept met donkerbruine of zwarte banden; over de rug en de buik loopt een lengtestreep. 

Niet elke zebra heeft dezelfde soort strepen, ze verschillen van zebra tot zebra. 

Hij heeft vrij lange oren en de staart draagt een pluim. 

Per keer wordt één veulen geboren na een draagtijd van ongeveer een jaar. 

De soorten kunnen onderling kruisen; kruisingen met ezels en paarden noemt men zebroïden. 

Zebra's bewonen de open vlakten van Zuid-Afrika noordwaarts tot het zuiden van Somaliland, Ethiopië en Soedan, maar ontbreken op de savannen van westelijk Afrika. Het zijn uitgesproken kuddedieren, die vaak in streng geregelde sociale verbanden voorkomen; de dieren zijn afhankelijk van open water, omdat zij vrij regelmatig moeten drinken. 

De voornaamste vijand is de leeuw.  

Men onderscheidt drie soorten.

De bergzebra is in twee ondersoorten verspreid over de bergen van de zuidwestelijke Kaap. Van de echte bergzebra zijn er nog maar 500 exemplaren en van de Hartmannzebra zijn er nog 7000 exemplaren. Dit dier is tamelijk klein en heeft opeenstaande strepen, een roosterachtig patroon op het kruis, tot de hoeven gestreepte poten en een kleine halskwab. De hoeven van deze rots- en bergbewoners zijn zeer hard. De Hartmannzebra is wat groter, lijkt meer op een paard aan en heeft ook verder van elkaar geplaatste strepen. De kudden bestaan gewoonlijk uit een hengst en een aantal merries met hun jongen. Beide vormen zijn ernstig bedreigd in hun voortbestaan.

De gewone of steppezebra is nog zeer algemeen en wijd verspreid, nl. van Botswana  tot Zuidoost-Soedan en Zuidwest-Ethiopië en oostwaarts tot Congo en Angola. In het noorden hebben dieren poten die tot aan de hoeven gestreept zijn en dieren in het zuiden hebben poten die witter zijn. De schouderhoogte varieert van 100 tot 145 cm, het gewicht van 175 tot 335 kg. De kudden bestaan gewoonlijk uit een mannetje met een aantal vrouwtjes en hun veulens.

De quagga of kwagga bewoonde delen van de oostelijke Kaapprovinsie en Oranje Vrystaat en is in de jaren zeventig van de 19de eeuw geheel uitgeroeid (het laatste exemplaar stierf in Artis, Amsterdam, 1883). Deze zebra vertoonde slechts op de voorste helft van het lichaam een streeppatroon; de achterhand was min of meer uniform bruin en de poten vuilwit. 

De pas in 1882 ontdekte grevyzebra bewoont de droge gebieden van Noord-Kenia tot Zuid-Ethiopië en Somaliland. Dit dier is de grootste onder de zebra's, met een schouderhoogte van 150–155 cm en een gewicht van 350–430 kg. De kop is lang en smal met grote, afgeronde oren; de streping is fijn en dicht en loopt tot aan de basis van de hoeven door. Deze soort wordt sterk in haar voortbestaan bedreigd, vooral omdat de mooie huid zeer in trek is. In sociaal opzicht is deze zebra sterk afwijkend; de mannetjes zijn solitair en territoriaal of vormen kleine troepen, terwijl de merries met hun veulens eigen kudden vormen. Soms treden gemengde troepen van 100–400 individuen op; in het zuiden van het verspreidingsgebied komen steppe- en grevyzebra soms samen voor zonder echter ooit spontaan te kruisen.


 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.