Start
Omhoog

   De tijger

 

De tijger hoort thuis in Azië. Hij is te vinden in de open naaldbossen van de Russische taiga en in de dichte bamboewouden van China, maar ook in de mangrovebossen van de monding van de rivier de Ganges en in de tropische oerwouden van Indochina. De tijger stelt namelijk geen hoge eisen aan zijn omgeving - als er maar genoeg prooi is. En natuurlijk moet er het hele jaar door water zijn, en voldoende beschutting om te kunnen jagen. Wat voor prooi het is en welke planten hem dekking bieden, kan hem eigenlijk niet zoveel schelen. Hij past zich gemakkelijk aan.


Zoals bij bijna alle kattesoorten zijn de mannetjestijgers groter en zwaarder en hebben een dikkere kop dan de wijfjes.
De tijger leeft en jaagt meestal in zijn eentje. Als er voldoende voedsel is, blijft hij heel lang op dezelfde plek wonen; meestal houdt hij zijn hele leven lang hetzelfde eigen jachtgebied. Hoe groot dat is, hangt af van de vraag hoeveel wild er zit: in India, waar de prooidieren dicht op elkaar leven, beperkt de tijger zich vaak tot een gebied van 30 tot 60 vierkante kilometer, maar in Siberië, waar niet zoveel wild zit, kan dat gebied wel duizenden vierkante kilometers groot zijn.
Overal waar ze komen laten ze wat urine achter, en als een andere tijger dat ruikt weet hij: hier is het bezet. Hij loopt dan een andere kant op en voorkomt zo onaangename ontmoetingen.

 


Van tijd tot tijd moeten de mannetjes en vrouwtjes natuurlijk bij elkaar komen om zich voort te planten. Om elkaar te kunnen vinden roepen ze elkaar in de stilte van de nacht door langgerekt te brullen: `Aaaoeng'. Dat is op kilometers afstand te horen. Kort na de paring gaan ze dan weer uit elkaar. Vader tijger hoeft namelijk niet voor de kleintjes te zorgen.
Na een draagtijd van ongeveer 100 dagen brengt de tijgerin op een goed beschutte plek meestal twee tot vier jongen ter wereld. Net als bij alle pasgeboren katten zijn hun oogjes in het begin nog dicht. Pas na ongeveer een week gaan ze open. De jongen wegen bij hun geboorte maar ongeveer één kilo, maar ze worden snel groter en zwaarder. Met acht maanden gaan ze met hun moeder op strooptocht door het eigen gebied. Zo leren ze jagen. Als ze zo'n twintig maanden oud zijn, gaan ze bij hun moeder weg en staan voortaan op eigen benen.


De tijger is vooral in de avondschemering en ‘s nachts actief. Net als bijna alle katten is hij een echte sluipjager. Langzaam en geluidloos sluipt hij door zijn jachtterrein, waarvan hij elke uithoek kent. Scherp luistert en kijkt hij in het rond of er ergens iets beweegt. Vaak legt hij in één nacht wel dertig kilometer af. Hij is ook niet bang voor water: beekjes en rivieren zwemt hij moeiteloos en zonder aarzelen over. Vaak zwemt hij zelfs de zee in, om bij dicht voor de kust liggende eilanden te komen. Ontdekt hij op zijn strooptocht een prooi - vaak een hert, een antilope, een wild zwijn of een ander middelgroot hoefdier-, dan sluipt hij zachtjes dichterbij, als het kan tot op tien tot vijftien meter van het dier. Door zijn zwartgestreepte vacht valt hij daarbij helemaal niet op tussen de planten. Hij vormt bijna één geheel met zijn omgeving. Vlak bij zijn slachtoffer, maakt de tijger gebruik van zijn geweldige kracht en stort zich met twee of drie enorme sprongen van wel vijf of zes meter, op de prooi. Hij grijpt het dier met zijn vlijmscherpe klauwen, trekt het tegen de grond en bijt met één krachtige hap de nek of keel kapot.


Lang niet iedere poging van de tijger om een prooi te pakken slaagt. Vaak hoort het prooidier de tijger op tijd aankomen of ruikt hem op een afstand en kan dan vluchten. Als de tijger op een nacht al een paar mislukte pogingen heeft gedaan, neemt hij op den duur met iedere prooi genoegen. Hij grijpt dan ook stekelvarkens, kleine knaagdieren, vogels, waterschildpadden, kikkers, krabben of eet zelfs sprinkhanen, vogeleieren of bessen om zijn honger te stillen. Hij vernedert zich soms zelfs zover, dat hij een panter zijn buit afpikt. Is hij helemaal wanhopig van de honger, dan probeert hij soms zelfs volwassen wilde runderen, beren of olifanten aan te vallen, wat ook voor hemzelf niet ongevaarlijk is. Er gaan verhalen over tijgers die door een gaurstier (wilde stier) op de hoorns werden genomen en het niet overleefden. Uit dierentuinen is bekend dat een volwassen tijger per dag zo'n zes tot acht kilo vlees nodig heeft om op krachten te blijven. Dat komt per jaar overeen met zo'n zeventig prooidieren ter grootte van een hert.


