Elektriciteit
1. Geschiedenis van elektriciteit.
Elektriciteit is nu zo’n alledaagse energie dat men ze bijna niet meer
opmerkt. Misschien verbaast het u dat elektriciteit nauwelijks ouder is
dan 100 jaar.
Het begon
in 1879: Thomas Edison liet toen de eerste gloeilamp branden. In 1882
bouwden ze in New York de eerste elektriciteitscentrale. Deze centrale
kon slechts 1200 lampen tegelijk laten branden en één wijk van licht
voorzien. U merkt dat elektriciteit sindsdien veel vooruitgang heeft
geboekt.
1.1 Waar komt
stroom vandaan?
Laten we
als voorbeeld de dynamo van een fiets nemen.
In zo’n
dynamo zit een magneet en een spoel van koperdraad.
Door te
trappen, en dus kracht te zetten op de pedalen, gaan de
fietswielen draaien en wordt het rubberen wieltje van de dynamo
In
beweging gebracht. Dat staat in verbinding met een magneet,
Die in
een spoel ronddraait en een spanningsveld opwekt.
Het
spanningsveld zorgt ervoor dat een elektrische stroom
opgewekt
wordt in een gesloten circuit waar de fietslamp mee
verbonden
is.
2. Je kan elektriciteit door 5 grote
dingen opwekken:
2.1 op
basis van windkracht.
De wind zorgt ervoor dat een
alternator wordt aangedreven die een spanningsveld opwekt. Meestal
worden verschillende windmolens gecombineerd tot een heus windmolenpark.
Een land
als Denemarken haalt al meer dan tien procent van haar stroom uit
windenergie. Ook in België zet Electrabel concrete stappen om
meer en meer windenergie te produceren.
2.2
op basis van waterkracht.
Het
principe dat beweging (arbeid) omgezet wordt in stroom is ook
van
toepassing bij deze primaire energie.
stromend
water of water dat van grote hoogte naar beneden valt, brengt
een rad
in werking. Dit ronddraaiend rad wekt elektrische stroom
2.3 op basis van warmte
De warmte die door verbranding van steenkool of aardolie (klassieke
centrales) en aardgas (STEG centrale) in de verbrandingsketel
vrijkomt, doet water verdampen. De geproduceerde stoom gaat onder
hoge druk en bij hoge temperatuur naar een turbine. Door de draaiende
beweging van de turbine wordt de thermische energie omgezet in
mechanische energie. De mechanische energie wordt dan, net zoals bij de
dynamo, omgezet in elektriciteit. Aan de uitgang van de turbine wordt de
stoom via een condensor terug omgezet in water.
Dat keert
terug naar de verwarmingsketel en de cyclus begint opnieuw.
2.4
op basis van kernenergie.
Ook bij
kernenergie wordt elektriciteit gewonnen uit warmte, maar hier gebruikt
men uranium als brandstof
Het
voordeel is dat er veel meer energie kan opgewekt worden per
eenheid primaire brandstof. Anderzijds vergt zoiets een
grote investering om de veiligheid dagelijks te garanderen.
2.5
Op basis van zonenergie.
Tussen
het voorcontact en het achtercontact zit een dun plaatje silicium, het
hart van de zonnecel. (Zie figuur) Het is slechts 0,2 tot 0,4 millimeter
dik, en zo bewerkt dat er aan de bovenkant een negatieve spanning kan
ontstaan, en aan de onderkant een positieve. Daartussen zit de
scheidingslaag. Onder invloed van het invallend licht komt er in het
silicium een proces op gang waarbij paren van positieve (p) en negatieve
(n) ionen worden gevormd. Door de scheidingslaag worden deze paren
gescheiden. Zo ontstaat er een spanningsverschil tussen de bovenkant en
de onderkant van de zonnecel. Zodra ‘min’ (voorcontact) en ‘plus’
(achtercontact) met elkaar worden verbonden via een verbruiker van
elektrische energie – bv. een lamp of een accu – komt er een elektrische
stroom tot stand. Voor en achtercontact leveren dus elektrische stroom
zoals de twee polen van een batterij. De negatieve deeltjes (
elektronen) lopen via het voorcontact naar een elektrisch apparaat om
vervolgens weer terug te komen via het achtercontact. In de zonnecel
verenigen ze zicht met de achtergebleven positieve deeltjes. Het licht
vormt telkens nieuwe koppels, die dan door de scheidingslaag worden
gescheiden zodat de elektrische kringloop verdergaat.
3. Hoe komt elektriciteit nu bij ons
terecht.
Tussen de alternator van de
elektrische centrale en uw binneninstallatie legt de elektrische
energie een hele weg af, waarbij de spanning regelmatig van grootte
verandert: van hoogspanning over middenspanning naar laagspanning.
