Start
Omhoog

  Dierenarts

Hoofdstuk 1: De dierenarts

Een dierenarts moet soms een dier opereren. Dat moet gebeuren wanneer een dier zo ziek is, dat het wel geopereerd moet worden. Het kan ook zijn dat het gesteriliseerd moet worden. Een dierenarts heeft verschillende instrumenten om te opereren. Zoals schaartjes. Schaartjes zijn onder andere nodig voor hechtingen door te knippen. Maar wat is een hechting? Als een dier een grote wond is opgelopen, bijvoorbeeld een koe die tegen prikkeldraad is opgelopen moet dat soms worden gehecht. Dat betekent dat er een dun draadje door het vlees wordt gehaald, zodat de wond weer een beetje aan elkaar komt. Van tevoren worden wel eerst de dode stukjes huid weggehaald. Zogauw de wond is genezen, kan het draadje worden verwijderd.Soms moet een dierenarts een röntgenfoto maken. Dan krijgt hij een loden pak aan. Waarom? Omdat één keer een röntgenfoto maken geen kwaad kan,maar als je dat zo vaak moet doen, zoals een dierenarts, dat is dat heel slecht voor je lichaam. Het lood houdt de röntgenstralen tegen, zodat ze niet met het lichaam in aanraking komen.Een röntgenfoto is een foto, waarop je de ingewanden en de botten kunt zien.

Het is van groot belang, dat de dierenarts na een operatie al de materialen en de operatietafel goed schoonmaakt. Want anders kan een ander dier infecties oplopen. Zijn materialen natuurlijk ook, want anders kunnen de bacterieën of virussen overgaan naar een ander dier. En dat is natuurlijk niet goed.

Hoofdstuk 2: De dierenkliniek

In de dierenkliniek worden de dieren onder andere behandeld. Dierenartsen werken vaak samen in een dierenkliniek. Maar sommige dierenartsen hebben een praktijk aan huis. In een praktijk heb je een spreekkamer. Daar bespreekt de dierenarts met de eigenaar van het dier wat er mee aan de hand is. Soms moet er geopereerd worden. Daar is ook een aparte kamer voor, die heel goed moet worden schoongehouden vanwege bacteriën.

Verder is er ook nog een laboratorium waarin veel medicijnen staan en waar ook van alles wordt onderzocht.

Als een dier geopereerd is en het heeft nog een erg grote wond, dan kan het zijn, dat het dier een tijdje op de kliniek moet blijven, want het kan bijvoorbeeld zijn hechtingen open krabben en dan moeten er weer nieuwe in. Het dier wordt dan goed verzorgd door de dierenarts of een van de assistenten. De dieren zitten dan in kooien. Het dier kan dan over een bepaalde tijd weer worden opgehaald.

Het dier dat in de kliniek voor een tijdje zit, krijgt ook zijn medicijnen binnen die hij nodig heeft.

Een dierenkliniek heeft heel veel kamers en er worden veel medicijnen opgeslagen. Een dierenarts heeft op zijn spreekkamer ook een computer waarin hij de gegevens van het zieke dier opslaat. In een praktijk zijn vaak nog veel meer computers.

Hoofdstuk 3: De dierenambulance / De aesculaap

 De dierenambulance is net zoals een gewone ambulance voor ons een hele grote auto waarin gewonde dieren of mensen kunnen liggen. Alleen is de dierenambulance uiteraard bedoeld voor dieren. Er is allemaal apparatuur ingebouwd. Het is fijn dat de dierenambulance er is, want er kunnen natuurlijk altijd ongelukjes gebeuren. Als je zo’n ongeluk ziet gebeuren of als er een ongeluk gebeurd is, waar een dier bij gewond is, kun je de dierenambulance bellen. Het telefoonnummer kun je opzoeken in het telefoonboek. Het nummer van dierenambulance Tilburg is: 013-5420055. Als je belt ben je, net zoals bij mensen, verbonden met iemand in de meldkamer. Je vertelt je verhaal en dan word je doorverbonden. De dierenambulance komt zo snel mogelijk en helpt het gewonde dier. Als het best erg is wordt het zo snel mogelijk naar een dierenarts vervoerd en vaak meteen geholpen. Het is dus fijn dat de dierenambulance er is want dieren hebben ook het recht om meteen geholpen te worden als ze gewond zijn.

