Start
Omhoog

     Loch Ness

 

Voorwoord 

Het bundeltje gaat over een monster dat Loch Ness genoemd wordt of ook wel Nessie genoemd. Het zou leven in Noord-Schotland in een meer dat Loch Ness hete waar het heel modderig ,diep en het weer erg wisselvallig was. Men heeft geen echte bewijzen of Nessie echt bestaat of bestaan heeft.Wij gaan verder proberen uit te zoeken of Nessie wel bestaat.

 

Lochness


Naam:

 

Nessie

Leefgebied:

Loch Ness

Lengte:

onbekend, gedacht wordt ±13 meter

Gewicht:

onbekend

Voeding:

waarschijnlijk plankton en andere soorten vis.

Leeftijd:

onbekend

Algemeen

De hoeveelheid water in Loch Ness is gigantisch, wat ruimte genoeg biedt aan dit soort reusachtige dieren. Er zijn diverse waarnemingen en foto's bekend geworden, zonder ooit een echt bewijs voor het bestaan van "Nessie" te leveren. Over het algemeen worden boomstronken ,waterrimpelingen of golven aangezien voor een monster. Er zijn ook pootafdrukken van een groot monster bij de oever gevonden. Deze bleken afkomstig van een paraplubak, vervaardigd uit een nijlpaardpoot. In de jaren '70 is Loch Ness zeer uitgebreid met sonar onderzocht, echter zonder resultaat.

 

De legende van Loch Ness.

Herbergt het grootste zoetwatermeer van Engeland een reusachtig, onbekend schepsel, of moeten we de verhalen over "Nessie" met een korreltje zout nemen? 

Zicht op Loch Ness.

 

Drie bulten toegeschreven aan "Nessie".

 

Streep met twee bulten.

 In een auto achter Bill zaten Yurong Ling uit Londen met zijn vrouw en een vriend. Zij zagen ook een lange streep in het water en bovendien twee bulten. Yurong zei dat hij niet kon verklaren wat het was, maar dat het een kielzog van een boot zou kunnen zijn. Uit onderzoek bleek echter dat er op dat moment beslist geen boten in de buurt waren.

Er zijn duizenden waarnemingen van het "monster van Loch Ness" geweest, vanaf 565 na Chr., toen Sint Columba een groot schepsel in het loch gezien zou hebben. Maar pas in 1933 werd het verschijnsel voorpaginanieuws, en was de legende van "Nessie" geboren.

Het moderne verhaal begon toen een zekere meneer en mevrouw McKay naar hun huis in Drumnadorchit bij Loch Ness terugkeerden. Tot hun verbazing zagen ze "een enorm beest op en neer duiken en rondtollen" in het loch. Volgens hun beschrijving "leek het op een walvis". Een berichtje in de krant leidde tot sensatie in de hele wereld, en al gauw kwamen er meer berichten over waarnemingen. Het ging steeds over een groot schepsel, zo'n vijf à zes meter lang, met een lange nek en een belachelijk klein hoofd, en met één bult, zoals een boot die ondersteboven ligt, of met twee of drie bulten.

Van belang is dat de zomer van 1933 de heetste geregistreerde zomer ooit was, en dat er onder deze omstandigheden boven Loch Ness een luchtspiegelingseffect ontstaat waardoor ieder voorwerp, of het nu een fles of een vogel is, uitvergroot wordt.

In de 47 jaar dat Alex Campbell waterschout van het loch is geweest, heeft hij het monster naar zijn zeggen 18 keer gezien, maar nog nooit een foto kunnen nemen. Hij beweert dat bij één gelegenheid de "zwaanachtige hals op het hoogste punt zo'n twee meter boven het water uitstak, en dat het donkergrijze, van vocht glimmende lichaam minstens tien meter lang was."

Het is ongelooflijk, maar Loch Ness is 230 meter diep, dieper dan de zee die de Britse eilanden omringt. Daarom is het watervolume ook gigantisch, en zelfs groter dan alle meren en waterreservoirs in het Verenigd Koninkrijk bij elkaar. Hoewel de watertemperatuur laag is, geeft het loch in de winter een warmte af die gelijk is aan de verbranding van twee miljoen ton kolen. Het bevriest ook nooit. Bovendien bevat het loch een grote hoeveelheid zalmforel en paling, genoeg om een groot beest te voeden. Vroeger werd aangenomen dat het monster zich verborg in enorme grotten die zich onder de oppervlakte zouden bevinden.

 

Fotografisch bewijs. 