Hiervoor zorgt het
elektriciteitsnet, het geheel van installaties, nodig voor het transport
en de distributie van elektriciteit.
4. Keuze van verdeelkasten .
Hiervan zijn er verschillende nl.:
-
opbouwverdeelkasten
-
waterdichte verdeelkasten
-
inbouwverdeelkasten
-
vega D verdeelkasten
5. Soorten automaten die in een verdeelkast
zitten :
5.1
Meerpolige smalautomaten:
deze automaten zijn bestemd voor de beveiliging van kringen tegen de
overbelasting en de kortsluitingen in de woning, in de tertiaire-en de
beroepslokalen.
5.2
differentieelblokken : Deze apparaten zijn bestemd voor
koppeling aan de rechterzijde van de automaten serie MX tot NR 63 A
teneinde twee, drie en vierpolige verliesstroomautomaten van 0,5 tot 63
A te vormen.
Dit geheel, verzekert buiten de
beveiliging tegen overbelastigen en kortsluitingen de beveiliging van de
installaties tegen isolatiefouten alsook de beveiliging van personen
tegen rechtstreekse en onrechtstreekse contacten.
Hulpcontacten en toebehoren voor
smalautomaten en differentieelschakelaars:
De hulpcontacten voor uitschakeling
en melding op afstand zijn gemeenschappelijk voor de verbindbare
meerpolige automaten van 0,5 tot 100 A en de differentieelschakelaars
van 25 tot 63 A.
5.3
Motorbeveiligers :
Magneetthermische motorbeveiligers.
Toestel om eenfase – of
driefasenmotoren te beschermen:
Tegen overbelasting door thermische
uitschakeling (instelbare drempel)
Tegen kortsluiting, door magnetische
uitschakeling
5.4
Energietellers :
Elektrische energieteller voor één
tarief.
Met deze energieteller kan men het
verbruik van een elektrische schakeling met één enkel tarief meten.
Met dit toestel kan men de
werkelijke kosten berekenen, bijv. van een verwarmingsinstallatie kan
men het energieverbruik van de machine beoordelen.
5.5
Stopcontacten 10/16 A
Tweepolige + aarding (met
kinderveiligheid)
Tweepolige + aarding ( met
kinderveiligheid en met verklikker die het “onder spanning “ aanduidt.
5.6
Interface relais :
Deze laten toe automatisch te
realiseren in ZLS(zeer lage spanning).
Hun scheidingsvermogen is koppelbaar
aan schakelingen op laag niveau (spanning en stroom).
Hun werking is geluidloos. Voorzien
van controlelamp om te zien als de spoel onder spanning staat. Ze
verzekeren een galvanische isolatie van 4 kV tussen LS en ZLS.
5.7
Afstandschakelaars:
De afstandschakelaars worden
aangewend voor de bediening van verlichtingskringen in woningen, in
beroepslokalen ent tertiaire gebouwen.
Ze zijn onderworpen om hulpcontacten
te kunnen ontvangen:
-
Ofwel een hulpcontact voor gecentraliseerde bediening.
-
Ofwel een hulpcontact voor signalisatie op afstand.
-
Ofwel een hulpcontact voor gecentraliseerde bediening
multiniveau.
-
Ofwel een hulpcontact voor een bediening van het type
vastgehouden.
Iedere afstandschakelaar kan meerdere hulpcontacten
ontvangen.
5.8 Thermostaten – voelers:
Multigamma thermostaat: dit is een elektronische thermostaat voor alle
toepassingen, die de temperatuur van de koude kamer tot de stookkamer
kan controleren, naargelang het gebruik zal men een of meerdere voelers
gebruiken.
5.9 Aardlekschakelaars:
Om
personen en dieren te beschermen tegen rechtstreekse of onrechtstreekse
contacten, in een goede geleidende omgeving (gevaar voor elektrocutie),
voldoen aan de beschermingsvereisten van de kringen stopcontacten en
badkamers;
5.10 Anti-transitorisch :
De
aardlekschakelaars zijn beschermd tegen ontijdige uitschakelingen
veroorzaakt door transitorische lekstromen: blikseminslag, capacitieve
belasting.
5.11Differentieelautomaten
:
Deze
apparaten zijn geschikt voor de woning en waarborgen:
De
beveiliging van installaties tegen spanningspieken en kortsluitingen.
De
bescherming van personen en dieren tegen rechtstreeks contact.
De
apparaten zijn uitgerust met een blauwe verklikker die de uitschakeling
bij een
fout meldt.
5.12 Scheidingsschakelaar:
Beschermingsuitrusting van de kringen in de
beroepslokalen tegen
overbelastingen en kortsluitingen.
