Start
Omhoog

 

Over de meeldraad en de stamper

Het mannelijke gedeelte van de plant is de meeldraad, het vrouwelijk gedeelte is de stamper met de stengel. De zwarte meeldraden staan rondom de groene stamper in het midden van de bloem.

In de helmknoppen aan het einde van elke meeldraad, zit een geel poeder: het stuifmeel. Als de knoppen opengaan, kan het stuifmeel ontsnappen. De stuifmeelkorreltjes vliegen mee met de wind of ze blijven kleven aan de poten van bijen en andere insecten die nectar komen verzamelen. Komen die stuifmeelkorrels dan op de stengel van een andere klaproos, dan vindt er "kruisbestuiving" plaats. Nu kan de bevruchting plaatsvinden: het stuifmeel wordt via dunne buisjes naar de zaadknoppen in het vruchtbeginsel van de stamper gebracht.

Na de bevruchting vallen de meeldraden en de kroonbladen af. Die zijn nu niet meer nodig. In de stamper gaan de zaadjes nu rijpen. Het vruchtbeginsel verdroogt en er verschijnen gaatjes bij de top. Langs die gaatjes kunnen de rijpe zaadjes ontsnappen. Ze vallen op de grond, waar ze in de lente kunnen uitgroeien tot nieuwe klaprozen.

 

Bloem met kroonbladeren

(tekening van Anita Engelen)

Meeldraden met aan de uiteinden helmknoppen

(tekening van Anita Engelen)

BEVRUCHTING

(tekening van Anita Engelen)

Na de bevruchting

(tekening van Anita Engelen)

 

Het kan ook zonder zaad!

Misschien heb je al gezien dat iemand een stek neemt van een plant, die in de grond steekt, goed verzorgt... en dat de kleine stek na een tijd een grote plant wordt.

Hoe gebeurt dat?

Aan de stek (een stukje van de stengel of het blad) vormen zich wortels. Die nemen water en voedsel op, zodat uit de stek een nieuwe plant kan groeien. Vooral kamerplanten worden heel dikwijls op deze manier vermeerderd.

Er zijn ook planten die uitlopers vormen, zoals de aardbei. ZoŽn uitloper is een zijtak die over de bodem kruipt. Daar waar hij de grond raakt, ontwikkelen zich wortels. Is het wortelgestel stevig, dan verschijnt er na enige tijd een jong plantje dat dus enige afstand van de moederplant staat. Planten die zulke uitlopers vormen, kunnen in korte tijd een heel gebied bezetten.

Veel bomen vermeerderen zich ook door wortelspruiten. Dit zijn jonge scheuten die uit een knop op de wortel groeien. Krijgt een boom veel wortelspruiten, dan is de kans groot dat de moederboom zelf gaat verzwakken. De wortels moeten nu immers voedsel vinden voor verscheidene bomen tegelijk. Daarom worden wortelspruiten vaak door de mensen weggekapt.

 

Kweekproeven

  • Een wilgestek

 

 

 

 

Snij een paar takjes van de wilg en steek die in vochtige grond. Na een paar weken ontwikkelen zich in de grond wortels. Je kunt het ook proberen met takken van andere bomen en struiken.

 

  • Een uitloper van een aardbei

 

 

 

 

Zoek in september bij een aardbeiplant zijtakken die op enige afstand van de moederplant in de grond vastzitten. Daar hebben zich wortels gevormd. Knip de zijtak door graaf de wortels uit, en plant ze over in een pot. Volgende zomer eet je je eigen aardbeien!

 

  • Een aardappelknol

 

 

 

 

Eigenlijk is een aardappel een gezwollen wortelstok. Op die aardappel ontwikkelen zich spruiten. Stop je de aardappel in de grond, dan groeit uit zoŽn spruit een nieuwe plant.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciële basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.