Start
Omhoog

     Katten 

1. De geschiedenis van de kat.

Hoe en wanneer verschillende soorten van de wilde kat precies huisdier werden, is moeilijk te achterhalen.
Misschien leefden katten al meer dan 10.000 jaar geleden in landbouwnederzettingen in het Midden-Oosten.
Afdoend bewijs is bekend uit het oude Egypte omstreeks 2000 v. Chr.
Toen de mens van nomadische jager landbouwer werd, moest hij zijn voedselvoorraden tot de volgende oogst beschermen.
Het graan werd opgeslagen in voorraadschuren, die echter niet volledig veilig waren tegen ratten en muizen die door de kleinste kieren kropen.
Op zoek naar voedsel moeten wilde katten steeds in de nederzetting zijn beland, op jacht naar de talrijker wordende muizen en ratten. De mensen moeten al snel hebben gemerkt dat katten als knaagdierdoder en beschermers van graanvoorraden uiterst nuttig waren. Anders dan honden, die al veel eerder waren gevonden en gebruikt, waren katten bijzonder bruikbaar omdat ze juist 's nachts op jacht gingen, op het tijdstip waarop ratten en muizen zich aan de voorraden vergrepen. De boeren jaagden de katten niet weg, maar moedigden ze aan te blijven. Zo kwam de band tussen kat en mens tot stand.

De kat paste toch al goed in de Egyptische godenwereld, waarin allerlei dieren werden vereerd. De kat werd het symbool van de vruchtbaarheid, in de persoon van de kattengodin "Bastet". Katten werden aanbeden en vertroeteld en vereeuwigd op fresco's en in beeldhouwwerken. Wie een kat schade toebracht, kreeg een zware straf. Op het doden van een kat stond de doodstraf.
Voor een gestorven kat gingen mensen in de rouw en om hun verdriet te tonen, schoren ze hun wenkbrauwen af. Katten werden gemummificeerd en met veel ceremonieel bijgezet in vaak fraaie omhulsels van brons of hout.

Al die goddelijke verering had echter ook nadelen. Inmiddels is duidelijk dat katten ook in grote getale als offergave werden gedood. Archeologen vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven.


Zeereizen
Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen ongedierte. Daarom namen ze katten aan boord. Verondersteld wordt dat de Grieken en Feniciers zo rond 1000 voor Chr. als eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu ItaliŽ is, brachten.
De huiskat verspreidde zich langzamerhand over heel AziŽ en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600 ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.

Europa
Aanvankelijk waren katten in Europa zeer geliefd. De Romeinen beschouwden ze als het Symbool van de vrijheid en de beschermer van huis en haard. Als "heidense" vruchtbaarheid symbolen waren ze in het vroegere christendom echter niet populair. Daarom werden huiskatten in Engeland in de 14e eeuw beschouwd als Symbool van het kwaad. Men bracht ze in verband met hekserij en de duivel. Honderdduizenden katten werden levend verbrand, waarbij de kerk dat aanmoedigde en zelf het voorbeeld gaf. Toen katten daardoor zeldzaam werden, nam het aantal ratten explosief toe. Dit vormde een van de oorzaken van de pestepidemie van 1334. De "Zwarte dood" waarde door heel Europa. Mensen werden dodelijk besmet met deze ziekte door rattenvlooien. Het besef groeide dat de kat bij het onderdrukken van knaagdieren een belangrijke factor was, met het gevolg dat het aantal huiskatten weer toenam. Tegen het eind van de 17e eeuw was bijna elk huis in Frankrijk voorzien van een kattenluikje en de geliefde huiskat kon komen en gaan, zoals hem of haar dat uitkwam.

AziŽ
Katten werden ook in heel AziŽ bijzonder gerespecteerd. In sommige streken woonden ze in tempels om heilige geschriften tegen muizen te beschermen. Ook hielden ze ratten en muizen ver van de kostbare zijdecocons vandaan. De zijdehandel was van een enorm economisch belang voor China en Japan.
In Siam, dat tegenwoordig Thailand heet, mochten ooit alleen de leden van de koninklijke familie katten bezitten. De Siamees stond dan ook bekend als de koninklijke kat van Siam.




2. Grote katten

Wat is een grote kat?

De familie van de katachtige omvat over de hele wereld een stuk of veertig kattensoorten. Precies kunnen we het aantal soorten niet aangeven. De wetenschapsmensen zijn het er namelijk niet met elkaar over eens wat je allemaal een aparte kattensoort kan noemen. Sommige deskundigen spreken over 36 soorten, anderen komen tot 40 of 41. Ook over de indeling van de familie in geslachten lopen de meningen uiteen.
De oorzaak van deze meningsverschillen is, dat alle leden van de kattenfamilie op elkaar lijken. De leeuw heeft natuurlijk zijn manen, de lynx zijn stompstaartje, de serval zijn gestippelde vacht en de jaguarundi zijn korte poten, maar zelfs voor een leek is onmiddellijk duidelijk dat het allemaal "Katachtige" dieren zijn. Bij andere dierenfamilies is dat lang niet altijd even duidelijk. Maar alle katten ter wereld zijn duidelijk familie van elkaar . Daarom kan men katten alleen maar indelen op grond van weinig opvallende lichaamskenmerken. En daardoor ontstaan de meningsverschillen tussen de kattenonderzoekers.
We zullen ons niet mengen in de strijd van de geleerden. Wij gaan kijken naar een kattengoep die door de meeste deskundigen wel als groep wordt erkend: die van de "Grote katten." Er zijn 5 soorten grote katten: de tijger, leeuw, luipaard, jaguar en de sneeuwpanter. Deze 5 zal je verder in dit hoofdstuk nog zien voorkomen.


Het elastische tongbeen

Het enige kenmerk waardoor alle grote katten zich onderscheiden van de kleine is hun tongbeen: een hoefijzervormig botje helemaal achteraan de tong. Met dat botje zit de tong aan de schedel vast . Bij de grote katten is een deel van dat tongbeen elastisch, maar bij de kleine katten is het helemaal verbeend. Dit lijkt onbelangrijk, maar het heeft toch een opvallend gevolg; dank zij dit elastische stukje in hun tongbeen kunnen de grote katten namelijk heel hard brullen. Ze rekken dat stukje dan uit. Het heeft echter ook tot gevolg dat ze alleen bij het uitademen kunnen spinnen, terwijl de kleine katten hun "Motortje" ononderbroken kunnen laten snorren. De grote meester in het brullen is de leeuw natuurlijk. Maar als je ooit 's nachts in het oerwoud een luipaard vlakbij had horen tekeergaan, zou je weten dat zijn gebrul er bepaald ook wezen mag. Merkwaardig genoeg is de sneeuwpanter hier ook weer een uitzondering: hij heeft wel zo'n elastisch tongbeen maar toch brult hij nooit.


 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.