Start
Omhoog

   Het oog 

Werkstuk geschreven door:  

Remco van Nieuwland


Het oog is een zintuig

 

De meeste mensen hebben vijf zintuigen. Het gezichtsvermogen om te zien, het gehoor om te horen, de reuk om te ruiken, de smaak om te proeven en het gevoel om te voelen. Met zintuigen maak je contact met de wereld. Om te zien heb je twee ogen. Het gezichtsvermogen is een belangrijk zintuig.

  

  

Onderdelen van het oog

 

Het menselijk oog heeft de vorm van een bol. De doorsnede is twee en een halve centimeter. Om het oog zit een stevige witte laag. De voorkant van het oog heeft een doorschijnende laag. Dat is het hoornvlies. Daar achter is de pupil en daar omheen de iris. De iris is het gekleurde deel van het oog. De iris bestaat uit spiertjes, die de pupil groot en klein kunnen maken. De pupil is eigenlijk een gaatje. Achter de iris zit de lens. De lens zorgt ervoor dat alle lichtstralen op het netvlies terecht komen. Het grootste deel van het oog is daarachter en dat heet glasachtig lichaam. Het netvlies vangt al het licht op en stuurt informatie door de oogzenuw naar de hersenen.

  



Hoe werkt het oog

De iris en de pupil:

De iris bestaat uit spiertjes. Als het licht is trekken de spiertjes samen en wordt de pupil dus kleiner. In het donker ontspannen de spiertjes, en wordt de pupil dus groter.

 

De lens en het netvlies:

Aan de rand van de lens zitten spiertjes die de lens bol en minder bol kunnen maken. De lens buigt het licht af zodat de beelden op het netvlies komen. Als een voorwerp ver weg is, is de lens plat, om het voorwerp precies op het netvlies te krijgen. Als een voorwerp dichtbij is, is de lens bol, om het voorwerp precies op het netvlies te krijgen.                                

Het netvlies bestaat uit twee soorten lichtgevoelige cellen. Het zijn staafjes en kegeltjes. Elk oog heeft 120 miljoen staafjes en 6 tot 7 miljoen kegeltjes. De staafjes kunnen alleen maar zwart wit zien. Als het donker is dan zie je alleen de omtrek van iets of iemand. De kegeltjes zorgen er voor dat je kleuren ziet. Ze zorgen er ook voor dat je kleine dingen ziet en ook precies ziet. 

 

                                                  

Bewegen met je ogen:

Bij het zien bewegen je ogen dat komt omdat aan de oogbol drie paar spiertjes zitten die de ogen laten bewegen. Beide ogen bewegen altijd samen.


Hoe ziet het oog

De lichtstraal komt van een voorwerp door de lens in het oog. Het voorwerp komt dan ondersteboven links rechts gedraaid op het netvlies.  Via de oogzenuw gaat het beeld naar de hersenen. Die hebben geleerd dat hij het andersom moet terugdraaien. En dan zie je het voorwerp. 


Diepte zien

Met twee ogen kun je diepte zien. Elk oog maakt een beeld van een voorwerp. Bijvoorbeeld: Als je een voorbeeld midden op tafel zet, en dan met je linker oog ernaar kijkt zie je dat het niet hetzelfde is als je met je rechter oog kijkt. De beeldjes verspringen. De hersenen vergelijken de twee beelden van de twee ogen. Als een voorwerp dichtbij staat verschillen de twee beelden meer dan wanneer een voorwerp ver weg staat. Daardoor kun je diepte zien.


 

De blinde vlek

Op de plek, waar de oogzenuw in het oog komt, is er geen netvlies. Op die plek kun je dus niets zien. Dat noemen we de blinde vlek. Je kunt deze blinde vlek bij jezelf ontdekken met de volgende opdracht:

Hieronder zie je een kruis en een bolletje. Dek je linker oog af met je hand en kijk naar het kruisje. Beweeg het blad van je af en naar je toe. Op één afstand kan je het bolletje ineens niet meer zien. Het bolletje komt dan op je blinde vlek.

 

 

+                    ●

 


 Een bril dragen

Bij sommige mensen kunnen de ogen niet scherp zien. Sommige mensen zijn verziend. Dat betekent dat ze ver goed zien en dichtbij wazig. Andere mensen zijn bijziend. Dat betekent dat ze dichtbij goed zien en ver wazig. De vorm van een oogbol bepaalt hoe scherp je ziet.

Als je verziend bent is je oogbol te kort. Dat betekent dat een voorwerp pas achter je oogbol scherp wordt. Met een bril met bolle glazen kan je dit oplossen. Het bolle glas zorgt ervoor dat de lichtstralen meer naar binnen buigen zodat het voorwerp scherp op het netvlies komt.  

 

Als je bijziend bent is je oogbol te lang. Dat betekent dat het voorwerp te vroeg scherp is en dus wazig op het netvlies komt. Met een bril met holle glazen kan je dit oplossen. Het holle glas zorgt ervoor dat de lichtstralen meer naar buiten buigen zodat het voorwerp scherp op het netvlies komt.     


  Kleurenblindheid

Als je kleurenblind bent kun je bepaalde kleuren niet uit elkaar houden. De kegeltjes van het netvlies zorgen dat je kleur kunt zien. Er zijn drie soorten kegeltjes: blauw, rood en groen. Met die kleuren kun je alle andere kleuren krijgen. Als je kleurenblind bent mis je een van deze soorten kegeltjes. Kleurenblindheid komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Het zit ook vaak in de familie. Vaak komt het voor dat iemand rood en groen niet uit elkaar kan houden. Bijvoorbeeld: Rode appels in een groene boom zien zij niet.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.