De eerste foto van het monster werd genomen door Hugh Gray, op 13 november 1933, waarna in 1934 één van de beroemdste opnames volgde- een foto met de lange nek van het monster die uit het water steekt. Hij werd genomen door de Londense gynaecoloog Kenneth Wilson en staat bekend als de "Doktersfoto".

De scherpste foto's zijn genomen door Anthony "Doc" Shiels, in 1977. Hij zegt dat hij op 21 mei het loch bestudeerde onder Urquhart Castle vandaan, toen een lange hals uit het water tevoorschijn kwam. Hij nam twee foto's en beschreef het dier:"De kleur van het beest was bruingroen, met een lichtere onderkant. De structuur van de huid was glad en glimmend. Het dier was maar 4 of 5 seconden te zien. Het bleef rechtop en heel stil staan, behalve dat het zijn hoofd draaide en zijn hals strekte, voordat het heel soepel weer onder de oppervlakte verdween."

 

Wat de fotografische bewijzen betreft, wijst Ronald Binns in zijn boek Het mysterie van Loch Ness opgelost, erop dat veel getuigen in feite een aantal voorwerpen in Loch Ness fotograferen. Dat loopt van het kielzog van schepen tot boomstammen die uit het water steken, rotsen en vogels (zoals de Grote Noordelijke Duiker die veel in Schotse lochs voorkomt), en zelfs herten.

De waarneming van een krokodil-achtig wezen in 1932 wordt door Adrian Shine, die het Loch Ness Project leidt vanuit het Tentoonstellingscentrum in Drumnadorchit, als volgt verklaart. Mogelijk "bracht een Baltische steur, die wel vier meter lang kan zijn, een zeldzaam bezoekje vanuit zee, om kuit te schieten".

Andere theorieën over de herkomst van het monster reppen van een reusachtige, obekend soort zeehond met lange hals, een grote, obekend soort amfibie, of een gigantische waterworm. Dr. Karl Shuker, een van 's werelds grootste deskundigen op het gebied van cryptozoölogie, denkt dat het monster een prehistorisch waterreptiel zou kunnen zijn, een afstammeling van de, naar men dacht, uitgestorven plesiosaurus.

 

 Monster op film. 

Op 23 april 1960 slaagde de vliegtuigingenieur Tim Dinsdale, na 27 jaar onderzoek naar het monster, erin om iets bewegends op film vast te leggen. Het Joint Air Reconnaissance Intelligence Centre van de RAF bevestigde dat de film echt was. Zij voegden eraan toe dat het gefilmde voorwerp geen schip of onderzeeboot was en concludeerden "dat het waarschijnlijk een levend wezen is".

De film werd op de televisie vertoond en wakkerde de belangstelling in de hele wereld weer aan. Dinsdale's film en de analyse ervan behoren nog steeds tot de belangrijkste bewijzen voor het bestaan van het "monster". Maar sceptici denken dat het mysterie van het Monster van Loch Ness in 1933 door de pers werd bedacht, waarna het uitgroeide tot "een Schots instituut" dat vervolgens werd gebruikt om het plaatselijke toerisme te bevorderen.

Een hele familie.

Als het wezen inderdaad al duizenden jaren bestaat dan moet er wel een hele familie van zijn, die zich in het loch voortplant. Waarom zijn er dan geen resten van skeletten gevonden? Het antwoord ter plaatse is dat "het loch zijn doden nooit teruggeeft", terwijl de wetenschappelijke verklaring is dat de botten ten gevolge van de diepte en koudheid van het water op de bodem blijven liggen en met modder bedekt raken.

In 1962 werd het Loch Ness Phenomena Investigation Bureau opgericht, om verder onderzoek te coördineren en bestaand bewijsmateriaal bij elkaar te brengen. Er werden jaarlijkse expedities naar het loch gehouden, en het meest opzienbare resultaat werd in 1972 behaald, toen er onderwateropnamen werden gemaakt van iets dat op de ruitvormige zwempoten van een enorm, onbekend dier leek. Maar juist in deze periode werd het Bureau gesloten wegens gebrek aan middelen, en daarom twijfelen cynici aan de echtheid van deze foto's.

 

Tijdens een grootscheeps sonar onderzoek is er geen bewijs gevonden voor de vermeende onderwatergrotten.

 

In 1992 en 1993 bracht Project Urquhart onder voorzitterschap van Nicholas Witchell professionele, wetenschappelijke teams van het Natural History Museum en de Biological Association naar het loch, om de biologische aspecten tot in detail te onderzoeken. Dit was de eerste keer dat Britse wetenschappers in alle openheid naar het loch zijn gegaan.