De dierenarts heeft, net zoals de huisarts, een aesculaap op zijn auto. Wat is een aesculaap? Een aesculaap is een plaatje waarop een slang staat afgebeeld die om een stokje heen kronkelt. Als een dierenarts haast heeft, als er bijvoorbeeld een schaap moet lammeren (dat betekent een lammetje krijgen) mag hij geen minuut te laat komen. De mensen op de weg kunnen dan zien dat hij een groene aesculaap heeft en dan kunnen ze een beetje voor hem op zij gaan.

Hoofdstuk 4: De veearts

Een veearts is niet precies hetzelfde als een dierenarts. Dat zit zo:

Een dierenarts onderzoekt meestal kleinere dieren, zoals katten, honden en knaagdieren. En een veearts meestal grotere dieren zoals koeien, schapen en varkens. Hij onderzoekt en behandelt meestal vee. Een dierenarts doet soms ook wel vee, maar meestal niet. Er is nog een verschil. : bij de dierenarts komen de dieren meestal naar de dierenkliniek toe. Maar een veearts komt meestal naar het vee en hun bazen toe, want je kunt niet zomaar een koe in je kleine autootje stoppen. Een hond kun je zo mee in je auto nemen, maar dat kun je niet van een schaap zeggen. De veearts heeft het net zoals de dierenarts behoorlijk druk.

Een veearts neemt altijd een tas mee waarin allerlei instrumenten in zitten. Die heeft hij altijd bij zich, want het kan ook zijn dat hij onverwachts moet opereren.

Dan heeft hij die instrumenten natuurlijk wel nodig.

 

Hoofdstuk 5: De operatie

 Een dierenarts moet soms een dier opereren. Dat moet gebeuren wanneer een dier zo ziek is, dat het wel geopereerd moet worden. Het kan ook zijn dat het gesteriliseerd moet worden. Een dierenarts heeft verschillende instrumenten om te opereren. Zoals schaartjes. Schaartjes zijn onder andere nodig voor hechtingen door te knippen. Maar wat is een hechting? Als een dier een grote wond is opgelopen, bijvoorbeeld een koe die tegen prikkeldraad is opgelopen moet dat soms worden gehecht. Dat betekent dat er een dun draadje door het vlees wordt gehaald, zodat de wond weer een beetje aan elkaar komt. Van tevoren worden wel eerst de dode stukjes huid weggehaald. Zogauw de wond is genezen, kan het draadje worden verwijderd.

Soms moet een dierenarts een röntgenfoto maken. Dan krijgt hij een loden pak aan. Waarom? Omdat één keer een röntgenfoto maken geen kwaad kan,maar als je dat zo vaak moet doen, zoals een dierenarts, dat is dat heel slecht voor je lichaam. Het lood houdt de röntgenstralen tegen, zodat ze niet met het lichaam in aanraking komen.Een röntgenfoto is een foto, waarop je de ingewanden en de botten kunt zien.

Het is van groot belang, dat de dierenarts na een operatie al de materialen en de operatietafel goed schoonmaakt. Want anders kan een ander dier infecties oplopen. Zijn materialen natuurlijk ook, want anders kunnen de bacterieën of virussen overgaan naar een ander dier. En dat is natuurlijk niet goed.

 

Hoofdstuk 6: Het inslapen

Het laten inslapen van je huisdier is een treurige gebeurtenis. Het is niet leuk, maar soms is het noodzakelijk. Een dier kan bijvoorbeeld niets meer, niet lopen, niet zitten, of niet eten. Dat is heel zielig voor een dier en soms zegt de dierenarts dan dat hij niets meer voor je dier kan doen en dan laat hij het met jouw toestemming inslapen. Het dier krijgt dan een injectie met een giftige vloeistof zodat het doodgaat. Het dier heeft dan geen pijn meer en het heeft ook geen pijn als het inslaapt. Voor het baasje is het ook erg. Denk er maar eens aan als je alleen woont en je hebt alleen je hond en dat is je beste makker. Dan is het heel erg als die je voorgoed verlaat. Het is het beste voor het dier en dat weet je zelf ook. De dierenarts probeert je zoveel mogelijk te troosten.

Een dierenarts houdt er niet van om dieren in te laten slapen. Maar soms is het het beste. Het kan ook zijn dat er iemand binnenkomt met een puppy met een gebroken pootje. Stel dat hij zegt: " Maak ‘m maar af." Een dierenarts kan dan weigeren. Hij kan dan het hondje zelf bij zich houden of het naar het asiel brengen, zogauw het beter is.

 
 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.