Over het algemeen gaat de tijger de mens zoveel mogelijk uit de weg. Maar een enkele keer komt het wel voor dat een tijger zijn natuurlijke schuwheid tegenover de ‘tweebeners’ verliest en menseneter wordt. Meestal zijn deze tijgers oud, ziek of gewond. Ze vallen mensen aan omdat die een gemakkelijke prooi zijn; mensen zijn namelijk weerloos en letten slecht op. Mensenetende tijgers bleken, nadat ze neergeschoten waren, vaak afgebroken of loszittende hoektanden te hebben. Er was er ook een die door een krokodil in zijn poot was gebeten en daardoor niet goed meer kon lopen. En weer een andere had stekels van een stekelvarken in zijn gezicht zitten. Gezonde, sterke tijgers zullen alleen mensen aanvallen als ze in hun eigen jachtgebied niet genoeg prooidieren meer vinden, bijvoorbeeld doordat die door de mens grotendeels zijn uitgeroeid. Helaas worden zulke ernstige, maar uiterst zeldzame gevallen vaak opgeblazen, zodat veel mensen denken dat tijgers een gevaar voor de mens vormen.


De tijger wordt tegenwoordig met de ondergang bedreigd. Dat komt doordat zijn natuurlijke woongebieden steeds verder worden aangetast en zijn prooidieren steeds zeldzamer worden. Natuurlijk heeft de genadeloze jacht die op hem is gemaakt ook een rol gespeeld. Terwijl er aan het begin van deze eeuw in heel Azië nog minstens 100.000 tijgers leefden, schat men hun aantal tegenwoordig op niet meer dan 8000! Drie van de acht ondersoorten zijn al voorgoed van de aardbodem verdwenen: de Javaanse, de Balinese en de Kaspische tijger. Ook voor de Chinese tijger, waarvan er nog hoogstens dertig of veertig bestaan, is er nauwelijks meer hoop. Voor de Siberische tijger (300 tot 400 dieren), de Sumatraanse tijger (600 tot 800 dieren) en de Achterindische tijger (600 tot 2000 dieren) zijn de vooruitzichten niet erg veel beter. Alleen de Bengaalse of koningstijger in India heeft goede overlevingskansen. In de loop van de laatste vijftien jaar is het aantal koningstijgers gegroeid van 1800 tot ongeveer 5000. Dat is te danken aan het “Tijgerproject”, dat in 1973 door de Indiase minister-president Indira Ghandi te samen met het Wereldnatuurfonds is opgezet. Hiervoor werden onder andere vijftien grote natuurparken als reservaat voor tijgers aangewezen. Samen zijn die parken 24.700 vierkante kilometer groot, dat is tweederde van de oppervlakte van Nederland.


In alle dierentuinen kun je tijgers vinden. Ze planten zich daar ook goed voort. In gevangenschap worden op het ogenblik zo'n 1000 Siberische tijgers, ongeveer 60 raszuivere koningstijgers en enkele Sumatraanse en Chinese tijgers gehouden.

Inleiding werkstuk tijgers

Dit werkstuk gaat over tijgers omdat, ik tijgers hele interessante dieren vindt want: ze zijn groot ,sterk enz.
En deze dieren zijn ook ontzettend mooi om te zien.
Maar jammer genoeg is de tijger aan het uitdunnen want, tegenwoordig zijn er niet veel van deze mooie dieren over Omdat er veel mensen zijn die graag een vloerkleed Van tijgerhuid willen hebben en ook worden er [medicijnen] van gemaakt.
Dit werkstuk gaat niet alleen over stroperij maar ook over het leefgebied van de tijger zijn jonge en alles wat met een tijger te maken maar over een tijger kan je in een werkstuk niet alles vertelen want daar is zo iets veel te uitgebreid voor.

Wat is een tijger?

Tijgers zijn zoogdieren en behoren tot de familie van de katachtige. Ze zijn de grootste katachtige roofdieren die er op de wereld bestaan.
De latijnse naam is Pantera tigris. De tijger is een van de weinige roof- dieren die graag in het water gaat. Hij wordt wel de koning van de jungle genoemd.

Omgeving. Je vindt tijgers in delen van India, China, Mantsjoerije, Siberie en Indonesie. Ze leven daar in onbedekte bossen en bakenen hun territorium op verschillende manieren af bijvoorbeeld door in opvallende bomen te krabben om zo eventuele andere dieren te laten weten dat dit zijn plekje is zodat ze niet proberen zijn plekje af te pikken.
De meeste tijgers brengen het grootste deel van de dag door door lekker tussen hoog gras &hoog riet te gaan liggen hier voor hebben ze een gestreepte huid want als ze dan in het gras,riet liggen zijn ze bijna onzichtbaar geworden deze strepen hebben ze ook als camouflage als ze gaan jagen zodat het slachtoffer de tijger niet aan ziet komen. Door de de kapperij en bosbrand om landbouwgebied te krijgen is het leefgebied van de tijger zo aangetast dat de tijger nu [bijna] alleen nog te vinden is in natuurreservaten.

