Start
Omhoog

      


Geschiedenis
Kwallen komen al zeker 600 miljoen jaar in de wereldzeeën voor; ze waren één van de eerste meercelllige organismen. De zeldzame fossielen van kwallen uit die periode laten zien dat het dier al die tijd zo goed als hetzelfde is gebleven. Alles aan zijn lijf is primitief, maar ook erg effectief.



Hoe ziet een kwal eruit?
In feite bestaat een kwal uit twee lagen cellen, aan de boven- en onderkant, met daartussen een parapluvormig lichaam met een geleiachtige vloeistof. Een kwal is voor 95 % water, de meeste van de (ongeveer) 250 soorten zijn doorzichtig, wat ze in open water bijna onzichtbaar maakt. Organen ontbreken. Een kwal beschikt alleen over enkele gespecialiseerde cellen. Sommige daarvan, die je met een beetje fantasie “oogcellen” kunt noemen, reageren op licht. De meeste kwallen kunnen niet in het donker leven, omdat hun prooien dat ook niet doen. ’s Ochtends vroeg, tegen de schemering, of als het overdag bewolkt raakt, sturen de lichtsensors van een kwal prikkels naar zijn ‘spiercellen’, die zich samentrekken en water uit de holte tussen de twee cellagen perst. Het dier stuwt zich zo als een raket (alleen dan heel wat langzamer) omhoog, tot het weer in het licht “ziet”.

Het verloop van het Cyclus 
Veel kwallensoorten zijn amper met het blote oog te zien. Met een lichaam van hooguit enkele millimeters leiden ze een stilletjes bestaan als deel van het plankton, waar hun minuscule takels nóg kleinere wezentjes doden. Sommige planktonkwalletjes zien er helemaal niet uit als een kwal, maar zijn platte larven die enkele dagen na hun ontstaan naar beneden zakken. Daar zoeken ze een plaats om zich vast te zetten. Een rots, een schelp, maar ook een wrak van een schip kan gebruikt worden. Ze eten plankton dat door de zeestroming op een presenteerblaadje wordt geserveerd en groeien uit tot poliepen. Zo’n poliep is een raar wezen. Het is een dier, maar hij lijkt sprekend op een waterplant (zie afb. 1), en is eigenlijk ook een kwallenproducent. Hij heeft een smalle stengel die aan de bovenkant uitloopt in vangarmen die als plantenbladeren in de stroming staan te deinen. Naarmate hij groter wordt, krijgt hij aan de bovenkant groeven die steeds dieper de stengel in groeien. Op een gegeven moment is de groef zo diep dat het bovenste deel van de poliep loslaat en wegstroomt, inclusief vangarmen. Sommigen poliepen kunnen dat jarenlang herhalen. En elk afgesnoerd deel betekent de geboorte van een nieuwe kwal: het stukje poliep is zijn piepjonge lijf, en de vangarmen worden zijn tentakels.
Kort samengevat: Er zijn heel veel piepkleine kwallensoorten die niet met het blote oog te zien zijn, en zich heel diep in de zee bevinden. Deze kwalletjes eten planton en groeien uit tot poliepen. Die poliepen worden een soort waterplanten waaruit heel veel kwallen loslaten.
De kwallen, mannetjes en de vrouwtjes, groeien verder en produceren aan het eind van hun leven enorme hoeveelheden zaad- dan wel eicellen. De zaadcellen komen in het water en stromen naar de monddelen van de vrouwtjes, die hun eicellen daar vasthouden. Na de bevruchting laten ze de larven los, en begint de hele cyclus opnieuw!!!


Bevruchting 
Om de kans op bevruchting te vergroten komen veel kwallensoorten voor de voortplanting in grote scholen bij elkaar. Dat gebeurt in ondiep water, niet ver van de kust, wat op het strand tot een kwallenplaag kan leiden. In Nederland komen die vooral voor als de wind van het land naar de zee blaast (oostenwind). De bovenste laag water stroomt dan van de kust weg, en de onderste laag water wordt naar het strand toe gezogen. Voor de kwallensoorten aan de Nederlandse kust, zoals de oorkwal, is dat niet erg: als zij hun voortplantingscellen hebben gelost, sterven ze hoe dan ook. De netelcellen van een dode kwal in het zand blijven dagenlang actief, zodat de vormloze massa nog steeds kan steken!



Leuke weetjes:

Weetje 1- Kwal, van 10 verdiepingen lang -
Gemeen is ook het gif van de grootste kwal ter wereld, de leeuwenkwal. Er zijn mensen die beweren dat ze door dit monster uit de Noord-Atlantische oceaan zijn gestoken, maar die zijn dan vermoedelijk het slachtoffer geworden van een dood dier dat door de stroming naar boven was gevoerd: leven doet de leeuwenkwal op grote diepte. Ooit spoelde er een dood exemplaar aan met tentakels van meer dan 40 meter lang!! Hang je aan een flatgebouw, dan reiken de tentakels van de 10e verdieping tot aan de grond. Het dier was dan ook veel langer dan reuzen als de blauwe vinvis, de potvis en de walvishaai. Maar omdat zijn ‘lichaam’, de halve bol waar de tentakels aan vastzitten, een doorsnede van slechts 3 meter had, staat hij niet als grootste dier ter wereld in het Guinness Record Boek. De engte van zijn tentakels, de ‘leeuwenmanen’ worden als aanhangsels beschouwd en tellen niet mee…


