Start
Omhoog

   Vos

foto door carlijn hageman 15/02/2002

KENMERKEN:

  • De vos is niet zo groot, en heeft korte poten. Hij heeft een lange spitse snuit. Z'n staart is erg lang en dik behaard.
  • De pels van de vos is roodbruin. De haren op de wangen, de hals, en de borst zijn bijna wit. Net als onder de poten en de punt van de staart.
  • Er is weinig verschil tussen het mannetje en het vrouwtje. Het mannetje is alleen wat groter, en het heeft lange, lichte haren op de wangen.
  • De lengte: 60 tot 70 centimeter
  • De (schouder) hoogte:ongeveer 35 centimeter
  • Het gewicht: 4 tot 10 kilogram
  • Een zoogdier: jongen komen uit de buik van de moeder; ze drinken melk
  • Hij heeft een constante lichaamstemperatuur
  • Een vleeseter: eet andere dieren (maar ook wel planten)
  • Een nacht dier: hij gaat 's nachts op pad

 

WAAR KOMT HET DIER VOOR EN HOE PAST HET ZICH AAN ?

De vos komt voor op het land, in de bossen, duinen of heuvels.
Hij woont in een burcht (een hol).
Ook de vos heeft voorkeur voor een bepaalde omgeving.
Drie faktoren zijn daarbij van belang: Nestgelegenheid, dekking en voedsel.
Dit betekent dat vossen zich niet op open vlakten kunnen vestigen. Ze hebben voorkeur voor een landschap met struiken, bosjes en heggen.Het dier moet zich kunnen schuilhouden.
In gebieden met een hoge waterstand zal je niet zo gauw een vos vinden, omdat daar nestgelegenheid ontbreekt.
De voedselsituatie is eveneens bepaald voor het al dan niet voorkomen van de vos.

foto door carlijn hageman 15/02/2002

 

HEEFT HIJ EEN VASTE WOONPLAATS EN LEEFT HIJ ALLEEN?

De vos heeft een vaste, tijdelijke woonplaats : zijn hol. Als de jonge rekel (het mannetje) verstoten is, gaat hij zwerven, op zoek naar een vrije plaats. Het jonge moervosje (het vrouwtje) kan soms in het ouderlijk territorium blijven wonen, maar anders gaat ze net als de rekel zwerven.

De vos leeft alleen. Behalve in de de paartijd, dat is in januari of februari. Dan zoekt hij een andere vos op. Dit doen ze door middel van geursporen en blaffen.
Als ze gepaard hebben blijft het mannetje nog een tijdje bij het vrouwtje. Een mannetjes vos paart soms met meerdere vrouwtjes.

 

VOORTPLANTING:

Na de paartijd groeien er in 9 weken jongen in de buik. In de lente worden ze geboren.
Een vossenwijfje krijgt een paar jongen, meestal 3,4 of 5.Zo'n jong vosje is maar 10 centimeter lang. Hij kan nog niks zien, pas na 2 weken gaan z'n ogen open. Ook krijgt hij dan tandjes.
Jonge vosjes worden niet kaal geboren, hun pels is grijs of bruin. Pas later krijgen de haren dezelfde kleur als die van grote vossen.
De jongen drinken melk bij hun moeder. Een vossenwijfje heeft 6 tepels.
Na 4 weken mogen de jongen mee naar buiten. Weg uit hun donkere hol.Hun pels is dan roodbruin.
Ook gaan ze dan hun eerste vlees eten. Het wijfje eet het vlees eerst , in haar buik wordt het vlees zacht.Dan braakt het wijfje het vlees uit, en kunnen de jongen het eten.
Jonge vossen leren snel.Na 2 maanden weten ze genoeg.Ze drinken dan ook geen melk meer. Ze weten wat lekker smaakt. En ze kunnen nu zelf op jacht. Ze zijn oud genoeg om het hol voorgoed te verlaten. Nu gaan ze op zoek naar een eigen territorium.