5.13 Elektromechanische schakelklokken :
Voor de
uur, dag of weekprogrammatie van kringen zoals de verlichting, de
verwarming enz.
6.
Goedkeuringsmerken die op automaten staan :
Zie
tekening :
7. De meterkast
De
meterkast bestaat uit een aansluitmodule en een meetmodule met
meetapparatuur. U plaatst ze het best op een droge en makkelijk
bereikbare plaats, zo dicht mogelijk bij de openbare weg en liefst in
de gang, de hall of garage.
Plaats
ze niet en een vochtige ruimte, zoals wc of badkamer. Water en
elektriciteit gaan immers niet samen !
Plaats
ze makkelijk bereikbaar voor de indexopnemer, dus niet op zolder.
Plaats u
diverse meters onder elkaar, dan moet de aardgasmeter bovenaan staan.
Installeert u de watermeter in de buurt van de elektriciteitsmeter, dan
komt de watermeter onderaan.
8. Hoe wordt elektrische stroom verdeeld?
Uw gemengde intercommunale en
Electrabel zorgen ervoor dat elektriciteit in uw woonkamer (
kleinverbruik ) en bij de bedrijven ( grootgebruik ) komt.
Een centraal verdeelcentrum regelt
de distributiecapaciteit van de verschillende centrales en anticipeert
op het elektriciteitsverbruik.
Zo berekenen wij waar en wanneer u
de grootste hoeveelheid stroom nodig hebt (piekmomenten) en zorgen we
ervoor dat die daar ook ruimschoots voorradig is .
9.
Hoe veilig is elektriciteit?
Elektriciteit is een veilige energiebron, maar zoals bij ieder gebruik
van energie, dienen toch een aantal veiligheidsmaatregelen in acht
genomen te worden.
Er
bestaat een strenge maatreglementering (A.R.E.I.) die bepaalt hoe een
installatie volgens de ‘Code van Goed Vakmanschap ‘ verloopt.
Ongevallen, zoals elektrocutie, gebeuren nog steeds in de meeste
gevallen door onachtzaamheid.
10.
Wat is stroomverlies?
Om te
kunnen functioneren dient een elektrisch toestel steeds in een gesloten
circuit te staan. De hoeveelheid stroom die naar het toestel gaat, moet
even groot zijn als de hoeveelheid stroom die eruit komt.
Als dat
niet het geval is spreken we van stroomverlies. Een goede isolatie
voorkomt dit.
11. Elektrocutie?
Opgepast!!
Als u bij
toeval in contact komt met een niet goed geïsoleerd elektrisch circuit
zal de elektrische stroom door uw lichaam z’n weg zoeken.
Bij een
laag voltage kan dit niet zo’n kwaad, maar bij een hoger voltage van
elektriciteit kan een stroomstoot erge gevolgen hebben.
12 De verschillende Gloeilampen
12.1 De gloeilamp
De
gewone gloeilamp bestaat uit een wolfsram gloeidraad met dubbele
spiraaldraad. De lampkolf is gevuld met een edelgas om de verdamping van
de gloeidraad tegen te gaan
Er zijn
gloeilampen met helder, halfmat, mat en met gekleurd glas, hoe helderder
de lamp, hoe sterker de schaduwen en het contrast. Gloeilampen met een
spiegelreflector zijn dan weer ideaal om het licht te richten.
Gloeilampen zijn goedkoop maar verbruiken nogal wat energie. Men
gebruikt ze daarom best zo weinig mogelijk of alleen op plaatsen waar
het licht maar even moet branden
12.2 De halogeenlamp
De
halogeen lamp is een soort gloeilamp die dankzij het halogeengas extra
veel licht geeft. Ze gaat ook veel langer mee dan een gewonen gloeilamp
en haar verbruik voor sommige toepassingen ligt ook 30% lager. Ze is wel
duurder in aankoop.
Ze
onderscheid zich van andere gloeilampen door haar hoog ligt rendement en
de uitstekende kleurweergave. Haar compacte vorm laat diverse variaties
in design en komfort toe. Ze wordt dan meestal in spots geplaatst.
Maar ook
buitenhuis kan een halogeenlamp heel nuttig zijn, door de grotere
lichtsterkte is ze namelijk perfect bruikbaar voor de buitenverlichting.
Gezien halogeenlampen meer ultraviolette stralingen afgeven, kiest u het
best voor een armatuur met een beschermglas met UV-filter
12.3 De buislamp
Bij
de buislamp, ook TL lamp of fluorescentielamp genoemd, gaat een stroom
door een met gas gevulde buis. Op de binnenkant van het buisglas zit een
fluorescerend poeder dat de normaal onzichtbare stralen omzet in
zichtbaar licht.
De
weergegeven kleur is afhankelijk van de samenstelling van het poeder.
