Start
Omhoog

     Mezen

 

 

  • Een kleurrijke familie.

Mezen zijn kleine, kleurrijke vogels, die bijna altijd in beweging zijn. In bossen en parken komen ze in grote aantallen voor. Vooral 's winters bezoeken ze onze tuinen, waar ze alles eten wat op hun menu staat. 's Zomers zijn er meestal minder mezen in de tuin.

Veel soorten trekken dan naar de bossen, waar in dat seizoen veel voedsel voor hen te vinden is. De mensen vinden deze vogeltjes heel leuk omdat ze tegenover mensen niet zo schuw zijn. Vaak bezoeken ze als eerste voedertafels en vogelhuisjes. Mezen horen bij de groep van de zangvogels. Ze hebben ongeveer het formaat van een mus. Maar wegen veel minder.

  • Familieleden.

De familie van de mezen is erg uitgebreid. Over de hele wereld zijn er 50 soorten. Dit zijn enkele soorten uit onze buurt:

 

  1. De koolmees.
  2. De pimpelmees.
  3. De Zware mees.
  4. De glanskop mees.
  5. De matkop mees.
  6. De kuifmees.
  7. De staartmees.
  8. Het baardmannetje.

Van al deze soorten zijn de koolmees en de pimpelmees wel de bekendste. Vooral deze twee zul je vaak in de tuinen tegenkomen.

  • Acrobaten.

Mezen zijn de acrobaten onder de vogels. Om aan voedsel te komen, halen ze allerlei malle buitelingen en capriolen uit. Met leegpikken van een snoer aaneengeregen pinda's hebben ze niet de minste moeite. In de laatste strenge wintermaanden heb ik het zeer nauwkeurig bekeken. Toen bleek dat mussen, vinken, het roodborstje en het winterkoninkje deze acrobatische toeren niet kunnen.

  • Voedsel.

Mezen zijn alleseters. Ze hebben hun eetgewoonten aangepast aan de seizoenen. Zijn er veel rupsen, dan eten ze rupsen. Zijn er veel zaden, dan eten ze zaden. Mezen hebben een korte kegelvormige snavel. Met die snavel kunnen ze moeiteloos pinda's openen of de schubben van de denappels openbreken.

  • Nesten.

Mezen zijn echte holenbroeders. Dat wil zeggen dat zij hun nesten bijna altijd in een holte bouwen. Ook allerlei andere holten, nissen of spleten kunnen dienst doen als nestplaats. Mezen kunnen ook zelf een holte maken. Met hun sterke snavel hakken ze het liefst in wat vermolt hout een nestje uit. Het vlieggat, de opening waardoor ze binnen en naar buiten vliegen, is dan meestal net groot genoeg om het dier door te laten.

 

  • Koolmees.

Deze mees is wel de bekendste en ook de grootste van de familie. Hij valt op door zijn koolzwarte ,,petje (vandaar de naam koolmees) en zijn zwarte buikstreep (,,stropdas") In zijn nek heeft de koolmees een geelwitte vlek en de wangen zijn helder wit. In alle tuinen kun je deze soort tegenkomen. Hij maakt zijn nest in alle mogelijke holten, soms vlak bij de grond, maar ook hoog in de bomen. Ook van nestkasten maakt hij veel gebruik. Het nest wordt opgevuld met allerlei materiaal, maar aan haren geeft deze soort de voorkeur. Koolmezen leggen 5 tot 12 eitjes.

 

  • Pimpelmees.

Ook pimpelmezen komen vaak in de omgeving van onze huizen. Ze zijn dus niet bang voor mensen. Vaak bevinden ze zich in gezelschap van koolmezen. Ze dragen een blauw "petje", dat bij bedreiging wat de hoogte in gaat. Ze hebben een halskraag van dezelfde kleur. Mannetje en vrouwtje blijven het hele jaar bij elkaar. Van alle mezen zijn de pimpelmezen waarschijnlijk de lenigste acrobaten. Voortdurend zijn ze in beweging bij het zoeken naar voedsel in kieren en spleten. Ook al zijn ze erg klein, het territorium wordt door hen fel verdedigd.Als in april de knoppen van de bomen gaan uitlopen, zitten daar vaak een heleboel insekten op. Pimpelmezen eten die insekten en pluizen daarbij de knoppen goed uit. Dat heeft hun de bijnaam ,,knoppenvernielers" bezorgd. Ze maken hetzelfde nest als de koolmees, maar krijgen meer nakomelingen, soms wel tot 20 toe.

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.