Weetje 2 - Wilt U uw kwal warm of koud? -
Zijn kwallen nu alleen maar kommer en kwel? Voor Aziatische volkeren niet. Chinese restaurants in Nederland hebben kwal niet op de menukaart staan, maar in China zijn ze er gek op. Op veel markten liggen ze, inclusief tentakels, tussen de vissen uitgestald. Vooral in de salades schijnen ze tot hun recht te komen. Beroemd is daar de kwal-kipsalade.
Elk recept begint met een maatregelen om het zout uit het dode dier te verwijderen. Dat gaat het beste door hem een uurtje onder de lopende kraan te houden. Daarna moet je hem garen; 15 seconden in kokend water volstaat voor de meeste soorten. Veel recepten schrijven voor dat je het dier dan in dunne reepjes snijdt en laat drogen. Erg veel smaak heeft een kwal niet. Om het lekker te maken gebruik je een reeks aan kruiden, groenten en vaak ook gemarineerde kip. Maak daar een soort stoofpotje van, dat je weer laat afkoelen. Spreid dat uit over een bed van sla, leg er de gedroogde kwallenreepjes op, en overgiet het met een dressing van verschillende soorten olie.
Een enkele keer verschijnen kwallen ook in een warme maaltijd. Als je dat nog eens op je bord krijgt geschept, kun je er zeker van zijn dat er een superkok in de keuken staat. Warme kwal is verschrikkelijk moeilijk klaar te maken. Als de dieren niet gaar zijn, is het vlees taai, en laat je ze te lang in de pan, dan blijft er niets van over. Geen wonder dat de prijs van warme kwal een stuk hoger ligt dan van de gedroogde reepjes.

Weetje 3 - Kwallagotchi de nieuwe rage? 

Sinds enige jaren eten Japanners kwallen niet alleen op, ze houden ze ook als huisdier. Alleen wonende jonge vrouwen menen dat de door het water zwevende kwallen rustgevend zijn, in ieder geval meer dan een man over de vloer!!! Toch kan het houden van kwallen met stress gepaard gaan. Je moet je bijvoorbeeld niet al te veel aan ‘Kwallie’ hechten. Ga je echt van hem houden, dan zit je na een half jaar met liefdesverdriet: ouder dan 6 maanden worden de dieren niet in een aquarium. Ook de kosten zijn niet rustgevend. Naar verluidt betaal je voor zo’n kwal f 30,00 tot f 80,00 gulden, en voor een geschikt aquarium moet je zo’n 1000 piek neertellen. Kwallen kunnen namelijk niet in een gewone vissenkom overleven. Om te beginnen moet het water voortdurend zachtjes stromen. Gebeurt dat niet, dan zakt het dier als een vormloze massa naar de bodem. Het water moet dus worden rondgepompt, maar daar mogen geen luchtbelletjes bij ontstaan; als je die in het lichaam van de kwal komen, sterft hij. Ook mag er niet het miste spoortje van een zwaar metaal in het water zitten. Koperen leidingen zijn dan ook uit dan boze. In de natuur eet een kwal vooral plankton, maar dat is in een aquarium niet te handhaven. Het plankton zou zich snel vermeerderen, het water troebel maken en de leidingen van de pomp verstoppen. Daarom krijgen de troeltelkwallen een afgewogen dieet van gekweekte algen, en soms, als het feest is, een garnaal… kortom, wil voor een half jaar een rustgevend huisdier,… Neem dan de kwal als huisdier!

Weetje 4 - Zinloos zeegeweld – (zie afbeelding 4 & 5)
Jaarlijks sterven in Australië tientallen mensen aan een steek van een zeewesp. Het dier maakt daarmee veel meer slachtoffers dan de gevreesde witte haai. Een enkele zeewesp bevat genoeg gif om 60 volwassen om zeep te helpen. Goed, er zijn mensen die een ontmoeting met de zeewesp hebben overleefd, maar die hadden het geluk dat alleen hun hand of voet geraakt werd. Toch moet iemand ook dan snel tegengif krijgen, omdat het kwallengif de ademhalingsspieren verlamt en je kunt stikken. Raak je echt verstrikt in de pakweg 60 tentakels van elk een meter of 3, dan volgt onherroepelijk de dood. Soms binnen 30 seconden, maar het duurt nooit langer dan 5 minuten. Het is een onfortuinlijk ongeluk. Een zeewesp heeft niets aan een dood mens. Voorzover bekend is nog nooit een mens door een kwal opgegeten. Het dier jaagt ook niet echt. Zoals alle kwallen zweeft de zeewesp in het water; de stroming voert hem mee. Als een waaier laat hij zijn tentakels hangen om er prooidieren mee op te vegen: meestal kleine vissen, garnalen, en vooral plankton. Raken de tentakels organisch materiaal, dan schieten de netelcellen in een reflex naar buiten. In een aquarium is eens getest hoe sterk die reflex is. Onderzoekers goten wat alcohol (een organische stof) in het water en zonder dat er een levend wezen in de buurt was, schoten de netelcellen van de zeewesp naar buiten en spoot hij zijn giflieren leeg. Nutteloos inderdaad, en misschien ook precies wat je van een dier zonder hersenen kan verwachten. Maar dat breinloze bestaan is wel buitengewoon succesvol.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.