Start
Omhoog

     De Koekoek 

 

De stem zonder lichaam.

We horen hem wel, maar hoe hij er precies uitziet, weten de meeste mensen niet. Hij is erg schuw en doet erg geheimzinnig. De koekoek komt in bijna elk landschapstype voor. Toch moeten we erg ons best doen om hem van dichtbij te kunnen bekijken. Daar komt nog bij dat hij vaak laag boven de grond vliegt, waardoor hij weinig opvalt. Door zijn verborgen leven horen we de koekoek veel meer dan we hem zien. Sommige mensen die het gedrag van de koekoek uitvoerig bestudeerd hebben, spreken wel van de stem zonder lichaam. Wie een koekoek hoort roepen en zich goed verschuilt achter struikgewas, kan deze vogel toch wel te zien krijgen.

 


Een sierlijke vogel.

De koekoek is een sierlijke vogel. Hij is iets slanker dan een duif. Van snavelpunt tot staarteind meet hij 35 centimeter. Zijn vleugels laat hij meestal iets hangen. Zijn rug en zijn kop zijn grijsblauw. Zijn buik en borst zijn wit met dwarse donkere golfjes. De staart is leigrijs met witte eindband en witte vlekjes. De poten, de snavel en ogen zijn fraai geel gekleurd.

Zijn leefgewoonten.

We kunnen de koekoek in ons land aantreffen van half april tot augustus-september. De koekoek is hier dus niet het hele jaar. Hij behoort tot de groep vogels die trekvogels noemen. De koekoek is een dus een zomergast . Ook besteedt de koekoek niet veel aandacht aan zijn jong. Dat laat hij aan anderen vogels over. Hij bouwt ook niet zelf een nest. De vrouwtjeskoekoek laat regelmatig eieren achter in het nest van kleine insecten etende zangvogels. Overigens worden die zangvogels zelf met rust gelaten. De koekoek zal ze niet opeten.

koekoekplaatje.gif (32603 bytes)

 

Het echtpaar koekoek nestelt niet, broedt niet en voert zijn jongen niet. Dat is de eerste gedachte van bijna iedereen die een koekoek hoort, of, als hij of zij geluk heeft, ziet. Van de 128 koekoeksoorten op de wereld zijn er echter maar 50 echte broedparasieten. De enige vogels die dat sporadisch ook doen zijn spechten en spreeuwen. De acht tot twaalf eieren die ons inheemse koekoekswijfje legt, deponeert zij in verschillende nesten, waarbij die van pleegoudersoorten die haar zelf hebben grootgebracht steeds de voorkeur genieten. Zelfs de eieren die zij in die nesten legt hebben dezelfde kleur als die van de gastvrouw ("de waard-vogel"), waarbij er 15 tot 20 kleurvariaties mogelijk zijn, hoewel per wijfje altijd dezelfde kleur.
De aanpassing gaat zelfs nog verder: het koekoeksei heeft een twee maal minder breekbare schaal dan een normaal ei, het kan aanzienlijk langer tegen afkoeling dan dat van de waardvogel en het hoeft slechts 11 tot 15 dagen bebroed te worden. Het koekoekskuiken komt dus voor de eigen kuikens uit en heeft dus alle tijd om de aanwezige eieren uit het nest te werken, waarover straks. De waardvogels verzetten zich meestal heftig, soms geholpen door hun buren. Of dit verzet wordt veroorzaakt door de gelijkenis van de koekoek met een roofvogel en de glijdende stootvogelachtige nadering is niet helemaal duidelijk. Soms lukt het de waardvogels + de verenigde boeren het koekoekswijfje te verdrijven, maar ze komt altijd terug en tenslotte ziet ze toch kans haar ei in het vreemde nest te deponeren. Vaak komt zij in het begin van de middag, wanneer veel vogels slapen en er minder deining ontstaat, of ze observeert een leggende vogel die nog niet vast zit. Daarbij maakt ze gebruik van nog een aanpassing: ze legt haar ei in 2 tot 8 seconden, veel sneller
dus dan andere vogels. Vaak gooit ze een ei van de waardvogel uit het nest. Is de nestopening te klein, zoals bij de kwikstaart of fitis, dan maakt ze die groter of kapot, met het gevaar dat de waardvogel
het nest soms in de steek laat.