Nessie bestaat (niet) 

Tot nu toe is het Monster van Loch Ness door zeker 10.000 mensen gezien. Steeds weer wordt er verteld over een eng, lang, bultig beest in dat Schotse meer.

Maar echte bewijzen? Nee.....

Er zijn meer dan 30 boeken geschreven en tientallen groepen van deskundigen of sensatiezoekers zijn aan het speuren geweest. Al die onderzoekers samen hebben ruim een half miljoen foto's gemaakt en duizenden meters film opgenomen. Iedereen wilde als eerste ter wereld dat onbekende beest werkelijk zien.

De verhalen over een watergeest of een dier met een paardenhoofd in Loch Ness zijn oud. Al in 565 zag een Ierse priester een 'duivels beest' boven het water uitkomen. Met krachtige spreuken stuurde hij het monster terug het diepe meer in. Voor altijd, dacht de priester. Toch schijnt 'Nessie' nog wel eens terug te zijn komen. Of toch niet??


Deze wereldberoemde foto uit 1977 is van goochelaar Anthony Shiels. "Trucage!" zeggen veel mensen


Het monster van Loch Ness houdt zich verborgen in het lange meer Loch Ness in Noord-Schotland

Waarom is het zo lastig om het meer te onderzoeken? 5 punten waardoor het lastig is voor onderzoekers.

1 Het meer is heel diep Het meer is veel dieper dan de Noordzee. De gemiddelde diepte is 132 meter 30 jaar geleden ontdekte een onderzeeboot in het midden van het meer zelfs een spleet van 260 meter.
2 Het water is modderig Acht rivieren en zo'n 40 kleinere watertjes voeren slib naar het meer. De bodem bestaat daardoor uit een dikke sliblaag waar je onmogelijk een net overheen kan trekken. Bovendien is het water altijd troebel.
3 Het weer is erg wisselvallig De oppervlakte van het meer kan snel veranderen van een stille spiegel in golven die hoog worden opgezweept en het water kan in een paar uur een halve meter stijgen.
4 Je kan moeilijk foto's maken Goed uitzicht over het neer heb je vanaf de noordzijde. Maar daar heb je fel tegenlicht. En de steile oevers van het meer verhinderen dat je dichtbij het water kan komen.
5 Het monster verdwijnt snel Nessie wordt altijd maar enkele minuten gezien. Elk geluidje lijkt hem af te schrikken. Voor je een goede foto zou kunnen maken is ie al weer weg.

Loch Ness: wisselend licht over het meer maakt het gemakkelijk in het monster geloven

 

Vals spel!

 

Van deze foto (1961) is bewezen dat hij vervalst is.

Maar van deze, uit 1934, staat dat nog niet vast

In 1934 maakt een stel jagers in het geheim langs het meer enorme monsterachtige voetsporen. "Wij hebben het beest het land op zien komen!" vertellen ze aan iedereen.

Na die eerste keer zijn er vaak vervalsingen van foto's, onder-

zoeken en sporen geweest. In 1951 worden bijvoorbeeld drie bulten, gemaakt van hooibalen en bedekt met donker zeildoek, op het water gefotografeerd.

En in 1974 maakt een zekere Robert Rines een foto waarop een 'vin' van het dier is te zien.

Hoe ziet het monster eruit?

 

Onderzoekers van het monster van Loch Ness vertellen over een 10 tot 15 meter lang, donker, bultig ding met een kleine kop op een lange nek. De meesten hebben het dier nooit van dichtbij gezien. Bovendien ging het altijd met grote snelheid door het water.

Enkelen hebben het dier van dichtbij gezien! Zij zagen een kop met hoorns, uitsteeksels, kleine enge ogen en een grote bek.

Zo zou het monster eruit kunnen zien.


Toen een circus een beloning uitloofde voor Nessie. bouwden deze optimisten een enorme metalen kooi om hem in te bewaren.

Het blijft een raadsel

Geleerden en dure onderzoekers met moderne apparatuur doen af en toe hun best om het beest te vinden. Zou er ooit een dag komen dat we op het NOS journaal horen dat het monster echt gevonden is?

"Dames en heren goedenavond. Vandaag is in het Schotse Loch Ness een monsterlijk gevangen.... "We wachten af.

 

Gemaakt door 
Wouter Lhermitte
Alexander Thomaere
Kristof Stas
Benjamin Vandersijpen
 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.