Start
Omhoog

      

Huismussen
straatjongens onder de vogels

Onze huismus (Passer domesticus) werd vroeger tot de vinken gerekend, waarmee hij inderdaad de sterke kegelsnavel en de vleugelkenmerken gemeen heeft, maar vindt men dat hij een aparte familie is.

Als men een mussenpaar goed bekijkt, zijn het eigenlijk mooi getekende vogeltjes.

De voorloper van onze mus woonde in Europa, Afrika en heel AziŽ, tot zelfs in het hooggebergte en de Aziatische steppen.

De huismus, die uit deze voorouders komen, is over de hele wereld verspreid met uitzondering van Oost- en Zuidoost-Afrika, West-AustraliŽ en de beide Poolstreken.

In ons land is de mus eeuwenlang niet uit het straatbeeld van steden en dorpen weg te denken geweest. De mens verbouwde alle soorten granen en de huismus volgde hem omdat zijn hoofdvoedsel uit granen  bestond, vooral rogge. Verder eet hij graag insecten en hun larven. Wat staat er nog op zijn menu? Vruchten, planten- en boomzaden en uiteraard van de voedingsmiddelen die de mensen laat slingeren, of bewust aan vogels voert.

Door de auto zijn er steeds minder mussen. Vroeger lagen de straten vol paardevijgen (de mens reed toen met het paard) met daarin haverresten. Op het platteland werd vroeger ook veel meer rogge verbouwd dan nu. 

Er zijn dus veel minder mussen dan vroeger in ons land: men schat dat er ongeveer 10 miljoen mussen te weinig zijn in ons land. Toch denken sommige wetenschappers dat de vermindering van de mussen niet kan liggen aan de komst van de auto. Want toen het paard na de laatste wereldoorlog als trekdier allang  was afgeschaft, bleven er jaren nog genoeg mussen over. 

Deelder zocht de oorzaak van het verdwijnen van de mus eerder in de enorme toename van kraaien, eksters, gaaien en torenvalken. De eerste drie houden zich bezig met het stelen van eieren en jongen en deze vogels zijn in de lucht sneller dan mussen.

VOORTPLANTING

Het nest, dat door man en vrouw samen wordt gemaakt, is een slordig maaksel in spleten, onder dakpannen, in nestkasten, oude zwaluwnesten, klimop en andere klimplanten. Als vrijgevochten straatjongen aarzelt de mus niet om ook reeds bewoonde nesten in beslag te nemen.

Het mannetje benadert het vrouwtje met stijfgehouden staart, slepende vleugels en luid getsjilp. Als het wijfje niet paringsbereid is, neemt ze de dreighouding aan, waardoor het mannetje echter alleen maar bronstiger wordt. Het lawaai dat daarbij ontstaat, lokt andere mannetjes aan, die hun steentje aan de feestvreugde willen bijdragen. In de algemene verwarring ziet het wijfje dan kans om er tussenuit te knijpen.

In grotere mussenzwermen komt een vrij groot aantal mussen niet tot paring bij gebrek aan nestgelegenheid.

Men zegt dat gele crocussen een stof bevatten die de vruchtbaarheid verhoogt. Of dat waar is weten wij niet, maar het is wel een feit dat een troep mussen in de mooie gemeente-aanplantingen van krokussen specifiek de gele er tussen uit halen en er soms om vechten.

Er zijn drie tot vier broedtijden per jaar, met telkens vier tot zes eieren. Beide ouders broeden. De eieren komen na 13 tot 14 dagen uit en de jongen zijn na zeventien dagen vliegvlug.

Als ze er de kans voor krijgen bedelen zij nog maandenlang bij hun vader en moeder. Het is leuk om te zien hoe volwassen mussen, die bekwaam kunnen vliegen en links en rechts aan ruzies deelnemen, bij het naderen van een van hun ouders plotseling als een zielig hoopje in elkaar duiken en met fladderende vleugeltjes baby'tje spelen.

 

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.