Men kan kiezen uit een uitgebreid kleurengamma: van koud tot warm
licht.
Het is
dus niet zo dat alle buislampen uw woning koud en ongezellig maken.
Elke
kleur is geschikt voor specifieke toepassingen. In kleurvermelding
luxe warm wit Deze lampen zullen de kleuren weergeven zoals men ze
zou zien in het natuurlijke buitenlicht.
Bij het
aansteken van een buislamp knippert deze in het begin, zodat men even
moet wachten tot het licht aangaat. Elektronische voorschakelapparatuur
zorgt ervoor dat de lamp echter ogenblikkelijk en zonder knipperen
ontsteekt.
De
lengte van de buislampen bepaalt het vermogen. De levensduur van deze
lampen ligt vijf -tot zestien maal hoger dan die van gloeilampen, en ze
zijn dan ook nog stukken zuiniger.
12.4 De spaarlamp
De
spaarlamp is een compacte buislamp. Zoals haar naam laat vermoeden
bespaart ze tot 80 % van de energie. Ze kost wat meer dan andere lampen
maar door haar lage verbruik en lange levensduur verdient men dat al
heel snel terug.
Bijkomend
voordeel is dat men een spaarlamp in de fittingen van een gewone
gloeilamp kan schroeven.
Dus men
hoeft geen geld uit te geven aan nieuwe luchters.
Men
gebruikt de spaarlamp het best op plaatsen waar men bijna constant veel
licht nodig heeft, zoals in de woonkamer, de eetkamer, de keuken..
De meest
gangbare vermogens voor de spaarlamp zijn 7, 11, 15 en 20 watt.
Die
lampen kunnen gloeilampen vervangen met een vermogen van respectievelijk
25, 40, 60 en 100 watt.
De
lichtstroom van een spaarlamp van 23 watt ligt nog iets hoger.
Hoe werkt de spaarlamp?
De
meeste recente types spaarlampen werken met een sensor die de
lamp in werking stelt van zodra het donker wordt.
Ze hebben
een elektronische starter die ervoor zorgt dat ze reeds onmiddellijk na
het aanschakelen, zonder flikkeren, hun volledige rendement en maximum
lichtsterkte bekomen.
De
spaarlamp is eveneens perfect combineerbaar met een dimmer, zo
hoeft men de lamp niet steeds op volle kracht te laten branden en kan
men nog meer besparen.
Zo’n
dimmer stelt een extra sfeer te scheppen in de woning.
13. Blikseminslag
13.1 Hoe beveiligt men zich tegen
blikseminslag,
Een
bliksem is een elektrische ontlading waartegen men zich dient te
beschermen.
Het
gevaar komt hier uit een onverwachte hoek.
Bliksem
zoekt altijd de kortste weg naar de grond.
Zo treft
het eerder de bliksemafleider van een flatgebouw, een boom of een hoge
paal dan lager gelegen objecten. Maar het blijft mogelijk dat hij op een
huis slaat.
13.2 Wat te doen bij onweer?
·
Schakel alle bliksemgevoelige toestellen uit. (bijv. TV)
·
werk niet aan elektrische toestellen
·
telefoneer niet
Bij lange
afwezigheid, bijvoorbeeld wanneer men op vakantie gaat, kan men best
zoveel mogelijk stekkers uit de stopcontacten halen.
14. Verwarmen met elektriciteit: hoe werkt
dit?
·
geleiding
·
straling
·
stroming
We
spreken van geleiding of conductie als de warmte zich doorheen
een voorwerp verplaatst, bijvoorbeeld bij aanraking.
We
spreken van straling wanneer de energie door golven doorgegeven
wordt.
Dat
betekent dat de stralingswarmte voelt wanneer men recht voor het
verwarmingstoestel zit.
We
spreken van stroming of convectie waarbij de lucht opgewarmd
wordt, stijgt, terug afkoelt en daalt, zodat er luchtcirculatie ontstaat
15.
Waar komt warm water vandaan?
Elektriciteit zorgt ervoor dat water kan warm worden, namelijk met
diverse boilers.
15.1 de spaarboiler.
Door
het gebruik van een voorkeurschakelaar werken spaarboilers volledig
automatisch op het goedkoopste tarief. Tijdens de nachturen warmen ze
het water op. Dankzij een uitgekiende isolatie kunt u het de volgende
dag optimaal gebruiken.
15.2 de keukenboiler
Vooral
in de keuken heeft men vaak slechts kleine hoeveelheden warm water
nodig.
15.3 Waterkooktoestel
Dit is
een toestel van 5 liters en kan men dus tot vijf liters water bekomen.
Het wordt
meestal boven de spoelbak geplaatst en nemen niet veel plaats in.
Een
thermostatische regeling brengt het water op de juiste temperatuur.
|