Start
Omhoog

  Fotosynthese

 

Planten maken hun eigen voedsel

Je zult maar zelden de kans hebben planten te zien eten, tenzij je ergens vleesetende planten weet staan. Toch moeten alle planten zich voeden... en dat doen ze op een hoogst merkwaardige manier. Ze maken namelijk zelf voedsel, iets dat geen enkel ander levend wezen een plant kan nadoen.

Niet-planten hebben altijd een ander organisme nodig om zich mee te voeden. Dieren eten planten of andere dieren, die op hun beurt ofwel nog andere dieren ofwel planten hebben opgegeten.

Planten daarentegen eten eigenlijk niets op. Dat komt omdat ze hun eigen voedsel ter plaatse kunne maken.

 

Water, koolstofdioxide en energie  

De kleine puntjes op dit blad zijn de huidmondjes waarmee een blad ademt.

(foto van Gerrit Tyberghein)

Planten maken hun voedsel niet uit het niets. Ze hebben daarvoor iets nodig: in de eerste plaats gewoon water en in de tweede plaats koolstofdioxide.

Het water halen ze met behulp van hun wortels uit de bodem en het koolstofdioxide kunnen ze via heel kleine gaatjes in de bladeren, uit de lucht opvangen.

Met deze 2 stoffen spelen planten het klaar hun voedsel aan te maken. Het product dat de planten zo zelf bereiden, noemen we suikers. Niet te verwonderen dus dat vele vruchten zoet smaken.

Trouwens, de suiker die wij gebruiken is ook van planten afkomstig, namelijk van het suikerriet en de suikerbiet.

Om die suikers te kunnen maken, hebben planten natuurlijk heel wat energie nodig, en die krijgen ze van het licht, vooral dan van het zonlicht.

Een beetje afval: zuurstof

Terwijl planten hun eigen voedsel maken, gebeurt er nog iets heel belangrijks. Ze hebben namelijk ook nog wat afval dat ze kwijt moeten raken.

Bij het veranderen van water en koolstofdioxide in suiker blijft er nog een hoeveelheid zuurstof over.

Die laat de plant door de huidmondjes, waarlangs ook het koolstofdioxide naar binnen kwam, naar buiten ontsnappen.

Al die zuurstof, die voor alle planten gedurende de meer dan 3 miljard jaar dat ze daar al mee bezig zijn, is afgescheiden, vormt de grote reserve aan zuurstof die zich in onze atmosfeer bevindt.  

Groen, een wonderlijke kleur.  

(foto van Gerrit Tyberghein)

Misschien vind je het niet zoŽn prestatie je eigen voedsel te maken uit water en koolstofdioxide. Wel, probeer het gerust maar eens na te doen. Neem maar een fles spuitwater. Dat is precies wat je nodig hebt: water met koolstofdioxide. Zet de fles voor het raam in de zon en wacht maar tot alles suiker is geworden!

Lang genoeg gewacht?

En nog altijd geen suiker gekregen?

Nee, alleen planten slagen erin om water en koolstofdioxide om te zetten in voedsel, omdat zij beschikken over een hoogst merkwaardige stof!! De naam van die wonderstof is chlorofyl of bladgroen.

En die naam heeft zij te danken aan het feit dat ze voorla in de bladeren voorkomt en dat ze groen van kleur is.

Nu is ook verklaard waarom de meeste planten groen gekleurd zijn. Die groen stof moet er immers voor zorgen dat de plant voedsel heeft, en dit gebeurt door een proces dat fotosynthese noemt.

Die niet groene delen van een plant, bijvoorbeeld de bloemen, doen niet mee aan de fotosynthese.  

Niet alle planten zijn groen  

(foto van Gerrit Tyberghein)

 

Er zijn een aantal planten die geen bladgroen of chlorofyl bevatten. Zij moeten zich dus op een andere wijze gaan voeden. Bijvoorbeeld door hun voedsel te stelen bij andere planten. Dergelijke planten noemt men parasieten. Zwammen hebben ook geen bladgroen. Zij kunnen dus niet zelf voedsel maken, maar halen dit uit dierlijk en plantaardig afval dat zij in de bodem vinden. Zwammen die op boomstammen groeien, halen hun voedsel uit de boom zelf. Zij zuigen het sap op dat door de boom stroomt. Ook zij worden parasieten genoemd.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.