Start
Omhoog

   Roofvogels

ROOFVOGELS ZIJN GEBOUWD OM TE JAGEN.
         
Roofvogels eten dieren: muizen, ratten, konijnen, hazen of eekhoorns. Sommige roofvogels jagen 's nachts, bijvoorbeeld uilen. 

Uilen hebben tamelijk brede, afgeronde vleugels en een brede kop. Uilen die in een open landschap jagen, zijn lang. Ook kunnen uilen hun kop driekwart naar één kant draaien. Zo kunnen ze hun prooi bekijken zonder hun lichaam te bewegen. Dan vallen ze ook niet op wanneer ze naar hun prooi zoeken. 


VLEUGELS.



Roofvogels kunnen heel goed vliegen. De Havik en de Sperwer hebben korte afgeronde vleugels. Ze jagen in bosachtige gebieden, op kleine vogels die ze meestal te pakken krijgen door een korte flitsende aanval. Valken hebben juist smalle puntige vleugels, zodat ze nog sneller kunnen vliegen. Ze jagen in open gebieden. Ze gebruiken geen verrassingsaanval, maar hun snelheid. 


DE  SNAVEL.



Roofvogels hebben een kromme bovensnavel. De snavel idient om het dier in stukken te scheuren. 



HET BROEDSEIZOEN.

Eerst zoeken ze een partner. Als het mannetje een vrouwtje gevonden heeft kunnen ze beginnen met de nestbouw. 

Uilen en Valken bouwen zelf geen nest. Veel Uilen broeden gewoon in een holte van een boom. De Ransuil gebruikt nesten van andere vogels. 

Bij de roofvogels bouwen het mannetje en het vrouwtje samen hun nest. Maar het vrouwtje doet het meeste werk. Het bouwen van een nest duurt ongeveer van een week tot een paar maanden.

Grote Gieren leggen maar 1 ei. Kiekendieven leggen er 4 tot 6 maar ook wel 10. Hoe groter de vogel is, hoe minder eieren ze leggen. Eieren van Roofvogels verschillen in kleur en vlekken patroon. Uileneieren zijn helemaal wit. Dit is zo omdat de eieren dan 's nachts meer opvallen zodat de ouders de eieren beter kunnen zien. Het duurt ongeveer 4 tot 5 weken voordat de eieren uitkomen. 



JONGEN.

De kleine donsjongen worden warm gehouden door hun moeder. Ze kunnen de eerste paar maanden nog niet voor zichzelf zorgen. Als ze geleerd hebben om te vliegen, leren ze van hun ouders jagen. Uiteindelijk komt er een dag dat de jongen hun ouders niet meer nodig hebben en wegvliegen om hun eigen weg te kiezen.


TREK EN OVERWINTERING.

Als het broedseizoen is afgelopen en de jonge vogels weg zijn gevlogen, volgt er een rustige tijd in het leven van de Roofvogels. Het leven is in de winter toch niet eenvoudig voor Roofvogels. Dan gaat het alleen maar om overleven. Jonge roofvogels trekken meestal verder dan de volwassen roofvogels. Soms blijven alleen de volwassen roofvogels in het broedgebied en trekken de jonge roofvogels weg.

ROOFVOGELS EN DE MENS.

Roofvogels zijn maar van 1 ding bang: de mens. Er zijn namelijk al veel roofvogels verdwenen, gestorven, of zeldzaam geworden. 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.