Start
Omhoog

   De snoek

 

Een geheimzinnig dier.

Je hebt vast wel eens van de snoek gehoord. Hij leeft in diepe donkere wateren met veel planten. De snoek verslindt allerlei dieren. De snoek is een mooie vis en hij doet geen mens kwaad. Hij zou gek zijn als hij ons kwaad zou doen. De snoek heeft grote ogen en een grote bek. De snoek is een roofvis dat betekent dat hij allerlei dieren verslindt. Maar ben maar niet bang dat de snoek de mens verslindt, want dat doet hij niet.

Roerloos tussen de planten.

De snoek voelt zich thuis in wateren met begroeide oever en veel waterplanten. Hij zoekt een plekje vlak aan het oppervlak. Daar ligt hij doodstil ook als het water stroomt. Dat noemen we het "staan" van de snoek. De snoek heeft een goede camouflage daardoor vangt hij veel vissen. De ongeveer 700 tanden en tandjes zorgen ervoor dat de vis niet meer kan ontsnappen. De snoek achtervolgt niet maar wacht tot de vis komt en dan PATS !!!! gevangen. De snoek vangt van alles van vis tot en met kleine zoogdiertjes.

Lichaamsvormen.

Als de snoek jaagt schiet hij pijlsnel vooruit. Daarvoor heeft hij een knots van een staartvin nodig. En die heeft hij.

Hij mag dus niet veel weerstand van het water hebben. Daarom is de grote, brede kop aan de voor en bovenkant ingedeukt. Daardoor heeft hij een spitse maar toch brede snuit. De vinnen zijn kort en hangen naar achter. De staartvin is groot. Dat is om als een speer vooruit te komen.

Schutkleur.

De rug is bruin-groen. Met op de kop goudkleurige stippeltjes. Op de flanken zitten licht gekleurde streepjes. Dus hij heeft en goede camouflage. De flanken krijgen een uitbedding van geel naar groen.

Niet in de warmte.

In heel Europa behalve in: Spanje en Portugal, ItaliŽ en Griekenland komt de snoek voor. Dat komt omdat de snoek niet van warm maar van koud water houdt. De snoek komt ook nog in AziŽ en Amerika voor. In tropische en sub-tropische gebieden zul je hem niet vinden.

Voortplanting.

Zoogdieren paren met elkaar. De zaadcel van het mannetje komt in het wijfje. Dit heet paren. Daar wordt het een eicel. Als de eicellen ontwikkeld zijn worden de eicellen een kiem. En de kiem kan een jong worden.

Vissen die paren niet maar paaien. In de paaitijd legt het wijfje kuitjes op stenen of op waterplanten. Dat heet kuitschieten.

Uiterwaarden.

De paartijd van de snoek is van maart tot mei. De snoeken zoeken dan ondiep water. Meestal is er een groot wijfje met twee of drie mannetjes. Hoe groter het wijfje hoe meer eitjes er gemaakt kunnen worden. (Minimaal 100.000 en Maximaal 1.000.000.) Ongeveer 95 % van de eitjes word opgegeten. Dus er moeten veel eitjes worden gelegd. Een eitje is ongeveer 12 en een halve centimeter lang. De kleur van het eitje is oker-geel.

Groei, Gewicht en Lengte.

De jongen worden niet verzorgd. De jongen van de snoek eten: Watervlooien, Muggenlarven en kleine Waterinsecten. Als ze 3 tot 4 cm. zijn, eten ze visjes. Als het jong geluk heeft leeft hij na een jaar nog. De snoek is dan rond de 20 cm. lang. Als de snoek 3 jaar is, is hij geslachtsrijp. Dat betekent dat hij kan paaien. Hij weegt dan zo'n drie kilo en is 40 tot 50 cm. lang. Als ze tussen de 5 en 7 jaar zijn wegen ze 8 tot 12 kilo. En nog iets belangrijks: Hoe meer de snoek eet, hoe groter de snoek wordt. Zeer grote snoeken zijn erg zeldzaam. Ze komen meestal in Oost-Europa voor en zijn 40 of 60 jaar oud.

 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.