Start
Omhoog

    Voedselketen

 

Niemand is veilig

Op een wilgenblad zitten enkele tientallen bladluizen zich te goed te doen aan het zoete plantensap. Een jonge pimpelmees, pas uit het nest, eet de bladluizen gretig op.

In minder dan geen tijd flitst een sperwer langs de wilg en de pimpelmees is klaar om opgegeten te worden. Zulke gebeurtenissen komen erg veel voor in de natuur.

De muis eet de plant op. Die muis is dan een lekkere hap voor de slang, die op zijn beurt terechtkomt in de maag van een valk. De valk staat aan de top van de voedselketen, maar de kringloop is nog niet gesloten. Als de valk sterft; zullen allerlei bacteriŽn zijn lichaam afbreken tot kleien delen. Die komen in de bodem terecht, waar ze worden opgenomen door de wortels van de planten.

(tekening van Anita Engelen)

 

Eten en gegeten worden

Elke diersoort heeft in de natuur haar eigen taak. Een van die taken kan zijn tot voedsel dienen voor andere dieren. Zelf eten om te overleven, gegeten worden opdat andere dieren kunnen overleven...

Sommige dieren worden niet door andere gegeten. Zij staan aan de top van de voedselketen. Maar dat betekent niet dat ze nooit tot voedsel zullen dienen. Als ze doodgaan, worden ze toch door allerlei dieren, aaseters, schimmels en bacteriŽn verwerkt en afgebroken. Op die manier wordt het oorspronkelijke materiaal, de planten, opnieuw beschikbaar voor andere planten en dieren.

 

Het begint bij de planten

 

(tekening van Anita Engelen)

 

 

 

 

Inderdaad, een voedselketen begint bij de planten. De biefstuk op je bord is afkomstig van een rund dat gras eet. De sperwer jaagt op koolmezen, die zelf rupsen vangen die van beukenbladeren aan het eten zijn.

Die groene planten, die aan de basis liggen van elke voedselketen, noemen we de producenten.

De dieren die van deze planten eten, de planteneters dus, noemen we de consumenten van de eerste orde.

De vleeseters eten op hun beurt de planteneters, en daarom worden ze de consumenten van de tweede orde genoemd.

Dieren die andere vleeseters eten, zijn consumenten van de derde orde.

Wanneer het dier dat boven aan de voedselketen staat, sterft, wordt hij 'opgeruimd' door schimmels, bacteriŽn,... Zij worden opruimers genoemd.  

 

 

Erg ingewikkeld: een voedselweb

Omdat vele dieren verschillende diersoorten tot prooi nemen en zelf ook door verschillende diersoorten worden opgegeten, heeft men het dikwijls over een voedselweb of voedselnetwerk in plaats van over een voedselketen.

Zoīn voedselweb kan erg groot en in gewikkeld zijn. Niet alleen vind je er planteneters en diereneters, maar ook nog eens alleseters, zoals de mens.

 

Steeds meer minder energie

De planten aan het begin van de voedselketen vangen rechtstreeks de energie van de zon op. Die energie geven ze via het voedsel van schakel tot schakel in de keten door. Een planteneter krijgt zijn deel van de zon door het eten van planten, een vleeseter door het eten van planteneters...

Bij elke schakel wordt er dus energie doorgegeven, maar in elk stadium gaat er ook energie verloren.

Veel van wat planteneters opeten gaat verloren omdat het onverteerbaar is. Een groot deel wordt opgebruikt door allerlei lichaamsprocessen zoals kauwen, wegvluchten voor vijanden.... Slechts een klein deel wordt gebruikt bij de opbouw van het eigen lichaam.

Daarom is er bij elke verdere stap in een voedselketen steeds minder energie voor de volgende schakel beschikbaar.

Er zal dus veel meer moeten worden gegeten om het verlies weer goed te maken.

 

Elke dag eten

Doordat er in een voedselketen van schakel tot schakel veel energie verloren gaat, zal een dier in zijn hele leven veel meer moeten eten dan het zelf groot is. Laten we een voorbeeld nemen dat je zeker heel goed kent: de hond.

Een hond die een maand lang elke dag een kilo vlees, rijst en groenten eet, zal na die maand geen 30 kilo zwaarder zijn! Een deel van dat voedsel heeft hij omgezet in energie om te rennen en te blaffen, te kwispelen en te hijgen. Een ander deel heeft hij weer uitgescheiden omdat het moeilijk verteerbaar is. Slechts een klein deeltje van dat voedsel dat je hem zo liefdevol hebt gegeven, zal hem inderdaad wat zwaarder maken.

 

 

 

 

Een grote basis en een kleine top

Een brede basis van groen planten voedt een kleiner aantal dieren, die dienen als voedsel voor een nog kleiner aantal dieren, die op hun beurt maar door 1 enkel dier worden opgegeten.  

Als je dat probeert weer te geven in een schema, dan krijg je een piramide. Op de Zuid-Amerikaanse pampa bijvoorbeeld is 500 kilo gras nodig om 100 caviaīs te voeden. Die 100 caviaīs voeden een manenwolf die 5 kilo weegt. Een jaguar die de manenwolf opeet, zal echter maar 500gr zwaarder worden.

(tekening van Anita Engelen)

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.