ONTWIKKELING:

Tijgers krijgen per keer 1 a 5 jongen. De draagschap duurt 93 a 114 dagen. De jongen worden in een leger grootgebracht (dat is een soort groot nest op de grond, meestal tussen de struiken). Als ze geboren worden wegen ze tussen de 790 en 1610 gram Ze hebben dan de oogjes nog dicht. die gaan pas open tussen de 5 en 12 dag

De jongen zogen tot ze ongeveer 5 maanden zijn, daarna gaan ze met de moeder mee op jacht en leren ze hoe ze moeten jagen. Na 3 a 5 jaar zijn de jongen volwassen en zijn groot genoeg om zelf te overleven een vrouwtje te zoeken en zelf te paren want ze kunnen dan zelf alweer jongen krijgen.Het leven van een tijger duurt ongeveer 20 jaar

VOEDSEL EN LEEFGEWOONTES:

Tijgers zijn solitaire jagers het voedsel van de tijger bestaat voornamelijk uit hoefdieren zoals zwijnen, herten en buffels. Hij besluipt zijn prooi en slaat die met zijn voorpoten tegen de grond, waarna hij zijn slachtoffer doodt met een dodelijke beet in de nek of strot. Voor hij gaat eten sleept hij het dode dier naar een rustige plek. De resten verbergt hij voor zijn volgende maaltijd zodat andere dieren als gieren niet van zijn prooi kunnen profiteren. Over een grote prooi kan een tijger wel 4 dagen doen. Zo lang het niet op is, blijft de tijger in de buurt. Gemiddeld vangen tijgers eens in de 8 dagen een prooi. Als ze een achtervolging inzetten lukt het hen maar 1 op de 20 keer om een prooi te overmeesteren, want tijgers gaan nooit lang achter een prooi aan. 's Middags doen tijgers een dut omdat ze niet goed tegen de warmte kunnen. Daarom jaagt een tijger vaak 's nachts en soms 's ochtends. Tijgers kunnen heel goed horen en zien, ook als het donker is, beter dan de meeste andere dieren.
Het is dan ook makkelijker voor hun om te jagen als het donker is.

Vijanden.

Een tijger heeft geen natuurlijke vijanden de enige vijand die hij heeft is de mens, maar dat is ook gelijk de ergste vijand die een dier kan hebben.

Lichaamsbouw.

Volwassen tijgers wegen tussen de 120 en de 280 kilo. De lengte van hun lichaam ligt tussen de 1,60m en de 2m en de staart is ongeveer 1m lang. De tijger heeft een heel gevoelig gehoor en speciale ogen. De ogen van tijgers en andere katachtige kunnen zich heel snel aan het donker aanpassen. Achter het netvlies van het oog van de tijger bevindt zich een laag sterk reflecterende cellen die het licht weerkaatsen. Al het licht word dan 2 keer gebruikt ze kunnen dus 2 keer zoveel licht ontvangen. De laag sterk reflecterende cellen heet Tapetum Lucidum.

Bedreigde soorten.

Er zijn 3 hoofsoorten tijgers: de Siberische, Sumatraanse en Bengaalse tijger. Vroeger was er nog een soort: de Balinese tijger, hij leefde op het eiland Bali. Maar die is nu helemaal uitgeroeid. Als je bedenkt dat er begin deze eeuw nog zo’n 100.000 tijgers leefden en dan nagaat dat er nu nog maar zo’n5000 a 7500 tijgers bestaan is dit bijna ongelooflijk dit alles komt alleen door de jacht op de tijger omdat er sommige mensen zijn die het mooi vinden om een vloerkleed van tijgerhuid te hebben.In het oosten van de vroegere Sovjet-Unie zijn er niet meer dan enkele tientallen soorten tijgers over.
In India was vroeger de tijgerjacht de favoriete sport van de Maharadjas en later ook van de Engelse overheersers. Nu is de tijger daar gelukkig beschermd. Je vindt tijgers voornamelijk in natuurreservaten en in de delta van de Ganges. Hoewel de tijger nu een beschermde diersoort is wordt hij nog steeds bedreigd. Veel stropers gaan door met het afschieten van tijgers omdat ze er heel veel geld voor krijgen. Een mooie tijgerhuid is al gauw f26.000,- waard. En andere lichaamsdelen die worden verwerkt in chinese medicijnen,deze worden in verhouding met de tijgerpelsen nog duurder verkocht. Een andere vorm van bedreiging is de wegen aanleg en het kappen van bossen. Hierdoor wordt het leefgebied van de tijgers vernietigd. Het Wereld Natuur Fonds zegt dat als we zo doorgaan dat in het jaar 2000 de tijger uitgestorven zal zijn.Want Drie ondersoorten zijn al uitgestorven

Sommige ondersoorten van de tijger de Javaanse, Kaspische en Balinese tijger, zijn al uitgestorven. Behalve deze drie verdwenen ondersoorten, zijn er nog vijf ondersoorten in leven. Eén daarvan, de Zuid-Chinese tijger, staat echter op het randje van de afgrond. Van deze tijger komen nog minder dan 30 exemplaren voor.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.