 

STEVIGHEID:

De vos , die een wilde verwant is van de hond, heeft een stevig skelet, net als een hond.Het is een gewerveld dier. Kenmerk hiervan is de verbeende of kraakbenige wervelkolom. De wervelkolom omvat en beschermt het ruggenmerg, de schedel en de hersenen.
De stevige botten zijn verder voorzien van spieren, zoals heupspieren, schouderspieren en beenspieren.
Deze spieren zorgen, samen met de botten, voor de stevigheid.
Aan de poten zitten zachte "kussentjes". Hij heeft hieraan vier korte stompe nagels zitten die hij niet in kan trekken. Een afdruk in de modder is dus duidelijk kenbaar.
Aan de vier poten kun je zien hoe hij zich voortbeweegt
De kop van de vos is voorzien van sterke kaken met spitse tanden en stevige kiezen

 

VOEDSEL:

De vos is een roofdier, hij eet dus veel vlees, maar ook wel planten.
Een vossenmenu bestaat uit:60% muis (rosse woelmuis, veldmuis), 30% konijn en 10% overig (lijsterachtigen, hoenders, ratten en bessen).
In het Noord-Hollandse duinreservaat is de situatie geheel anders.
Daar bestaat het menu uit: 90% konijn, 4% vogels (eenden, fazanten, lijsterachtigen) en 6% overig (muizen, eieren, bessen, insekten). Ook blijken er verschillen te bestaan in de voedselkeuze in de verschillende seizoenen afhankelijk van het aanbod op dat moment. Ook in BelgiŽ zijn het voornamelijk woelmuizen en konijnen die het voedsel van de vos uitmaken.

Indien in een gebied het voedselaanbod gering is, zal het een vos veel moeite kosten zijn dagelijkse kostje bij elkaar te scharrelen. Wanneer een tweede vos zich in hetzelfde gebied wil vestigen, kan dat betekenen dat beide dieren gedurende een deel van het jaar(meestal de winter)onvoldoende voedsel kunnen bemachtigen. Een van de twee zal moeten verhuizen of ze moeten het gebied waar ze voedsel zoeken uitbereiden. In beide gevallen neemt het aantal vossen per hectare af.

De vos ruimt vooral oude en zieke dieren in de natuur op.

 

WIE ZIJN DE VIJANDEN VAN DE VOS ?:

In onze Europese bossen zijn geen grote roofdieren meer te vinden. Beren en wolven zijn bijna overal uitgeroeid. Maar arenden zijn er wel, en hier en daar ook lynxen en wilde katten. Voor hen is een jong vosje een makkelijke prooi.
De grootste vijand van de vos in Nederland is echter de mens, in verband met de Nederlandse jachtwet.

 

HOE OUD WORDT DE VOS :

In principe zou de vos ongeveer 10 jaar kunnen worden. Toch worden de meest vossen niet ouder dan 5 a 7 jaar, en in bejaagde gebieden is de sterftekans op jongere leeftijd veel hoger.

Met 10 maanden zijn ze geslachtsrijp en in die gebieden waar gejaagd wordt, nemen veel "eerstejaars" dieren deel aan voortplanting.
Soms moet een mannetjes vos wel 100 kilometer verder trekken om een eigen territorium te krijgen en daardoor is de steftekans onderweg ook groot.

 

DE ADEMHALING :

De vos heeft longen net als de mens. Hij haalt adem via zijn neus, en vooral bij het hijgen, via zijn mond.

 

ZINTUIGEN :

De vos heeft een heel goed gehoor. Hij kan een muis die 50 meter verder op loopt horen!

Met zijn neus sluipt hij over de grond en vangt zo de geur van andere dieren op.
Hij ruikt duidelijk het verschil tussen de geur van bv. een das en een konijn.

Met zijn scherpe ogen beloert hij zijn prooi.Hij probeert ervoor te zorgen , zelf niet gezien te worden.

De snorharen om de mond zorgen voor de tastzin.

 

 

Vragen of opmerkingen: redactie@kinderenwebhotel.be   
Copyright © 2004 Kinderen (Deze gegevens mogen enkel en alleen gebruikt worden voor schooldoeleinden en op niet-commerciŽle basis, en niet als informatie voor websites. Enkel links zijn toegelaten. )
De redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele fouten, of op ingezonden werken.