Fazant

Wie jagers tijdens de jacht zo nu en dan "poele, poele"
of "kok, kok" hoort roepen, vraagt zich misschien wel eens af wat hen op
dat moment bezielt.
Het gaat hier echter "gewoon" om de Franse woorden voor kip en haan! Op
zo'n moment waarschuwen de jagers elkaar voor een opvliegende
fazantenhen of -haan. Op de hennen wordt meestal niet geschoten omdat
die zorgen voor voldoende nageslacht.
Zijn fazanten dan "wilde" kippen?
Neen, kippen zijn "tamme" fazanten! De "enige echte"
voorouder van al onze kipperassen, het Aziatische Bankivahoen, hoort
immers tot de fazantenfamilie.
De mannetjes van deze familie, hanen genoemd, beschikken over opvallend
grote staartveren om in de paringstijd mee te pronken. Denk hierbij maar
eens aan de pauwen. Bovendien zwelt de naakte huid op kop en hals in die
periode op en vormt dan felrode "hanen"kammen en -lellen.
De bekendste is de jacht- of edelfazant Phasianus
colchicus.
Uit deze Latijnse naam kan men de herkomst van het dier afleiden.
Phasianus betekent namelijk "uit Phasis stammend." En Phasis was gelegen
in de Griekse kolonie Colchis aan de Zwarte Zee. Toen de Griekse held
Iason met zijn Argonauten op zoek ging naar het beroemde Gulden Vlies,
zocht en vond hij dat in Colchis. Van die tocht bracht hij ook een
hoenderachtige vogel mee. Al sinds vele honderden jaren voor het begin
van onze jaartelling worden daarom in Griekenland fazanten gefokt. De
Romeinen verspreidden het dier verder over de toen bekende wereld en na
de val van het Romeinse Rijk namen kloosters en vorstenhoven dit over.
Sinds die tijd vormen fazanten ook een geliefkoosd jachtobject.
Omdat de fazant dus al enkele duizenden jaren in Europa voorkomt, zijn
de daar levende dieren kruisingen tussen minstens 4 van elders
geïmporteerde ondersoorten. Deze zijn afkomstig uit gebieden die zich
uitstrekken van de Kaukasus, via China tot in Japan toe.
Je ziet hanen met een zwarte hals naast ringfazanten met een witte
halsring; isabelkleurige witvleugelfazanten naast zeer donkere
tenebrosusfazanten; exemplaren met een goudkleurige buik uit de Kaukasus
naast olijfgroene uit China; grote en winterharde dieren uit Mongolie
naast bronskleurige en blauwe uit Japan.
Hierdoor lijkt in ons land geen fazantenhaan op een andere, ze zijn vaak
individueel te herkennen. Alleen de hennen hebben allemaal de tijdens
het broeden zo belangrijke bruinige schutkleur.

Fazanten houden zich in de regel op tussen de dekking.
En die kan vrij laag zijn! Een normaal zeer opvallende fazantenhaan is
letterlijk in staat om als een slang tussen graspollen door te kruipen.
Alleen 's ochtends en 's avonds zoeken ze, vaak in groepen, voedsel in
het open veld.
In het vroege voorjaar gaan de hanen hun territorium afbakenen. Dit
gebeurt door kraaien en door het verjagen van tegenstanders. In die
periode is het goed mogelijk om een schatting te maken van het aantal
fazanten in een gebied. Maar hierover kunnen we het hopelijk hebben in
een andere uitzending!
|