Start
Omhoog

   Winterkoninkje
  • Een piep klein vogeltje.

Soms kun je met veel geluk een piepklein vogeltje in je tuin zien. Dan schiet hij meteen naar een struik toe. Het vogeltje is nog kleiner dan een huismus. Wat voor soort is het. Natuurlijk is het een winterkoninkje. Misschien heb je wel een uitbundig gezang gehoord. Want hij laat zich niet gemakkelijk zien. De naam winterkoninkje word in Nederland zo genoemd omdat hij in Nederland de winter doorbrengt. In Engeland heet hij een Wren. De Franse naam is Troglodyte. Het lijkt op de Latijnse naam Troglodytes. Als vogel kenners over vogels praten gebruiken ze altijd een Latijnse naam, omdat die over de hele wereld hetzelfde is.


  • Hoe herken je ze.

Twee suiker klontjes zwaar. Op het goudhaantje naar is het Winterkoninkje de kleinste zang vogel. Van kop tot staart is hij maar negen en een halve centimeter lang. Daarom word hij soms kleinjantje genoemd door de mensen. Hij weegt maar vijf gram, dat is net zo zwaar als twee suikerklontjes. Hij heeft een kogelrond lijfje en stompe vleugeltjes. Aan het wipstaartje is hij gemakkelijk te herkennen. Hij heeft lange tenen en lange poten.Aan het snaveltje kun je zien wat voor voedsel hij eet. Hij heeft een hele dunne spitse snavel. Dat betekend dat hij van insecten leeft.

 

Het Winterkoninkje komt bijna overal in Nederland voor. Het is namelijk een standvogel. Dat betekend dat hij altijd hier blijft. En dus niet naar het zuiden trekt. Er komen Winterkoninkjes bij in de winter uit koude landen.

De kleuren van het mannetje en het vrouw vrouwtje is precies hetzelfde. Dat is bijzonder want dat komt niet zo vaak voor bij vogels. De kleuren zijn roestbruin en Met donkere dwarse strepen. Maar soms zit er een grijze gloed overheen. Het staartje en de veren van de vleugels zijn licht van kleur maar ook gestreept. De keel en de borst is vuil geel. De buik is grijs bruin met strepen. En boven de oogjes zit zelfs een streep.


  • De onderhoud van de veren.

Een vogeltje heeft veel werk met zijn veren. Die moet hij iedere dag onderhouden. Een veer bestaat uit een schacht en aan beide kanten een lange rij baarden. Die grijpen met weerhaakjes in elkaar. Door het vliegen door de struiken raken de baarden gedeeltelijk los. Dan moeten ze weer vast worden gehaakt. De vogel haalt ze een voor een door zijn snavel. Op de veren zit een vettig laagje Daardoor blijven de veren soepel. Als het gaat regenen dan raken de veren klets nat. Dan moet er weer een nieuw vet laagje op. De vogel heeft een vetklier waar de staart begint. Daaruit wrijft hij steeds wat vet over de veren. De vogels en dus ook het winterkoninkje nemen graag een bad. Zo raken ze vuile kleine lastige beestjes kwijt. Soms dompelen zich helemaal in een water plas. En schudden daarna heen en weer. Vervolgens gaan ze hun veren poetsen. Dan worden de veren in orde gebracht en ingevet.

  • In de rui.

Veren gaan niet jaren lang mee. Ze slijten van het vliegen en van het botsen tegen de takken. Daarom moeten de veren een keer per jaar worden verwisselt. Dat heet de rui. Dan vallen alle versleten veren uit. En er komen nieuwe veren voor terug. De veren vallen niet allemaal tegelijk uit. Zo kunnen de vogels tijdens de rui blijven vliegen. Heel soms lukt het niet om van de grond af te komen. De vogel is dan een gemakkelijke prooi voor de dieren, bijvoorbeeld katten. De rui begint meestal na de broed tijd. De veren moeten vernieuwd zijn voor de kou. In de rui is er genoeg voedsel te vinden. Dat is maar goed ook want voor de nieuwe veren zijn extra voedingsstoffen nodig. Het vliegen gaat een stuk moeilijker omdat de vogel dan een paar veren mist. Het kost dan ook extra kracht. Maar gelukkig groeien de veren snel aan.


  • Het voedsel.

Winterkoninkjes leven laag bij de grond in een struikgewas. Daar vinden ze hun eten. Ze vangen vooral insecten, ook grote sprinkhanen vinden ze lekker. De winterkoninkjes zijn altijd druk in de weer. Daarom nemen ze soms een korte zangpauze op een hoge tak Maar meteen daarna duikt hij weer na beneden om voedsel te zoeken Zo als duizendpoten, spinnen, oorwormen enz. Als hij eten zoekt dat is dat van de grond tot een halve meter hoog. Als hij dan in een struik zit dan probeert hij zich nog kleiner te maken dan hij al is. Om nog minder op te vallen. In de winter en in de herfst gaat het heel anders. Want in de herfst is er minder voedsel te vinden. Maar dat is ook in de winter. Er is minder voedsel omdat er insecten zijn gestorven, de andere diertjes hebben zich ingesponnen als pop. 's Winters kun je de winterkoninkjes beter zien dan zomers. Omdat de meeste bomen dan kaal zijn. Op en onder de bast van de bomen zoeken ze naar eitjes en poppen van insecten. Met hun spitse snaveltje zoeken ze alle hoekjes en gaatjes af. Ook spitten ze de bovenlaag van de aarde om. Daar liggen ook eitjes verborgen. Als ze daar niet genoeg aan hebben dan eten ze bessen Een struik vol bessen is een soort supermarkt voor de vogels.

 

 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.