Het koekoeksei is meestal iets groter en ovaler dan de eieren van de waardvogel, maar daar is de laatstgenoemde alleen maar trots op. In vrijwel alle gevallen kost de acceptatie van het vreemde ei de waardvogels hun broedsel. De jonge koekoek wordt voor de andere geboren en begint vanaf zijn 10e levensuur met duw- en trekbewegingen de eieren of door de andere kuikens tussen de vleugelstompjes op zijn rug te krijgen en met zijn kop onder in het nest en zijn achterwerk boven, uit het nest te gooien (zie tekening). Alleen in nestkastjes lukt dit niet. Maar ook daar is weer een aanpassing voor; de bektrechter van het koekoeksjong is zoveel groter en roder van binnen, dat de voerende ouders gedwongen worden er veel in te stoppen en de andere kuikens te verwaarlozen.
Na vier dagen houdt de uitwerpdrang van de jonge koekoek. Hij verlaat het nest op de 21e tot 23e dag, maar zet zijn rode schreeuw mond nog zo wijd open dat zelfs passerende voedselaandragers van heel andere vogelsoorten de instinctieve aanvechting hebben er voedsel in stoppen. Helemaal onverschillig voor hun kind zijn de ouderkoekoeken overigens niet. Tijdens de voertijd komen zij zo nu en dan een kijkje nemen en als hun jong het nest verlaten heeft komen zij het vliegles geven. Een van de raadsels in het koekoeksbestaan is overigens de vraag waarom de koekoek zich ook werkelijk koekoek voelt. Men zegt immers dat een dier steeds dat dier als zijn evenbeeld voor het leven accepteert, dat het na de gehorte het eerst aanschouwt. Een dier kan nu eenmaal niet in de spiegel kijken, maar een meeuw weet bijvoorbeeld dat hij onverbreekelijk in de meeuwenkolonie thuishoort. Het nuttig rendement van in waardvogelnesten gelegde koekoekseieren is 25 tot volwassenheid komende jongen uit 100 eieren. De voornaamste waardvogels zijn heggemus, graspieper en kleine karekiet.

Onze inheemse koekoek (Cuculus canoris) is grijsbruin met een witbruin gesperwerde borst en een licht gekromde, iets overbijtende snavel. Geen wonder dat hij voor een roofvogel wordt aangezien wanneer hij in stootvlucht op zijn doel afwervelt. In wezen is hij een alleseter met een voorkeur voor insecten, vandaar dat het wijfje haar ei uitsluitend aan insecteneters te leen geeft. Vooral grote, harige, door andere vogels versmade rupsen kneust hij eerst met zijn snavel, slingert ze daarna snel rond, zodat het darmkanaal eruit vliegt en eet ze dan op. Op den duur zitten de rupsharen als een borstel in zijn maagwand geprikt, die dan periodiek wordt afgestoten en uitgebraakt.
Onze koekoek overwintert in Afrika, zwermt in april als nachtvogel over heel Europa en AziŽ uit, uitgezonderd de toendraís en woestijnen. In Nederland verblijft hij in alle landschappen, met een voorkeur voor moerasbos, waarin tot 2 territoria per 100 ha voorkomen. Hij is daarbij bijzonder honkvast en iedereen die het geluk kent in zijn naaste woonomgeving een koekoek te hebben zal in het voorjaar blij verrast zijn vinger opsteken en zeggen: "Onze koekoek is weer terug!"
Het omfloerst weemoedige geluid van de koekoek wordt graag in natuurfilmpjes gebruikt om het effect van een eenzame ochtend- of middagsfeer te verkrijgen, onverschillig of die twee tonen in kleine of grote terts worden geblazen. Het herhalen van zijn naam soms tot 50 keer toe is duidelijker dan dat van grutto en kievit, hoewel die, vooral als ze hoog vliegen, er ook wat van kunnen. De koekoeksroep is tevens het bewijs dat de Romeinen de c als een k uitspraken en u als een oe, waarover nog steeds verschil van mening bestaat. Vandaar misschien het zachte lachje aan het eind van iedere roepserie, dat u bij goed luisteren duidelijk kunt horen. Maar dan moet u niet verder van de koekoek vandaan zijn dan 30 tot 40 meter.

 

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.